
Veel reggae op Couleur Café. En een gezellige brand. Fire 'pon Rome!
We waren de plek van het onheil net gepasseerd toen iemand het gevaar opmerkte. Brand in het bochtgebouw, een voorraadmagazijn in het midden van Tour & Taxis. De nabij gelegen kramen en standjes werden onmiddellijk in veiligheid gebracht. Agenten, stewards en veiligheidspersoneel begonnen de mensen meteen naar de uitgangen te dirigeren, het grootste deel naar de hoofdpoort en nog een paar duizend via de backstage. Dat was allicht het meest wonderbaarlijke tafereel van de dag, hoe die meer dan 20.000 toeschouwers heel rustig en kletsend het terrein verlieten, op vriendelijk aangeven van de al even bedaarde stewards. Daarvoor hadden ze maar één megafoon nodig, aan de uitgang: "Doorlopen naar rechts alstublieft!" In een mum van tijd was Tour & Taxis volledig ontruimd.
Ook in de Picardstraat was alles peis en vree. De 20.000 verspreidden zich over de straat tot die helemaal zwart zag van het volk. De cafés, theehuizen en winkeltjes maakten een omzet waarvan ze anders alleen maar zouden kunnen dromen. Een jongleur bracht de handen op elkaar met zijn diabolo. Zelfs de vele kleine kinderen hielden zich koest, aangemoedigd allicht door het voorbeeldige gedrag van de volwassenen.
Echt surrealistisch werd het toen er nog twee brandweerwagens arriveerden. De eerste was via een nooduitgang al verbazend snel het terrein opgereden, deze werden door de massa onthaald op gejuich en applaus. Niemand hoefde het volk aan te sporen om de weg vrij te maken, er vormde zich spontaan een erehaag. De helden waren gearriveerd.
Nog meer gejuich toen om negen uur de poorten weer opengingen. Binnen werd ook het publiek verwelkomd door een erehaag. Tientallen stewards bedankten ons voor het geduld en klapten in de handen. Een half uur later werd er op alle podia weer muziek gespeeld en stonden aan de eetstandjes alweer lange rijen mensen aan te schuiven. Op het dak van het bochtgebouw inspecteerden brandweerlui de laatste smeulende resten.
"De brand zelf was vrij vlug onder controle," zegt Irène Rossi van Couleur Café: "Maar het parket moest eerst nog een onderzoek instellen om te weten of er mogelijk kwaad opzet in het spel was. Wat dus niet het geval bleek te zijn. Ons verheugt natuurlijk in de eerste plaats de vlotte evacuatie. Ik denk dat we hiermee een voorbeeld hebben gesteld voor heel Europa."
Dat was zaterdag. Vrijdag hadden we al UB40 gezien, of toch het eerste deel. De heren begonnen heel sterk met 'Food For Thought', 'Who You Fighting For' en 'One In Ten', drie van hun meest militante songs, maar de rest van het concert had meer weg van een reggae-uitvoering van Tien Om Te Zien. 'Kingston Town', 'Cherry Oh Baby', 'Rat In The Kitchen'. Even Kelis (slecht) en Dubioza Kolektiv (Bosnische dubhop) gaan checken, en daarna ook nog 'Johhny Too Bad' en 'Here I Am Baby' gehoord. Braaf, heel braaf. Opmerkelijk toch, hoe een nieuwe generatie de lange tijd zo verguisde groep nu toch weer in de armen sluit.
In feite was het vrijdag wachten tot de laatste concerten om het geloof in de muzikale betovering van Couleur Café te herstellen. Manou Gallo (ex-Zap Mama) presenteerde in de kleinste tent gedurfde wereldrock, zij zelf zingend en virtuoos op bas, haar gitarist en drie strijkers (!) prominent aanwezig in solo's en arrangementen. Sterkste act van de avond. In de grote Titan-tent maakte Gotan Project indruk met sublieme tangodub, gestileerde projecties en een verheven lichtshow.
Ook zaterdag duurde het lang voor het feest echt losbarstte maar dat had alles te maken met de brand in de vooravond, waardoor onder meer Daan en Yuri Buenaventura het met een eerder bescheiden opkomst moesten stellen. De echte bevrijding kwam er pas na het vuurwerk, toen Ziggy Marley de grote tent helemaal liet vollopen. Bob's oudste zoon leverde een perfecte, zij het veel te korte set af, een mix van oude Marley-klassiekers (een fantastische uitvoering van 'Lively Up Yourself', 'Rastaman Vibration' met schitterende backing vocals, en 'Them Belly Full', Marley op zijn allerbest), twee classics uit het eigen oeuvre ('Justice', 'Conscious Party') en een handvol geweldige songs uit zijn Grammy-winnende album 'Love Is My Religion'. De ska van 'Black Cat', de bluesreggae 'Be Free', de funkreggae van 'Still Storm Strong', het Afrikaanse tintelende titelnummer, door de hele tent meegezongen.
Nadien zalig chillen met Adrian Sherwood in de alsnog heropende Electro World. De paus van On-U Sound draaide er bijna de hele nieuwe plaat van Lee Perry door, nog niet op de markt maar vanaf nu wel iets om naar uit te kijken. Wij hoorden stokoude Black Ark-ritmes in bevreemdende remixen en ook twee geheel nieuwe riddims. Amper toeschouwers in de hal maar voor ons de perfecte after party.
Zondag. Na het vuur kwam de regen. En Horace Andy, de man die we eigenlijk nooit willen missen als hij in de buurt is. Heeft intussen zo veel songs op zijn naam staan dat hij iedere keer een andere selectie kan brengen, en het publiek zo telkens weer weet te verrassen. Dat deed trouwens ook de nieuwe trombonist van de Dub Asante Band, die als voorafje uitpakte met enkele indrukwekkende instrumentals, waaronder het thema van 'The Godfather'.
De setlist moet volstaan om alle fans van Horace Andy te doen watertanden: 'Fever', 'Problems' (rockers version), 'Children Of Israel' (one drop), 'Money Money Money', 'Zion Gate', 'Rasta No Style' (Entertainment riddim uptempo version), 'In The Light', 'Natty Dread Ah She Want', 'Bless You' (lovers uit de nieuwe plaat, een favoriet van Jah Rebel!), 'Every Tongue Shall Tell', 'Skylarking' ("my first hit song"), 'Mr Bassie' (steaming version, Mittoo's organ vervangen door een heerlijke trombone), 'Cuss Cuss' en als bis 'Leave Rastaman Alone'. Great band, great show, maar we hadden niet anders verwacht.
Voor Sean Paul verwijzen we u graag naar de commentaren van de specialisten want wij vonden dit absoluut knudde. Dat Belgian ladies de most sexy zijn, wisten wij al lang - dat hoefde onze vriend geen 80 keer te herhalen. Dat hij extra applaus moest krijgen omdat hij alleen met zijn gitaar op het podium durfde zitten, was ook wat overdreven, maar het was wel een mooi rustpunt in de lawaaierige, deels elektronisch opgewekte dancehall van de andere "nummers". Als "I'm Still In Love" with you niet zo'n achterlijke tekst had, was dàt zonder twijfel het hoogtepunt van de show geweest, de enige "echte" reggae die Sean Paul ten gehore bracht. Zij het dat het gezongen stuk van het publiek moest komen. Veel kinderen en bakvisjes natuurlijk, dat heb je als je een hitzanger uitnodigt.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Jul 01, 2007