
Is Sinéad O'Connor nu een non of een rastavrouw? "Ik wil vanaf nu enkel nog religieuze muziek maken," zegt ze: "Maar dan wel buiten de religie, zoals de rasta's dat kunnen."
Het was voor Sinéad O'Connor (39) een droom die werkelijkheid werd. Opnemen in de studio van Bob Marley, Tuff Gong in Kingston, met de beste muzikanten van Jamaica, de band van drummer Sly Dunbar en bassist Robbie Shakespeare. En dan haar favoriete reggaenummers mogen zingen, songs die ze al twintig jaar koesterde, sinds ze op haar 17de van Dublin naar Londen verhuisde: "Mijn eerste manager hoorde graag reggae en er stond altijd wel een reggaeplaat op. Burning Spear, Black Uhuru, Peter Tosh, de grote klassiekers. Sindsdien is reggae er in de achtergrond eigenlijk altijd geweest."
En in toenemende mate ook op haar eigen platen. Vanaf 'Fire On Babylon' op 'Universal Mother' (1994) en de live uitvoering van Bob Marley's 'War' (met aangepaste tekst over kindermisbruik) tot 'Sean Nos Nua' (2002), een fusie van traditionele Gaelic muziek en dub. Het moest er dus ooit van komen, deze pure reggaeplaat. "Rootsplaat," corrigeert Sinéad O'Connor: "Ik heb niets met alle andere varianten van de reggae, alleen met de muziek van de rasta's, van de grote zangers en groepen uit de jaren '70"
Heel puur is ook de uitvoering van de songs, muzikaal weinig verschillend van het origineel. O'Connor zelf klinkt voor haar doen opmerkelijk relaxed, een scherpe uithaal in het militante 'Downpressor Man' (Peter Tosh) niet te na gesproken, lekker irie zoals ze dat in Jamaica zeggen (als ze een goeie spliff achter de kiezen hebben).
O'Connor: "Ik wilde de nummers zingen zoals de artiesten ze oorspronkelijk zelf gedaan hebben en ze benaderen als de spirituele leringen die het eigenlijk zijn, met respect en sereniteit, dus zonder veel af te wijken van het origineel."
Vijf van de twaalf nummers op de plaat zijn geschreven door Burning Spear. Wat maakt hem in jouw ogen zo bijzonder?
Sinéad O'Connor: "Veel van zijn songs hebben een erg uitnodigend karakter. Hij inviteert de luisteraars als het ware om met hem in dialoog te gaan, "to reason" zoals de rasta's zeggen. Neem 'Throw Down Your Arms': de meeste artiesten, mezelf inbegrepen, schrijven eerder agressieve antioorlogsnummers. Wij beledigen de oorlogstokers, zeggen "fuck off" en treden zo eigenlijk zelf in de oorlogsretoriek. De belangrijkste woorden in 'Throw Down Your Arms' zijn "and come". Winston Rodney (echte naam van Burning Spear) biedt je iets anders aan, een andere kijk op de dingen. Hij zegt niet zomaar: hou je kop. Een heel liefdevolle houding eigenlijk, zonder te oordelen."
Heb je hem al ontmoet?
O'Connor: "Twee of drie keer, en ik was telkens overdonderd, "awestruck". Ik kan Spear niet zien als een menselijk wezen. Hij is een engel. Als hij ergens is, licht de hele kamer op."
Zijn meest ingetogen song is zonder twijfel 'He Prayed'. Toen je dat aan het opnemen was, zag ik op je website, lag in Rome de paus op sterven, ook in Jamaica rechtstreeks te zien op televisie.
O'Connor: "Twee dagen daarvoor was ook de profeet Gad gestorven, het hoofd van Twelve Tribes of Israel, de belangrijkste rastaorganisatie. Dat was op zich al een beetje "natural mystic", zoals de Jamaicanen zeggen. De beelden van de paus waren de hele dag te zien in de studio, zonder geluid, en ik moet zeggen dat ik toch een beetje medelijden kreeg. Dat was me de laatste jaren al vaker overkomen toen ik zag hoe ze dat oude mannetje weer eens naar een ver land zeulden. Waarom zetten ze daar niet een paar vrouwen bij om hem te verzorgen? Gun die man in zijn laatste levensjaren toch wat gezelligheid bij het haardvuur, een vrouw die zijn pantoffels brengt! En hoe hij dan na zijn operatie nog op het balkon verscheen en trachtte te spreken... Niemand die zijn arm om hem heen kwam slaan, niemand die hem kwam troosten. The poor fucker. En wij zagen die beelden dus net terwijl we 'He Prayed' aan het opnemen waren. "No place to lie his head...", en toch blijven bidden."
Heb je nu ook spijt dat je destijds voor de ogen van de televisiecamera's een foto van de paus verscheurd hebt?
O'Connor: "Absolutely fucking not! En misschien had de paus dat zelf ook wel willen doen. Wie wil er nu zo'n verschrikkelijke rotbaan als die van paus?"
De bekendste Spear-song die je covert is 'Marcus Garvey', over één van de vaders van de zwarte bewustzijnsbeweging. Wat betekent Garvey voor jou als blanke vrouw?
