Reggae.be
Reggae in Canada
Roots & CultureFeb 28, 2007

Reggae in Canada

By Crucial Alphonso

Tijdens de periode van sociale en politieke turbulentie in de jaren 1970-80 in Jamaica, verhuisden talloze Jamaicanen naar het noordelijk gelegen Canada. Dat was niet anders voor verschillende reggae-artiesten. Zo passeerden Jackie Mittoo, Ken Boothe, Willie Williams, Leroy Sibbles, Johnny Osbourne (die daar ook onder de naam Bumpy Jones heeft opgenomen) en nog vele anderen de revue in het land der ijshockey en prachtige nationale parken.

Die verhuis zorgde in die tijd voor een muzikale eruptie. Ska en rocksteady groepen zoals The Sheiks, The Cougars en The Cavaliers kwamen uit de grond als paddestoelen. In 2006 kwam er nog een compilatie-album uit met Canadese funk en reggae, 'Jamaïca To Toronto', gecompileerd door Sipreano en Light In The Attic. Daarop vind je enkele nummers terug van The Sheiks en The Cougars, maar ook nummers van Jo-Jo and the Fugitives, Jackie Mittoo en Noel Ellis, de zoon van Alton Ellis die in 1983 zijn fantastische en enige album uitbracht op Summer Records geproduced door Jerry Brown in zijn Summer I studio in Ontario. Dat showcase album wordt gekenmerkt door nummers als 'Memories', 'To Hail Selassie' en 'Rocking Universally', een versie van het originele nummer van Willie Williams, die meewerkte aan het album als gitarist en toetsenist. Johnny Osbourne, die de percussie verzorgde op Noel Ellis' album, is ook terug te vinden op de funk & reggae compilatie met zijn instrumentale single 'African Wake' op Records Tropical. Een nummer waarvan hij later een vocale versie van uitbracht, 'Jah Jah Children' opgenomen in New York City.

Glen Washington, die als drummer begon (zijn vak leerde van Joseph Hill, een andere voormalige drummer) en pas later als solo-artiest verder ging, pendelt ook tussen Jamaïca en Canada, maar nam toch voornamelijk in Jamaïca en Engeland op met bands als Ruff Cutt en the Ras Ites. Zijn laatste albums 'The Right Road' op Jet Star en 'Wanna Be Loved' op VP Records zijn van grote kwaliteit. Zijn versie over de Fade Away riddim van Junior Byles, 'Jah Glory' blijft toch ook onvergetelijk. 

Nog zo'n man die pas op latere leeftijd echt doorbrak is Leroy Brown die in Jamaïca zijn carriere begon met The Emotions in de jaren '60 en een paar jaar geleden zijn comeback maakte. Hij won meteen verschillende Canadese awards. Het album, 'Color Barrier' dat vorig jaar uitkwam op het Franse Makasound is een must have. Pure roots & culture. Van rocksteady naar roots reggae. Op 18 augustus van vorig jaar was hij trouwens nog te bewonderen in de Petrol Club als voorprogramma van Culture (Wat de geschiedenis is in gegaan als het laatste optreden van Joseph Hill), samen met Ryan, een jong talent uit Canada. Die Ryan Bailey nam verschillende nummers op voor de one riddim albums van Special Delivery, zowel voor 'Storm Alarm' als voor 'Clean Vibes'. Naast reggae is hij ook thuis in soul en r&b.

Ryan is natuurlijk niet het enige talent uit Canada. Zo heb je nog Anthony Smith aka. Jahranimo, die zich liet gelden met zijn album 'Real Life'. Waarvoor hij samenwerkte met zijn compaan Zukie Joseph, D-Luscious, Lil'Precious en Kirk Davis, broer van Beenie Man en vroeger bekend onder de naam Little Kirk. Jahranimo, toen nog Apache, liet voor het eerst van zich horen in 1988 op jonge leeftijd tijdens een sound system clash tussen Ticka Music en Pieces Sound en werd toen al bestempeld als Best Entertainer. Hij heeft een originele toasterstijl en zoals het een echte rastaman beaamt, heeft hij sterke teksten die iets bijbrengen.

Naar aanleiding van dit onderwerp had ik een telefonisch interview met een ander opkomend talent. Deze keer een vrouw: Sonia Collymore. Deze Canadese schoonheid, geboren in Barbados, stelde in 2004 haar eerste solo-album voor, 'Wysiwyg'. Na jaren de backing-vocals verzorgd te hebben voor grootheden als Beres Hammond en Leon Coldero, een voormalig lid van Byron Lee and The Dragonaires, was ze klaar voor een eigen album. Wat in 2005 resulteerde in de award voor Reggae Recording of the year op de Juno Awards. Daarvoor was ze al vier maal bekroond met Canadese awards voor haar singles 'Breathe' en 'You Won't See Me Cry'. Naast zingen werkt ze nog fulltime in een telecommunicatiebedrijf als executive assistant, kortom dit is een dame met pit, what you see is what you get!

