
Het heeft lang geduurd maar er lijken nu toch eindelijk een paar volwaardige Vlaamse reggaebands aan de oppervlakte te komen. Savana Station brengt deze maand een tweede album uit en is een vaste waarde op Radio 1. Grasjas en Campina Reggae zingen in het Nederlands. Calabash is de vaste begeleidingsband van Omar Perry, de zoon van Lee. Het kan geen toeval zijn dat net nu ook de Mighty Pirates weer opduiken, de oudste reggaegroep van het land.
Opgericht in 1989 brachten Mighty Pirates pas tien jaar later een eerste CD uit, 'Enjoy' (wij herinneren ons drie goeie tracks) en het was nog eens zeven jaar wachten op 'Give Thanks', het uitstekende nieuwe album. Niet dat het de spil van de groep, zangergitarist Roni Geboers, aan inzet of enthousiasme zou ontbreken. Met de Kongolese groep Makoma toert hij ieder jaar door Afrika en de Pacific, waar hij vaak optreedt voor meer dan 50.000 mensen. "Het is altijd makkelijker om een groep te vormen dan om een groep samen te houden," zegt hij: "zeker in de reggae, per definitie een marginaal genre. Maar als je muzikant bent en vindt dat je iets voor de anderen moet doen in het leven, is reggae de meest positieve keuze. Talent heb je niet om er zelf beter van te worden maar om een bijdrage te leveren aan de gemeenschap, en daarvoor is reggae het ideale kanaal. Peace, love and unity, that is my quest."
Reggae is ook bij uitstek studiomuziek. Alleen de allergrootsten (Bob Marley, Burning Spear, Third World, Toots) hadden of hebben een live act die de vergelijking met de beste rockgroepen kan doorstaan. Laat dat nu ook gelden voor Mighty Pirates, een verzameling uitstekende muzikanten die allemaal hun bijdrage leveren aan de sound en het repertoire. "Wij zijn in eerste instantie een live band," zegt Roni Geboers. "Onze nummers ontstaan tijdens het jammen. Hoe vaker we ze spelen, hoe meer we eraan kneden, hoe beter ze worden. We vertrekken natuurlijk wel vanuit een basisakkoord en op basis van een tekst die ik heb geschreven. Get out of your prison of selfishness: die zin schoot me op het vliegtuig plots door het hoofd en vormde de aanzet van een nieuwe song. Ik ga aan de slag met de tekst waar het ritme eigenlijk al een beetje in vervat zit. Daarna krijgt iedereen volop ruimte om het nummer in te kleuren. Ik hoef het niet eens zelf te zingen. Toen we de groep oprichtten, was ik zelfs helemaal niet van plan om zanger te worden. Ik ben een gitarist. Maar niemand anders wilde de zang voor zijn rekening nemen dus heb ik het maar zelf gedaan. Vandaag zingt iedere muzikant minstens één eigen nummer. Ik hoef er nu niet eens meer bij te zijn als zanger."
Wat Roni Geboers op zich niet slecht uitkomt. Zo kan hij ieder jaar een paar maanden naar Afrika, niet alleen om er te spelen met Macoma maar ook om zich "...te herbronnen, om mijn kracht terug te vinden. Het leven van een muzikant loopt niet altijd over rozen en het systeem durft me wel eens zwaar op de schouders wegen. In Afrika kan ik aarden, dat is roots, back to earth. Toen ik voor de eerste keer in Afrika kwam, werd ik echt overweldigd door oergevoelens. Een diepere liefde, een betere geur, een scherper gezicht, meer gehoor, klare lucht... Alles is er puurder. Hier zie je alleen maar negatieve beelden uit Afrika terwijl ginder zoveel positieve dingen gaande zijn. In Afrika beweegt nog iets, daar gaat het nog vooruit, zij het mondjesmaat."
Roni heeft ook Ethiopië bezocht: "In Shashamane is niet veel te zien. Een klein dorpje. De meeste inwoners vinden de rasta's maar een raar volkje." Voelen die rasta's zich goed in Shashamane (een stuk land dat Haile Selassie - echte naam Ras Tafari - eind jaren '40 van de 20ste eeuw via de Ethiopian World Federation ter beschikking stelde van ballingen en andere verloren gelopen Afrikanen). Hebben ze daar inderdaad hun lotsbestemming gevonden? "Ze leven in armoede maar blijven hopen, waiting for Armagideon time to come."
Roni heeft intussen opgetreden in meer dan twintig Afrikaanse landen en stond vorig jaar in Senegal op een festival samen met Youssou N'Dour, Jimmy Cliff, Alpha Blondy en Papa Wemba. Maar het is toch met zijn eigen groep Mighty Pirates dat Roni Rasta nu een definitieve doorbraak beoogt. 'Give Thanks' wordt deftig verdeeld en gepromoot, een luxe die de groep in al die jaren nog nooit te beurt is gevallen, en door de oprichting van een vzw zit ook administratief alles snor. En wat misschien nog het belangrijkste is: met de nieuwe plaat geeft de groep de fans waar voor hun geld. Kwantitatief - negentien nummers, bijna tachtig minuten muziek - maar vooral kwalitatief. Dit is rootsreggae in de grote traditie, zij het af en toe met een felle Afrikaanse twist en muzikaal gevarieerder dan de meeste Jamaicaanse albums. Wat kan je meer verwachten van een Vlaamse reggaeband?

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Oct 19, 2006