O'Connor: "Als Ierse katholieke overlever van extreem kindermisbruik kan ik mij perfect identificeren met de strijd om zelfwaardering die de zwarte slaven moesten voeren. Die mensen hadden iedere vorm van respect en liefde voor zichzelf verloren. Dàt litteken was hun grootste vijand. Begin twintigste eeuw leek het dat de Afrikanen in Amerika zich nooit meer van die verschrikkelijke slag zouden kunnen herstellen. En toen kwam Marcus Garvey met zijn grote parades door de straten van New York, honderdduizenden mensen die recht kropen en opkwamen voor zichzelf. Malcolm X (wiens vader een aanhanger was van Marcus Garvey, red.) paste ook in die traditie. Mohammed Ali! "I'm so pretty, I'm so beautiful, I'm so fucking great!" Eigenlijk hebben we allemaal wel eens last van een gebrek aan zelfrespect, zeker als je bent opgegroeid in een milieu van angst en intimidatie."
Marcus Garvey voerde bij momenten ook een redelijk racistisch betoog, tegen de blanken gericht, zoals sommige extreme rasta's dat vandaag nog doen. Heb je daar ooit iets van gemerkt?
O'Connor: "Dat is absolute bullshit. Rasta's zijn één en al liefde en helemaal niet oordelend."
Rastafari is in essentie een christelijke beweging...
O'Connor: "Een judeo-christelijke beweging."
Is het die gemeenschappelijke christelijke achtergrond die je aantrekt?
O'Connor: "Als jong kind zag ik in de kerk hoe de tabernakel iedere misviering werd geopend en weer gesloten. God is een vogel, werd ons toen verteld. Maar hoe kan de mens God opsluiten in een tabernakel? Ik heb toen besloten dat ik God moest redden van de religie, en dat is precies wat rastafari ook doet. Rastafari is geen godsdienst, het is een beweging. Die draait rond zelfrespect en de redding van Jah, van God. De rasta's verwezenlijken dat met behulp van muziek, een besef dat mij ook al heel vroeg is beginnen dagen. Muziek kan ruimtes creëren waar God bestaat buiten de religie. De geïnstutionaliseerde godsdienst heeft massa's mensen van God afgewend en hen zelfs doen geloven dat God niet bestaat. In de muziek kan je de heilige geest van God nog oproepen, en dat is wat de rasta's doen."
Zij beschouwen de voormalige Ethiopische keizer Haile Selassie als een openbaring van Jezus Christus. De openingstrack van je plaat is 'Jah Nuh Dead' van Burning Spear, zoals hij dat destijds a cappella zong in de film Rockers. Eigenlijk was dat nummer een ontkenning van de dood van Selassie in 1974.
O'Connor: "Ik zing de nummers om wat ze voor mij betekenen. Ik zing ook niet: "They try to fool the black population...' maar "They try to fool the whole population". En op het einde staat een sample van George Bush, om de tekst in perspectief te plaatsen. Ik sta wel open voor die mystieke visie op Haile Selassie, zijn verhaal is niet geloofwaardiger of ongeloofwaardiger dan al die andere bijbelse verhalen, maar ik ben er niet zo mee bezig. Hoewel de man heel interessante dingen gezegd en geschreven heeft. De tekst van 'War' (staat ook op de CD, red.), om maar iets te noemen. Wat mij vooral intrigeert in rastafari, is het profetische aspect. Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in profeten en profetische bewegingen. Daarom heb ik bijvoorbeeld ook 'Jah Prophet Has Arise' van Israel Vibration opgenomen. Die hele plaat van Israel Vibration is briljant, 'The Same Song', maar ik vind dat de wereld wel een paar profeten zou kunnen gebruiken. Niet dat we allemaal rasta moeten worden, maar de rasta's inspireren ons wel op de juiste manier. Zij zingen tenminste nog echte hymnen, en dat wil ik ook doen. Alleen noem ik ze liever "hers" in plaats van "hymns"... Ik geloof sterk in de vrouwelijke kracht van mijn spiritualiteit."
Op je website zeg je dat je vanaf nu alleen nog religieuze muziek wil maken.
O'Connor: "Dat klopt. Ik ben definitief uit het pop- en rock'n'rollcircus gestapt. Ik maak nu platen voor de spirituele arena. Geen afgrijselijke rechtse halfzachte brol natuurlijk, wat ook wel eens spirituele muziek genoemd wordt, maar liedjes die recht uit dit verwarde fucking baldhead met die grote mond komen."
Hoe is het om met die spirituele levenshouding op de sofa te zitten bij Jay Leno en andere blitse talkshowpresentatoren?
O'Connor: "Ik ga alleen naar die programma's om mijn songs te doen. Die mensen willen ook niet dat je praat over godsdienst of spiritualiteit. Die willen gewoon dat je even grappig komt doen."
Je hebt in het verleden al een paar keer geëxperimenteerd met nieuwe dub en reggaebeats, onder de vleugels van Adrian Sherwood en Asian Dub Foundation. Ga je vanaf nu alleen nog maar traditionele reggaeplaten maken?
O'Connor: "Ik ben niet van plan om nog meer reggaeplaten te maken. Dit is de plaat die er moest komen, en ik ben intussen al songs aan het schrijven voor mijn nieuwe plaat, een akoestische productie. Op 'Throw Down Your Arms' staan gewoon mijn favoriete reggaenummers. Zij zijn de reden dat ik deze plaat gemaakt heb. Het zijn ook allemaal volbloed mannelijke "warrior songs". De Jamaicaanse zangeressen zingen meestal het zachte werk, de liefdesliedjes en zo. Als klein blank vrouwtje vond ik het best een opwindend idee om me aan die nummers te wagen. Fuck 'em, voor mij betekenen die nummers ook iets, die houding."

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Nov 18, 2005