
Burning Spear was fantastisch, Lee Perry ontgoochelde, Third World bevestigde. Drie dagen reggae op het mooiste festival van het land.
Het probleem op Couleur Café is dat je overal blijft hangen. Weer eens op weg naar een ander podium passeer je toevallig langs het tentje van Théatre Varia. Een Congolees doowop-koortje van vier vrouwen zingt Summertime. Ze doen dat zo mooi dat de rest van het festival even stil lijkt te staan. Of je loopt binnen in het Cool Art Cafe, waar een expo van organische kunst je veel langer fascineert dan je eigenlijk gepland had. Je kan ook de doorsteek nemen via Electro World, de danstempel die eindelijk een geschikte centrale plaats heeft gekregen.
Vrijdag was het er zweven op verheven dub en loungemuziek, zaterdag zette Off The Record de tent op z'n kop, het fantastische human beat box-project van Manu Kersting. Vier lichamen, vier microfoons, vier immense luidsprekers: meer heeft het kwartet niet nodig om de allerbeste techno, drum'n'bass, funk, reggae en hip-hop te creëren, met een zware slag van de molen weliswaar.
In de Cinema Brousse wordt de Irak-documentaire van Michael Franti vertoond. Alle zitjes zijn bezet. Ook in de tent van het gespecialiseerde, geëngageerde platenlabel Putamayo is er geen plaats meer om te chillen en de woestijnpub Chez Moma Foufou in het midden van het terrein is zelfs amper bereikbaar. We zijn nog altijd onderweg van het grote Titan-podium naar de kleinere Univers-tent. Redelijk rustig is het in het Village Ongo, het bolwerk van de wereldverbeteraars, verenigd in verschillende ngo's (in het Frans ong). Solidariteit, rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid, strijdvaardigheid, engagement: daar draait het eigenlijk allemaal om op Couleur Café.
Dat kan je proeven in de beide eetstraten, een bonte mengelmoes van tentjes uit alle keukens van de wereld. Dat kan je zien op de Grote Markt, een verzameling hoogst originele winkeltjes. En dat kan je voelen bij de lieve Afrikaanse mama's die voor de kinderen speelgoed zitten te maken van afval. Ze hebben een zithoek naast de Cocktail Bar. Handig voor de ouders, want er staan hier ook een paar banken met tafels, en de zitplaatsen zijn schaars in de buurt van de concerttenten. Tijd om weer op weg te gaan naar het hoofdpodium. Vrijwel meteen worden we mee getroond in de optocht van Los Magnificos, de officiële feestgoden van Couleur Café. Prachtige reusachtige creaturen zijn het, die door hun dragers perfect gemanipuleerd worden en op de tonen van een percussieband dansend over het terrein trekken. We hebben er vrijdag zelfs het Mexicaanse Los de Abajo voor laten staan, nochtans een van de heetste en meest opwindende wereldbands van het moment. Dan moeten de organisatoren het ons ook maar niet zo lastig maken met al die verleidingen. We waren gewoon op weg naar een andere tent.
Burning Spear (Winston Rodney) had maar een handvol nummers nodig om zijn twee uur durende set te vullen. Reggae heeft het voordeel dat je er altijd een eindeloze dub aan kan breien, en daar toonde Spears band zich een meester in. Ook hier weer een ijzersterke blazerssectie op het podium en Rodney zelf mag zich graag amuseren op percussie. Een beetje jammer dat hij geen enkel recent nummer bracht maar de combinatie van zijn charisma en enkele van de mooiste reggaesongs die ooit geschreven zijn, volstaan telkens weer voor memorabele concerten. Het was misschien al de tiende keer dat we Burning Spear aan het werk zagen en toch wist hij ons weer tot tranen toe te bewegen.
Maar het kan niet alle dagen zondag zijn. Zaterdag liep de grote tent helemaal vol voor de Braziliaanse minister van Cultuur maar Gilberto Gil klonk dit keer wel erg belegen. We weten intussen dat hij een grote bewondering koestert voor Bob Marley en om die reden zelfs dreadlocks heeft laten groeien, maar moet hij diens songs daarom zo nodig allemaal coveren? Op een vrij zielloze manier dan nog, eerder muzak dan muziek. Met alle respect voor de muzikale en politieke verwezenlijkingen van Gil maar deze legende heeft live niet veel meer te bieden.
Van Lee 'Scratch' Perry weet je maar nooit of hij die avond niet toevallig het concert van zijn leven zal spelen, maar het kan net zo goed ongelooflijk knudde zijn. De geniale producer maar als zanger evengoed de nar van de reggae coverde net als Gilberto Gil voornamelijk songs van Bob Marley. Op zijn eigen kinderlijke manier dan wel, grappend, grollend en grauwend, maar dit keer ook een beetje lusteloos en ongeïnspireerd. Een enkele verwijzing naar de uitschakeling van Brazilië, voor de rest een rommelig amalgaam van tekstflarden uit oude platen, veelal onverstaanbare parlando's over zeer herkenbare maar rudimentair gespeelde ritmes. Hier hadden alleen Adrian Sherwood of Mad Professor achter de knoppen redding kunnen brengen.
Gelukkig beantwoordden Seun Anikulapo Kuti (de zoon van Fela) en Sergent Garcia diezelfde avond wel aan de hooggespannen verwachtingen, ook al liep de Titan-Tent voor de Nigeriaan amper halfvol. Misschien nog eens terugkomen als hij de 70 nadert.
Zondagavond was het moeilijk kiezen tussen Third World en George Clinton, tussen reggae en funk in hun meest klassieke uitvoering. Ik heb een flink stuk Clinton meegepakt, echt wel far out, en Third World bijna helemaal gezien. Je gaat er altijd naartoe met vooroordelen maar wat is dat toch een goeie live band. En wat klinken die classics nog altijd uitzonderlijk mooi: '96° In The Shade', 'Sata', 'Jah Glory', 'Now That We've Found Love'. En wat speelde Cat Coore mooi op zijn cello. 'Fly Away Home' van Bob Marley. Het perfecte orgelpunt van een heerlijke driedaagse.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Jul 09, 2006