Reggae.be
Damian Marley: "I love my father's music!"
InterviewsMay 13, 2006

Damian Marley: "I love my father's music!"

By Jah Shakespear

We go way back, de Marley's en ik, en het was niet altijd de muziek die memorabele herinneringen opleverde. Toen Bob in 1980 optrad in Vorst Nationaal moest ik mijn neef bezweren dat hij thuis niets zou zeggen over de sigaretten die hij me zag roken. Gewone sigaretten, voor alle duidelijkheid, maar ook die waren taboe in onze geheel rookvrije familie. Waarop hij reageerde: "Okay, als jij tegen niemand zegt dat ik jointen smoor." Pas toen ik op de middenvloer stond en het concert begonnen was, bleek duidelijk dat ik de uitzondering was met mijn Camels, die in vergelijking met de zoete ganjageuren rond mij stonken als de pest en me om die reden ook behoorlijk wat boze blikken opleverden. Schitterend concert voor de rest, om evidente redenen nog altijd hoog in mijn persoonlijke top tien, maar echte positive vibrations heb ik die avond niet ervaren, toch niet zoals de rasta's ze beleven. Maar dat had misschien ook iets te maken hebben met de kanker die toen al huishield in Bob's lijf. Bijna dag op dag een jaar later zou de ziekte hem fataal worden, op 11 mei 1981.

Eind jaren '80 kwam Ziggy Marley voor het eerst naar België. Door moeder Rita aanvankelijk nog sterk gemodelleerd naar het beeld van Bob, inclusief het jeanshemdje, had Ziggy met zijn groep The Melody Makers definitief bestaansrecht verworven, hits gescoord ('Tomorrow People') en Grammy's gewonnen. Ik kon hem in Nederland gaan interviewen voor de krant. Twee uur later dan afgesproken slenterde Ziggy de concertzaal binnen, nog net op tijd om een korte soundcheck te doen. Het geplande gesprek heeft uiteindelijk niet langer dan een kwartier geduurd. Alweer een geweldig concert; Ziggy Marley moest in zijn beste dagen niet onderdoen voor zijn vader, niet met zijn eigen nummers en niet met papa's klassiekers. Ganja genoeg ook, met de coffeeshop naast de deur. Maar als journalist bleef ik lichtjes gefrustreerd achter. Reggaezangers laten zich nooit makkelijk interviewen, Bob heeft zijn minachting voor onwetende verslaggevers nooit onder stoelen of banken gestoken. Maar Ziggy werd toch gesteund door Virgin Records, en hij had een manager, en een road manager. Dan verwacht je iets meer professionalisme. Niet in de reggae, weet ik intussen.

Ook met Rita Marley (wie herinnert zich nog haar nummer 1-hit 'One Draw'?) was mij ooit een interview beloofd. Ik bespaar u de details van die helse dag in een anonieme hotellobby, zonder eten, zonder ganja, maar mevrouw Marley liet me via haar hofdame uiteindelijk weten dat ze geen zin had in een gesprek. Het was inmiddels ver na middernacht en ik moest nog drie uur rijden naar huis. Onderweg heb ik al mijn afkeer voor Rita er letterlijk uitgekotst, langs de snelweg. Ik heb het secreet later één keer live gezien en zag toen al mijn vooroordelen bevestigd. Vrouwen!

Midden jaren '90 was het de beurt aan de Bobs jongste zonen, Julian en Damian, om in de schijnwerpers te treden. Fijne debuutplaten, leuke duoconcert, maar veel hadden de jongens niet te vertellen. Een vriend van mij met een zak weed op zak kende meer succes. Hij heeft na het concert nog urenlang met de twee Marley's zitten praten. Wat hij me pas achteraf kwam vertellen.