Barbados heeft toch eerder een rijke geschiedenis qua Calypso en Soca, van waar je voorliefde voor reggae?
Sonia Collymore:
"Mijn vader speelde 24 uur, zeven op zeven reggae. Hij had in de kelder platenspelers en een microfoon staan, waarmee hij radioprogramma's maakte voor zichzelf. Regelmatig kwam ik er bij zitten en begon mee te zingen met zijn platen. Wat niet naar de zin was van mijn vader, die telkens hij wou opnemen zei dat ik moest zwijgen. Vandaar dat ik op de achtergrond begon mee te zingen. Iets wat later van pas zou komen."

Inderdaad, je hebt voor verschillende artiesten de backing-vocals verzorgd, waaronder voor Beres Hammond. Dat was vast een leerrijke ervaring om met zo'n grootheid samen te kunnen werken?
S.C.:
"Ja natuurlijk, ik heb 7 jaar met Beres samengewerkt hé, dat is niet zomaar even, dus je leert heel wat bij. Ze kwamen via een vriendin bij mij terecht toen één van zijn backings had besloten terug te gaan studeren. Het allereerste optreden was in Barbados én op mijn verjaardag. Deze omstandigheden liegen er niet om: het stond in de sterren geschreven dat ik daar moest staan! We hadden toen nog niet samen gerepeteerd, maar omdat het zowat een "thuismatch" was, voelde ik me vanaf het eerste moment prima."

En de samenwerking in de studio?
S.C.:
"Het was een privilége om met Beres in de studio samen te werken, voor mij was dat vooral leerrijk. Op het gebied van structuur en inhoud. Hij vertelde me dat inhoud onmisbaar is voor een goed nummer: je moet kunnen ontroeren of zelfs iets bijbrengen. Zijn manier van teksten schrijven is wel apart. Hij schrijft nooit iets neer. Hij bedenkt een paar lijnen, neemt die op en bouwt daar dan op verder. Zelf moet ik alles opschrijven en structuur brengen om een overzicht te krijgen van het geheel en dan kan ik pas de tekst inzingen."

Na verloop van tijd heb je dan besloten solo te gaan, vanwaar die moed om het veilige nest, waar de achtergrondzangeressen zich bevinden, te verlaten en in de spotlichten te treden?
S.C.:
"Wel, vroeger wou ik niets liever dan op de achtergrond mee te zingen, maar je moet vooruit gaan in je leven en dus ook met en in je muziek. De mensen bestempelen je op de duur als backing vocal en niet meer dan dat. Maar ik voelde me juist wel meer dan dat! Het was niet meer dan logisch om solo te gaan."

Hoe heet je eerste single?
S.C.:
"'What have I done', die heb ik in 1999 opgenomen en is uitgekomen op het Harmony House label van Beres Hammond. Maar mijn doorbraak had ik met 'Breathe', (op het XeS Music label) een cover van Faith Hill die ongeveer meteen in de hitlijsten verscheen na zijn release."

Is het niet moeilijk om als vrouw door te breken in de reggae, wat toch nog altijd een mannenwereld kan genoemd worden. Heb je bijvoorbeeld enige populariteit in Jamaïca?
S.C.:
"Zeker wel, mijn album wordt regelmatig gedraaid op Irie FM en door te touren met de artiesten door Jamaïca kennen ze me er al een beetje. Beres Hammond nam tijdens elk optreden de tijd om de groep voor te stellen en dus ook de backing-vocals. Dat was altijd een momentje van roem voor ons, echt te gek! Maar het is inderdaad moeilijk om als vrouw door te breken in deze muziek. Je mag natuurlijk niet vergeten dat artiesten zoals Sizzla, Capleton en Luciano volledig met hun muziek bezig kunnen zijn, omdat ze worden bijgestaan door een toegewijde vrouw die instaat voor de kinderen en die voor het eten zorgt, kortom die er altijd staat. Het is uiteindelijk wél zo dat je als vrouw, eens je kinderen hebt weinig tijd kunt steken in andere zaken. En op een bepaald moment moet je dan kiezen tussen wat belangrijk is en wat niet, want om resultaat te halen moet je je volledig kunnen focussen. Voorlopig heb ik zelf nog geen kinderen, dus moet ik mij daar geen zorgen over maken."

