
Vorig jaar Damian, nu Ziggy: de Grammy jury begint stilaan te begrijpen waar het om draait in de reggae. We hadden het eerste zelf nog niet door maar 'Love Is My Religion' is inderdaad de beste (charismatische en overal verkrijgbare) plaat van het jaar. Groeit bij iedere beluistering en doet nog meer uitkijken naar het solodebuut van Stephen Marley.
Ik hoorde 'Make Some Music' voor het eerst in de zomer van 2006. Of liever: ik zag het, in een reportage op Arte over Summer Jam. Schitterend. Een vlijmscherpe tsjak, door Ziggy zelf strak gechopt, domineert het ritme. Het lijkt heel simpel, en dat is rootsreggae in essentie natuurlijk ook, maar de song snijdt door merg en been. De volgende dag meteen het album aangeschaft, in de iTunes gestoken en sindsdien telkens weer verrast en lichtjes euforisch als er in de shuffle een track van 'Love Is My Religion' passeert. Muzikaal heeft Ziggy met dit album definitief een eigen stem gevonden, los van de Melody Makers. Tektsueel diept hij liefde, vriendschap en vrijheid uit op een manier zoals alleen echte rasta's dat kunnen.
De productie van Stephen Marley is ronduit meesterlijk en doet verlangend uitkijken naar de nakende soloplaat. Wie dacht dat Damian Marley de fakkel had overgenomen van zijn oudere broers, was al vergeten hoe goed de albums van de Melody Makers waren zo rond de jaren '90.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Feb 12, 2007