Reggae.be
Ethiopia Calling Part 1: op zoek naar de Ark des Verbonds
TravelOct 07, 2007

Ethiopia Calling Part 1: op zoek naar de Ark des Verbonds

By Jah Shakespear

Op zoek naar de erfenis van Haile Selassie, de rotskerken van Lalibela en de Ark des Verbonds. Van onze rastaman ter plaatse.  

Haile Selassie was geen god, zoals de rasta's beweren. Goden gaan nooit naar de wc en toch sta ik hier, in het Etnologisch Museum van Addis Ababa, naast de toiletpot van Zijne Keizerlijke Hoogheid. Slechts enkele kamers van het voormalige paleis zijn in ere hersteld en voor het publiek toegankelijk gemaakt, waaronder de naar Ethiopische normen bijzonder luxueuze en Europees uitziende badkamer. In de aanpalende slaapkamer bevestigt het korte bed dat Selassie het zeker ook niet van zijn imposante verschijning moest hebben. Het kogelgat in de spiegel van de keizerlijke garderobe is een herinnering aan de staatsgreep van 1960, hoewel sommige rasta's er eerder een bewijs in zien van de goddelijke voorzienigheid. Hebben zij niet hun eigen naam ontleend aan deze roemruchte heerser? Ras (Prins) Tafari Makkonen: zo heette Haile Selassie voor hij zich in 1930 liet kronen tot keizer van Ethiopië, voor iedere rechtgeaarde rastaman het enige echte beloofde land.

Het museum is het pronkstuk van Addis Ababa University, vroeger Haile Selassie University (de keizer gaf zowat alle gebouwen die hij zelf inaugureerde zijn naam), nog vroeger het paleis van Ras Makkonnen, de vader van Selassie. De aanpalende John F. Kennedy Memorial Library, in 1966 ingewijd door Robert Kennedy, geniet in heel Afrika bekendheid. Het omringende park, Gannata Le'ul ("prinselijk paradijs"), is in de drukke Afrikaanse wereldstad een ware oase van rust, ook al komen hier dagelijks duizenden studenten bij elkaar uit het hele continent. Naast de ruim 3,1 miljoen inwoners van Addis zie je die paar bollebozen amper staan, al was het maar omdat ze het niet zo druk hebben met overleven.

Want daar is al dat volk op straat natuurlijk mee bezig, kleine handelaars en verkopers van lootjes, nootjes, snoepgoed, zakdoekjes en piraat-CD's, moeders en huisvrouwen, zwervers en bedelaars, de rommelaars en sjoemelaars, kreupelen en gebrekkigen met hun geïmproviseerde rubberen beschermlappen, blinden met kinderen om hen te geleiden, schapenherders en geitenhoeders met hun kudde, taxichauffeurs en camioneurs, soldaten en agenten, vierende en rouwende mensen, timmerlui en stratenmakers, mannen, vrouwen en kinderen, heel veel kinderen, veel meer dan in het vergrijsde Europa. Je voelt je als westerling plots heel oud in Ethiopië, en met jou het hele continent waar je geboren bent. Wij kunnen alleen maar terugblikken, hier moet het beste ongetwijfeld nog komen.

En zo voelt het dus ook als blanke in een zee van zwarte medemensen. Bijna iedereen die we passeren, kijkt ons indringend in de ogen, zonder een zweem van agressie of brutaliteit, maar wel nieuwsgierig. De meeste toeristen die Ethiopië bezoeken, mijden de hoofdstad als de pest, dus veel blanken zien ze hier niet. Vooral de bedelaars zijn plots klaarwakker, zich ten volle bewust van de markt die zich voor hen opent als ze het een beetje slim aanpakken. De ene begint luidkeels te jammeren, de andere schuift zijn geamputeerde been naar voor. Een vrouw stuurt haar kleuter uit. "Hello, money!" kirt het wicht, maar we geven haar niks. We sparen ons kleingeld voor tips en fooien, voor een enkele onverbeterlijke sukkelaar ook. Bedelende kinderen moeten ontmoedigd worden, leert de reisgids, ook al moet je dan van je hart vaak een steen maken. Wat betekenen die enkele eurocenten, die verweerde, stinkende briefjes van 1 birr, voor een rijke Europeaan als ik? Waarom zou ik die mensen voor één dag geen eten gunnen? Maar ik besef ook dat het einde gauw zoek zou zijn. Wie wel en wie niet? Hoeveel? Waarom?

In het licht van de schijnbaar chaotische en oncontroleerbare drukte in de brede straten van Addis Ababa, worden we echter nauwelijks lastig gevallen. Veel kinderen komen ons gewoon een hand geven, een stralende lach op het gezicht. "Welcome to Ethiopia!" zeggen ze, of: "Happy millennium!" Zelden zoveel oprechte hartelijkheid gezien op straat als hier, in één van de armste landen van de wereld. In Jamaica leken veel mensen eerder afgunstig te zijn op onze materiële status, in Ethiopië wordt die ons ten volle gegund.

En de mensen zijn toch al in opperbeste stemming, op de vooravond van het nieuwe millennium. Het land kent een eigen tijdrekening en leeft nu in de laatste dagen van de dertiende maand van het jaar 1999. Nee, de Ethiopische kalender loopt niet achter op de onze. Je zou eerder kunnen stellen dat hij correcter is.

To be continued

Ethiopia Calling Part 1: op zoek naar de Ark des Verbonds

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Published

Oct 07, 2007