Van Julian is sindsdien nog maar weinig vernomen maar Damian heeft zich de afgelopen jaren opgewerkt tot de nieuwe koning van de reggae. En van de dancehall (ragga), want dat maakt het succes van de op één na jongste Marley zo bijzonder. Hij slaagt er als eerste in om de kloof te overbruggen tussen de fans van zijn vader (en van de klassieke rootsreggae) en de nieuwe generatie. Zijn derde plaat 'Welcome To Jamrock' is een instant klassieker, de eerste terechte winnaar van een reggae-Grammy (ja, die bestaat) in jaren, en hij spreekt ook niet-reggaefans aan, iets wat buiten Shaggy en Sean Paul geen enkele Jamaicaan hem recent heeft voorgedaan.

"Dat zou ook al gelukt kunnen zijn met de vorige plaat," zegt Damian Marley: "maar die heeft gewoon veel minder aandacht en credits gekregen."

Het interview is weken geleden al beloofd, op het allerlaatste moment nog bijna afgeblazen, maar gelukkig ken ik mijn pappenheimers intussen. Gewoon wachten tot ze zelf zin en tijd hebben, en dan op het juiste moment aanspreken. Damian Marley wordt niet afgeleid door ganja, vrouwen of andere storende elementen en praat naar Jamaicaanse normen opmerkelijk helder en uitvoerig.

Damian Marley: "Er wordt in Jamaica heel veel goeie muziek gemaakt die geen kans krijgt, die nooit op de radio wordt gespeeld of waar geen videoclips van te zien zijn. Maar in een huis heeft iedere kamer zijn functie. Met elke plaat zet ik een nieuwe stap in mijn ontwikkeling. Halfway Tree was een succes in de reggaewereld. De fans, de artiesten en de gespecialiseerde journalisten waren het erover eens dat ik een uitstekende plaat had gemaakt die zeker zou doorbreken naar een breder publiek. 'Welcome To Jamrock' lijkt hen minder te bevallen, toch in Amerika, maar dit keer krijg ik meer erkenning buiten het wereldje en zijn de verkoopcijfers nog beter."

Niet om je te slijmen, maar ik vind 'Welcome To Jamrock' je beste plaat tot nu toe. Voor het eerst in jaren had ik ook het gevoel dat de Grammy Award voor beste reggaeplaat naar de juiste man ging.
Damian Marley:
"Give thanks, man. Ik begrijp wat je bedoelt: de reggae-Grammy is meestal een soort lifetime achievement award. Wij hebben niet veel awards in de business dus heeft men eerder de neiging om artiesten te bekronen die al jaren hard aan het werk zijn, en niet zozeer de plaat die ze dat jaar hebben uitgebracht. Dit keer ging het echt om vier sterke albums, vier platen die de award echt wel verdienden. Maar wat me nog meer verrast heeft, was de tweede Grammy (Best Urban/Alternative Performance) die ik gewonnen heb. Dat heeft nog geen enkele reggaeartiest me ooit voorgedaan."

Je slaagt er ook als eerste in om de oude rootsfans, de mensen die zijn opgegroeid met de muziek van je vader, te verzoenen met de dancehallgeneratie. Beide groepen komen naar je concerten en beide groepen kopen je platen.
Damian Marley:
"Yeah, man. Filling the gap, yu' know. Maar dat is nooit een opgezet plan geweest. Mijn platen komen op een heel organische manier tot stand, niet op basis van uitgeschreven ideeën en arrangementen."

Maar wel in nauwe samenwerking met je broer Stephen. Mag ik hem het muzikale genie van de familie noemen?
Damian Marley:
"Ja, maar het gaat echt wel om teamwork. It not a one man ting. Stephen is mijn grote broer, de man die me helpt en inspireert. Ik zou zeggen dat we tegenwoordig allebei evenveel input hebben. En eigenlijk zetten we gewoon het werk voort van de grote foundation zangers, Bob Marley, Bunny Wailer, Burning Spear... The Melody Makers hebben in de jaren '80 in de Verenigde Staten ook al een platinaplaat gekregen en een Grammy gewonnen. Recenter had je Maxi Priest en Buju Banton. Wij plukken de vruchten van wat al die artiesten in het verleden bereikt hebben."

