
Amper reclame of sponsoring, geen grote namen op de affiche en toch al ruim een kwarteeuw een droom van een festival: dat kan alleen maar in de reggae.
Het is ieder jaar weer een prachtige droom die zich afspeelt in de bossen van Geel Bel. Je belandt er in een wereld die nog niet bevuild wordt door megasponsors, visueel misschien wel het grootste verschil met andere festivals. Reggae Geel slaagt er na al die jaren nog altijd in om uit de klauwen van Babylon te blijven, om het in rastataal te zeggen. Voor zover de adverteerders al interesse zouden betonen in deze wonderlijke subcultuur. Daarvoor is reggae nog altijd te rebels en omstreden, te onbekend en onbegrepen. Om die reden hoeven de organisatoren trouwens ook niet te rekenen op het lobbywerk van een plaatselijke politicus om subsidies los te krijgen. Terwijl geen ander festival al sinds jaar en dag zo nadrukkelijk de waarden en criteria onderschrijft die aan de grondslag liggen van dat soort erkenning, al was het maar doordat de optredende artiesten van nature een boodschap van vrede, liefde, verdraagzaamheid en rechtvaardigheid brengen. Dat is kort samengevat de droom die Haile Selassie (Ras Tafari) volgens de rasta's wilden verwezenlijken als keizer van het heilige land Ethiopië, en het waren op het podium in Geel ook de vaakst terugkerende woorden. Naast ganja natuurlijk.
De actuele discussie over het politiek-maatschappelijke gehalte van songteksten is in de reggae nooit gevoerd omdat sociale bewustmaking er inherent deel van uitmaakt. Zaterdag volgens sommigen zelfs tot vervelens toe, toen de oude toaster (een voorloper van de rappers) Prince Jazzbo zijn nummers om de haverklap onderbrak voor een lesje moraalfilosofie. Alleen sloeg de man wel nagels met koppen en sloten zijn commentaren mooi aan bij de hits die hij 30, 40 jaar geleden gescoord heeft. Misschien heeft zelf Raf Coppens er lering uit getrokken, de eerste en enige BV die we hier ooit gezien hebben. En die ook door niemand herkend werd, of toch zeker niet lastig gevallen. Zo zijn de bezoekers van dit festival niet. Typisch Jamaican style voor de rest, de set van Jazzbo. Veel rewinds, veel herinneringen en verwijzingen en in dit geval ook plenty info over zijn platen. Opgenomen in februari 1973, een version van Horace Andy's 'Skylarking'. 'Kick Boy Face', uit een LP die nooit officieel is uitgebracht (maar wij hebben hem wel). En natuurlijk zijn hits voor Coxsone Dodd ('Pepper Rock', een version van Spear's 'Rocking Time') en Lee Perry ('Ital Corner', 'One Step Forward Version'). Ricky Chaplin, de zoon van Prince Jazzbo, speelde de authentieke wilde rastaman en hij deed dat met heel veel kabaal en overtuiging.
Reggae Geel is ook een perfect multiculturele droom. Je behoort er als jonge, blanke man, toch de archetypische concertganger, niet tot de meerderheid. Naast de vele oudere en vrouwelijke fans die de muziek aantrekt, zie je ook nergens zo veel Afrikanen en Marokkanen. Dit festival viert de multiculturele maatschappij niet alleen op het podium maar ook en vooral op de wei.
Voor alles is Reggae Geel natuurlijk een muzikale droom, en daarvoor heeft het festival niet eens de echte topnamen in het genre nodig. Hier geen Sean Paul, Damian Marley of Bunring Spear, die trouwens ook op andere plaatsen te zien zijn, maar wel zangers en groepen van wie je als fan nooit had durven dromen dat je ze ooit nog eens live zou zien. De fantastische Cornel Campbell zong met zijn zuivere hoge tenorstem de sterren van de hemel. 'Boxing', 'Rope In', 'Jah Me No Born Yah', 'The Gorgon', 'Ten To One', 'Queen Of The Minstrel', 'Natty Dread Inna Greenwich Farm', 'Let's Start Again': voor mij was dit één groot vuurwerk van memorabele hits, door de Ruff Cut Crew perfect vertolkt in de juiste stijl, from rockers to Studio One. De even legendarische (in onze kringen toch) Linval Thompson leverde de strakste set van de avond af, een sublieme mix van superieure zang en dub. 'Mr. Bossman', 'Jah Jah Dreader Than Dread', 'I Love Marihuana'... Linval Thompson zorgde wat mij betreft voor het absolute hoogtepunt van de dag, maar ik ben dan ook een onvoorwaardelijke fan.
Veel oude fans ook voor Tapper Zukie, de militante toaster die destijds mede dankzij Patti Smith ook buiten de reggae bekendheid verwierf. Hij bracht een krachtige selectie van zijn grootste hits: 'MPLA', 'Green Bay Murder', 'Pick Up The Rockers', 'Tappa Roots', 'Oh Lord!'... Eindelijk heeft Tapper zijn wanvertoning van weleer in Hof ter Lo goedgemaakt. Ook uit de stal van Linval Thompson (even invloedrijk als producer als als zanger): rubadubzanger Triston Palmer ('Joker Smoker', 'Entertainment', 'Spliff Tail': dat we die songs ooit nog eens live zouden zien!) en Burru Banton, een verre voorganger van de brulapen die tegenwoordig de dienst uitmaken in de dancehall (ragga). Hij bracht het publiek als enige echt op kookpunt, maar die liefhebbers waren voor de gelegenheid dan ook speciaal overgekomen uit de Bounce Dance Hall, waar sound systems de dienst uitmaakten. De rest van de dag was de wei aan de rootsfans en die genieten subtieler, uiterlijk schijnbaar onbewogen maar binnenin vol gloed, passie en herkenning. Zeker toen na middernacht The Congos aantraden. In Dour was leadzanger Cedric Myton veel beter bij stem maar de songs zijn onsterfelijk en de samenzang blijft van een hemels niveau. Als in een zalige groengeelrode droom.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Aug 05, 2006