
Het meest diverse uitgangspubliek vind je tegenwoordig in de Antwerpse Petrol Club. Toch als er reggae op het programma staat, en dat is tegenwoordig steeds vaker het geval.
Lang voor disco en dance maakten in de reggae de deejays al de dienst uit. Je zou het een veredelde soundmix kunnen noemen, de manier waarop ze hun muziek aan de man brengen. Plaatje opzetten en meezingen. Alleen gaan ze daar in Jamaica wel iets inventiever mee om. De sound systems zijn op het eiland altijd een broeihaard van talent geweest en hebben de fundamenten gelegd van wat later hip-hop zou worden. Nu de sound systems (of toch wat daarvoor moet doorgaan - een echte sound system beschikt over een echt, zelfgebouwd geluidssysteem) bij ons als paddenstoelen uit de grond schieten, zijn de Jamaicaanse sterren van weleer ook hier echte helden geworden.
Half Pint (Lyndon Roberts) is zo'n zanger. Heeft midden jaren '80 een paar frisse hits gescoord en wordt nu gepresenteerd als een legende. Terwijl zijn succes in hoge mate te danken was aan de producers met wie hij werkte en aan de riddims die hij gebruikte, populaire standaardpatronen die al meegaan sinds de jaren '60. Goed, de man had een gouden stem maar zo zijn er duizenden in Jamaica. En die stem blijkt een kwarteeuw later ook behoorlijk aangetast. De hits van toen rollen er nog vlotjes uit (met 'Greetings' als opener) maar die moet Half Pint intussen dan ook al miljoenen keren gezongen hebben. Net als het overgrote merendeel van zijn collega's heeft Half Pint een paar jaar aan de top gestaan in het genre en is daarna weer weggedeemsterd. Zijn huidige status heeft hij uitsluitend te danken aan de nostalgie naar de jaren '80.
En aan het concept van de sound systems zelf natuurlijk, want daar lijkt nu echt wel een almaar groeiend publiek voor te zijn. Het ging in de Petrol Club niet alleen om Half Pint maar evengoed om Killamanjaro, of toch een dj van de "legendarische" Jamaicaanse sound system, de Parijse Kill Dem Crew en de Antwerpse High Grade Sound. Ze probeerden het publiek naar aloude traditie op hun hand te krijgen met exclusieve dub plates, opnames waarvan in principe maar één vinylplaat geperst wordt. Hoe groter de naam die je weet te strikken om een populaire riddim in te zingen, hoe glorieuzer je ermee kan uitpakken in de dancehall, de plaats waar het allemaal gebeurt. Opmerkelijk: pakweg de helft van de muziek die Half Pint gebruikte voor zijn set, werd in de oorspronkelijke versie al een halve eeuw geleden opgenomen. De Franse dj's kozen dan weer voor de allernieuwste riddims, Sean Paul op speed, wat in combinatie met het onverstaanbare gebrul via de microfoon een zeer enerverende act opleverde.
Maar dat hoort er allemaal bij in de dancehall, van nature een competitief gebeuren, soms op het kinderachtige af. Wat die avonden in de Petrol Club zo uniek en hartverwarmend maakt, is de diversiteit van het publiek, naar kleur, klasse en leeftijd. Sound systems waren tot voor kort nog een louter blanke aangelegenheid maar nu hebben ook Afrikanen, Marokkanen en andere Belgen van buitenlandse afkomst de weg naar de dancehalls gevonden. Wie wil weten hoe het is om niet tot de meerderheid te behoren, moet deze zomer zeker eens afzakken naar de concerten van Buju Banton en Culture (in het kader van Indian Summer) op deze locatie. Je hoeft niet eens voor middernacht de deur uit want de hoofdact verschijnt in de Petrol Club zelden voor half twee op het podium. Bijna zo laat als in Jamaica.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Jun 04, 2006