Er staan op je plaat ook een paar riddims van vroeger, zoals in de reggae gebruikelijk is. 'Welcome To Jamrock' is een versie van Ini Kamoze's 'World Of Reggae' uit 1984.
Damian Marley:
"Het is een riddim waarmee ik ben opgegroeid. Ik liep al jaren rond met idee om hem te gebruiken. Maar het heeft me wel enig zoekwerk gekost om de originele vinylplaat te vinden. Ik wilde het begin van de plaat samplen om mijn track in te leiden. Het kraken dat je hoort, is afkomstig van de originele 12-inch."

'Move' is opgebouwd rond een sample van een song van je vader ('Exodus'), een techniek die je al eerder hebt toegepast. Hoe gaat dat eigenlijk, als je weer eens zit te luisteren naar een plaat van Bob Marley?
Damian Marley: "
Ieder nummer heeft zijn eigen verhaal. Een producer die heeft meegewerkt aan 'Halfway Tree' (de vorige plaat van Damian Marley, red.) had een stukje van 'Exodus' gesampled en er een hip-hopbeat bijgezet. Het is op die beat dat ik mijn tekst heb geschreven en gerapt. Voor de plaat hebben we de beat opnieuw opgenomen en mijn oorspronkelijke rap erin gemixt."

Het moet een enorm voorrecht zijn om zomaar gebruik te kunnen maken van al die prachtige nummers die je vader geschreven heeft.
Damian Marley:
"Ik hou van de muziek van mijn vader, dus waarom zou ik er dan geen gebruik van maken? Stephen is destijds op het idee gekomen om de oude nummers te samplen en te bewerken, op een heel moderne manier. Hij heeft toen ook het gros van mijn teksten geschreven. Ik was nog jong. Intussen heb ik die techniek zelf beter onder de knie gekregen maar ik ga er wel heel spaarzaam mee om. En ik sample ook andere artiesten die ik bewonder, op de nieuwe plaat Bill Withers, Ella Fitzgerald, The Skatalites..."

Hoe moeilijk was het om die sample van Ella Fitzgerald vast te krijgen?
Damian Marley:
"Voor ons niet echt moeilijk, ook al hebben we achteraf gehoord dat de rechthebbers vrijwel nooit samples vrijgeven. Maar ze vonden ons nummer geweldig en ze hielden van de vibe die het uitstraalde. No problem, man."

In 'The Master Has Come Back' zit een opmerkelijke geluidssample van Marcus Garvey (Jamaicaanse dominee die in het begin van de 20ste eeuw in New York de eerste grote zwarte bewustzijnsorganisatie opzette, profeet van de rasta's, red.). Zo militant heb ik hem nog nooit bezig gehoord.
Damian Marley:
"Een opname die ik gekregen heb van Sky High, onze vroegere road manager. Tja, Garvey vertelde gewoon de waarheid. Uit wat hij gezegd heeft, kan je veel leren, ook dingen die vandaag nog heel relevant zijn."

Marcus Garvey zei ook dat Afrika toebehoorde aan de Afrikanen, Europa aan de Europeanen, enzovoort. En dat iedereen op het continent moest blijven waar hij of zij thuishoorde, of - in het geval van de Afro-Amerikanen - ernaar terugkeren.
Damian Marley:
"Ik zeg: de aarde is er voor iedereen. Zijne Majesteit (Haile Selassie) heeft ons geleerd dat er geen vrede zal zijn zolang de huidskleur meer belang heeft dan de kleur van de ogen (een zin uit Bob Marley's 'War', red.). De woorden van Zijne Majesteit zijn doorslaggevend, belangrijker dan alle andere teksten. Tot we rassenhaat en discriminatie collectief kunnen overstijgen, zal de wereld niet zonder conflicten zijn."