Je kan je muziek bestempelen als lovers rock, heb je nooit roots-reggae gemaakt?
S.C.:
"O, maar dat is niet bewust hoor. Ik schrijf gewoon wat er in me op komt en dat zijn nu toevallig meestal teksten over de liefde, snap je. Met Beres heb ik wel eens een rootsnummer gemaakt, 'Why Me Jah', maar dat is nooit uitgebracht. Ik wil zeker nog roots nummers maken, want ik wil mijn roots & culture niet verloochenen, maar een Luciano zal bijvoorbeeld ook nooit een volledig loversrock album uitbrengen, maar misschien wel hier en daar een nummer. En roots-reggae is niet zomaar een stijl van muziek, het is een levensstijl en je moet je er in verdiepen, you've got to walk the walk & talk the talk! Maar om eerlijk te zijn: ik heb gewoon te strak haar voor dreadlocks!" (schatert)

Over het album nu, waarom het je gekozen voor deze titel: 'Wysiwyg'?
S.C.:
"De titel mocht niet afkomstig zijn van een nummer op het album, dat vond ik te gemakkelijk, en het moest in één woord vertellen voor wat ik sta. 'Wysiwyg' is een computerterm en betekent "what you see is what you get" en verwoord helemaal wat ik wil zeggen. Ik heb geen zin om mij te verstoppen achter één of ander imago. Als je het album beluistert zal je mij horen, punt."

Wat is voor jezelf het krachtigste nummer van het album?
S.C.:
"In feite ben ik tevreden over veel van de nummers. Je voelt natuurlijk dat ik nog moet groeien, maar dat spreekt voor zich. Als ik toch een nummer moet nemen, kies ik 'Don't You Stop Loving Me'. Dat is een nummer dat ik voor mijn vriend heb geschreven, waardoor het om échte gevoelens gaat en die gevoelens worden iedere keer versterkt als ik het nummer beluister."

Mooi is dat, echte liefde. Vertel eens iets meer over de samenwerking met Ce'cile voor het nummer 'Walk Away'?
S.C.:
"Ja, dat was een heel toffe samenwerking. Ik had het nummer geschreven, maar er was nood aan een surplus van een dj. Naar analogie met de tekst moest dat wel een vrouwelijke dj zijn en mijn goede vriendin Mrs. Irie, een dj uit Chicago, vertelde dat zij Ce'cile kende en stelde voor om het materiaal te laten horen aan haar. De riddim was al ter plekke, want die was ingespeeld door de Gumption band (een van de betere Jamaicaanse begeleidingsbands naar mijn mening), dus moest ik enkel mijn deel doorsturen. Ce'cile zag het meteen zitten en het frappanste van al is dat ze haar deel in minder dan een uur heeft afgewerkt en toch klinkt het alsof we samen in de studio stonden."

En wie zijn Yogi en Chrome waarmee je enkele nummers opnam?
S.C.:
"Wel, Yogi is een neef van Beres, een zanger pur sang, ik was dus maar al te blij dat hij het nummer Roots wine met me wou maken. Chrome is een opkomend talent afkomstig van de Shoking Vibes Crew van onder andere Beenie Man. Hij heeft een totaal andere stijl als Yogi en doet me denken aan Shaggy, alleen zingt hij nog een beetje dieper."

Heeft het album veel succes in Canada?
S.C.:
"Zeker, hij staat in verschillende hitlijsten hoog geplaatst. In het magazine Reggae Exclusive sta ik in de hitlijst met twee nummers. Verschillende radiostations spelen mijn album, zelfs de commerciële zenders en toen ik in november 2004 mijn cd voorstelde, moest ik optreden voor een volle zaal. Bewijzen genoeg dat het album het goed doet, maar het kan altijd beter natuurlijk."

Je hebt al verschillende awards gewonnen. Hoe verloopt dat juist, want in België en in de meeste Europese landen is het ondenkbaar dat reggae-artiesten worden genomineerd voor een muziek-award, laat staan dat ze er een winnen.
S.C.: "
Inderdaad, maar het heeft hier in Canada ook moeten groeien. Je hebt de Canadian Reggae Music Awards, louter voor reggae artiesten en de Juno Awards. De Juno awards zijn te vergelijken met de Amerikaanse Grammy awards, echt wel groot dus. Het evenement duurt twee dagen en vindt elk jaar in een andere stad van Canada plaats. Alle stijlen van muziek komen er aan te pas van country tot rap en van pop tot wereldmuziek. En dus ook reggae. vroeger waren er niet altijd kandidaten genoeg voor de categorie reggae. Met het gevolg dat je niet elk jaar een award had voor die catogerie. Maar de laatste jaren is het zo gegroeid, dat je nu 30 tot 40 kandidaten hebt voor die ene award."

Heb je nog nieuwe projecten?
S.C.:
"Ik ben bezig met het nummer 'Can't Get Enough' voor de one-riddim album van de Gumption band, de Girlschool riddim. Dat is een compilatie-album met alleen vrouwelijke zangeressen en dj's. Verder volgen nog enkele singles op het XeS Music label. Zoals je hoort, ik ben niet te stoppen!" (schatert)

Reggae in Canada

About the Author

Crucial Alphonso

Genres

RootsDancehallReggaeNew Roots

Published

Feb 28, 2007