
Het eerste album van deze Amerikaanse groep was zo veel besproken en alom geprezen dat er nu al een heruitgave van volgt. Hun succes is vooral te wijten aan hun undergroundimago. Zo worden optredens van 10 Ft. Ganja Plant zelden of nooit aangekondigd en als dat wel zo is komen ze niet altijd opdagen. De leden van de band zitten in andere bands zoals John Brown's Body en in de studio nemen ze hun muziek op zoals ze dat in de beginjaren van de reggae in Jamaïca deden, in één take en op twee tracks (één voor muzikanten en één voor de zanger). Zonder al te veel spijt of retakes.
Daardoor weet de groep de geest van de jaren zeventig te triggeren en over te brengen in hun muziek. Hun dub en reggae is eerder rustig van aard en niet de uptempo reggae van tegenwoordig. Veel effecten zijn er achteraf niet toegevoegd en dat geeft het geheel nog meer eigenheid. Alleen maar pure vibes!
Dat ze in één take opnemen is hier en daar wel op te merken, zo in het eerste nummer bijvoorbeeld, 'Chalwa'. Daar hoor je geregeld kleine foutjes, die opvallen maar toch niet storen.
'Rebel In The Hills' doet helemaal denken aan de beginjaren van King Tubby, net zoals 'Off Road Version' trouwens, een simpele riddim en een droge mix, maar de nummers spreken wel boekdelen. Vooral de basslijn in 'Rebel In The Hills' is nice & smooth.
Hun muziek wordt ook gekenmerkt door talloze schitterende solo's. Zo hoor je in 'Sunny Foundation' een leuk orgel dat meteen doet denken aan Jackie Mittoo. Strictly niceness. En in 'Off Road Version' doet Timo Shanko zijn best op de sax.
Het is wachten op 'Jah Teach I A Lesson' op een volwaardige tekst, een typische rootstekst, die je na het eerste refrein zonder enig probleem al mee staat te zingen. "Jah Teach I a Lesson in the morning, Jah Teach I a lesson in the night, oh Yeah." Ook 'Jah Will Go On' is helemaal in die seventies stijl. De harmony zang springt er hier vooral boven uit.
Zo maar een CD heruitgeven is maar flauw dachten ze bij 10 Ft. Ganja Plant en daarom krijg je ten opzichte van de eerste uitgave twee bonusnummers. 'Top Down' is muzikaal weer onbrispbaar. Vocaal is het in tegenstelling tot de andere nummers echt Amerikaans. Wat niet erg is natuurlijk, het is zelfs zuiverder en duidelijker te verstaan. Rustige vibes krijg je hier voorgeschoteld, echt iets voor een liveband in een café. 'Politricking Man' dompelt je weer helemaal in de jaren zeventig. Dat dit in dit tijdperk is opgenomen gelooft niemand, maar het is toch wel de enige waarheid.
In 2005 bracht de groep het album 'Bass Chalice' uit. Daar is in te horen dat ze duidelijk nog gegroeid zijn in de loop van de jaren. Meer perfectie in de muziek en betere opnamens. Dit album klinkt trouwens ook nieuwer, iets minder seventies, maar toch nog authentiek.
Ze kregen voor dat album de hulp van The Meditations voor het nummer 'To Each'. Wat meteen te horen is, zelfs als je het van te voren nog niet weet. Zo hoor je hun typische harmonyzang op de achtergrond, die aan vogelenzang doet denken. Natural vibes. Ze blijven een schitterend harmonytrio, toch spijtig dat ze tegenwoordig niet veel meer uitbrengen.
Dit album is in tegenstelling tot hun debuutalbum ook meer reggae dan dub. En 'Swedish Prison' is zelfs een nyahbinghi nummer. 'Burning James', 'Suits And Ski Masks' en 'Engine Trouble', geen enkel nummer verveeld of is slecht. Met 'Deliver Us Jah' en 'Last Dance' krijg je nog twee heerlijk gezongen nummers. Kortom, dit is een schitterend album, niet te missen, door niemand!