Jullie blijven Haile Selassie (echte naam: Ras Tafari) nadrukkelijk vereren. Heb je het gevoel dat die mystieke connectie vandaag nog mensen aanspreekt?
Damian Marley:
"Ik denk toch dat er tegenwoordig meer begrip is voor rastafari, meer verdraagzaamheid ook. In Jamaica werd je vroeger opgejaagd en vervolgd omdat je dreadlocks droeg en je sympathie betuigde voor rastafari. Die tijd is gelukkig voorbij. We hebben meer vrijheid gekregen om te tonen wie we zijn."

Als jonge toaster (rapper) heb je zelf nogal wat rasta's beledigd met slackness lyrics, expliciete seksuele toespelingen, zoals in 'Bedroom Bully' van Shabba Ranks dat je toen coverde.
Damian Marley:
"De pers schreef dat ik het familiale erfgoed verraadde, en ook dat ik nog veel te jong was voor dat soort sex tunes, nog geen veertien. Dat laatste kan ik wel begrijpen, maar omdat ik een zoon van Marley ben, vonden veel mensen het blijkbaar dubbel erg. Maar criticasters zullen er altijd zijn. Sommige Jamaicaanse journalisten schrijven dat ik 'Welcome To Jamrock' niet zou mogen zingen omdat de tekst het imago van het paradijselijke eiland zou schaden. Ze doen maar, ik weet waar ik naartoe wil."

Je beschrijft in de tekst van dat nummer wel een wereld die nooit de jouwe is geweest.
Damian Marley:
"Ik ben uptown opgegroeid, aan de rijke kant van de stad, maar mijn schoonvader is advocaat en heeft al verschillende criminelen verdedigd. Mijn vader kwam zelf uit Trenchtown en uiteindelijk kan niemand om de getto's heen. Wie in een rijke buurt woont, moet weten hoe het er in de getto's aan toe gaat, zoniet is hij blind of van slechte wil. Hoe zou je die realiteit kunnen ontlopen? Je hoeft in Jamaica de televisie maar aan te zetten en je ziet wat er gebeurt in de getto's. Ik druk gewoon uit wat ik voel. Ik heb me altijd al uitgesproken tegen segregatie en uitbuiting. De topics op de plaat zijn niet nieuw, niet voor mij en zeker niet voor de rest van de familie. Ik zie dingen die niet kunnen en verwoord wat verwoord moet worden, in naam van de mensen die zelf geen stem hebben om zich te laten horen. Het is die energie, die emotie die ik in teksten giet, zonder er veel bij na te denken."

Hoe doordacht is de muziek? Op 'Welcome To Jamrock' flirt je met zowat alle Jamaicaanse en zwarte Amerikaanse muziekstijlen van de laatste decennia.
Damian Marley:
"Ik maak muziek op basis van de muziek die ik hoor. Ik ben opgegroeid met dancehall van de jaren '80. Shabba Ranks, Peter Metro, General Trees, Ninjaman... Later heb ik ook andere muziek leren waarderen. Toen ik voor het eerst Snoop Dogg hoorde, ben ik hip-hopbeats beginnen te gebruiken. Mijn broer Julian verdiept zich dan weer in vintage rootsreggae, Studio One, Lee Perry, dat soort dingen. Ook een grote inspiratiebron. Mijn moeder draaide thuis niet alleen Bob Marley maar ook Gipsy Kings, Tracy Chapman, Nat King Cole, Kenny Rodgers, een heel brede selectie."

Er doen verschillende gasten mee op de plaat maar de meest opvallende naam is die van Bobby Brown. Hoe heb je hem kunnen overtuigen?
Damian Marley:
"Een vriend van de familie werkte op de set van de tv-show van Bobby Brown en bracht hem mee naar onze studio, om er een scène op te nemen. Daar hoorde hij het nummer en hij vond het meteen geweldig. Niets gepland dus, gewoon vanzelf gebeurd, zoals de meeste tracks op de plaat. Natural mystic, man."

'Natural Mystic': de titel van mijn favoriete Bob Marley-song. Irie!

Damian Marley: "I love my father's music!"

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

DancehallReggaeNew Roots

Published

May 13, 2006