
Hij begon zijn carrière als Junior Soul onder leiding van Derrick Harriot met nummers als 'Mish kushie' en 'Slipping', op zijn identeitskaart staat de naam Mervin Smith Junior, maar iedereen kent deze man eerder onder de naam Junior Murvin, the reggaeking of falsetto. (Al zou Cedric Myton van de Congos ook in aanmerking kunnen komen voor deze titel.) Veel albums heeft hij niet uitgebracht, maar Junior Murvin is wereldberoemd door zijn onvergetelijke album 'Police And Thieves' uit 1977 geproduceerd door Lee 'Scratch' Perry op Island Records. Dat nummer werd onder meer door The Clash en Boy George gecoverd, wat er voor zorgde dat het nummer een plaats in de eeuwigheid verwierf. Zijn single 'Cool Out Son' op de Real Rock riddim is een nummer dat ook kan geklasseerd worden als een reggaeklassieker. Een bezoekje brengen aan Earl 'Chinna' Smith levert tegenwoordig telkens een album op, daar kon Junior Murvin ook niet van onderuit. Al zal hij dat zeker niet erg gevonden hebben. Na meer dan twintig jaar na zijn debuutalbum brengt deze frêle man eindelijk nog eens een album uit.
De meeste nummers zijn wel van 'Police And Thieves', maar die nummers blijven goed, no matter what. Danny Dread, soundman en producer zorgt voor een intro bij 'Police And Thieves', dat heerlijk klinkt met louter wat nyahbingidrums, een orgel en een gitaar.
Verder krijg je nog drie nummers van zijn legendarische debuutalbum namelijk 'Roots Train', 'Solomon', nog zo'n klassieker die nog wekelijks in de dancehalls en op parties wordt platgespeeld, al is het tegenwoordig eerder in de vorm van dubplates. Als laatste nummer van'Police And Thieves' krijg je 'Rescue Jah Children'. Het enige nummer dat hij vergeten is te zingen, maar eigenlijk ook had moeten zingen, is 'Tedious'. Wicked rockers tune! Dat is dan maar voor de volgende keer.
Junior Murvin liet zich vooral inspireren door soulartiesten als Nat King Cole, Billy Eckstein, Sam Cooke, Roy Hamilton en Curtis Mayfield. Van die laatste heeft hij dan ook talloze covers gezongen. Waaronder 'Gipsy Woman' en 'Rescue The Children'. Hier worden ze in een nyahbinghi-versie gegoten en speelt zelfs de hond van de buren een rol in 'Gipsy Woman'. Die hoor je namelijk af en toe blaffen op de achtergrond.
Eind jaren zeventig bracht hij een album uit met Mikey 'Dread At The Controls' Dread, 'Bad Man Posse'. Hier zingt hij het titelnummer met een intro van Chinna Smith.
Als laatste vuurt hij nog een cover van Bill Withers op je af, het onvergetelijke en tot betreurnis gecoverde 'Ain't No Sunshine'. Al blijft dat nummer steengoed: "Ain't no sunshine when she's gone...".
Wat opvalt is dat Junior Murvin niet meer helemaal toonvast zingt als hij zijn falsetto stem gebruikt (hij zingt ook niet vals, maar toch), maar als hij met zijn gewone stem zingt, heeft hij nog steeds een onberispbare stem. Misschien een aanrader voor een volgend album, laat die falsetto voor wat die is of was. Al is het tegelijkertijd zijn sterkte. Iedereen kent hem in die stijl, maar het valt op tijdens zijn optredens dat nog maar weinig mensen onder de indruk zijn van zijn falsetto. Dat is dan ook misschien te wijten aan de stijl van zijn muziek. Heel rootsy en rustige reggae, niet die opzwepende reggae van tegenwoordig.
Dit is al bij al toch weer een geslaagd album van Inna De Yard met en in de tuin van Earl 'Chinna' Smith. Hopelijk volgen er nog velen meer. Give thanks Chinna!