
Het waren vooral de skinheads die Madness destijds op handen droegen. Niet de ordinaire bullebakken die zich daar tegenwoordig voor uitgeven maar de echte skinheads, opgegroeid met zwarte vrienden en met zwarte muziek, gasten die punk even cool vonden als reggae. Hun handelsmerk, de kaalgeschoren schedel, was trouwens gemodelleerd op de stijl van de Jamaicaanse rude boys in de jaren '60, voor die dreadlocks durfden laten groeien.
De jongens van Madness lieten zich niet helemaal kaal scheren maar de ultrakorte, hoekig afgelijnde kapsels vonden wel navolging bij de skinheads. Toen Madness in 1980 een concert gaf op de RUCA (nu onderdeel van de Universiteit Antwerpen) zat er zowaar een kapper op het podium, die iedereen die het maar wilde in sneltempo een nieuwe haarsnit aanmat. En de groep intussen maar spelen, het immer jachtige ritme van de ska, af en toe getemperd tot hakkelende rocksteady, en dansen, die rare robotpasjes, de nutty train walk, in de beste Monty Python-traditie. Muzikaal woog het allemaal net iets te licht om lang te beklijven. De hits klonken beter op plaat en het is ook in die vorm dat ze hun tijdloze frisheid behouden hebben. Maar Madness wist wel hoe het een feestje moest bouwen, zonder meteen te vervallen in de bandeloosheid van de punk, en dat waren nogal wat pop- en rocksterren uit de jaren '70 vergeten.
Ook in de videoclips van Madness was het lachen geblazen. Herinner u de vliegende saxofonist Lee Thompson in 'Baggy Trousers' en de fake decors in 'Nightboat To Cairo'. Wellicht was het die humor waarmee de groep een nog groter publiek wist te bereiken dan The Specials, die andere succesvolle skagroep van toen, muzikaal sterker en vernieuwender dan Madness, maar Jan-met-de-pet zag toch liever de gezellige Suggs over de vloer komen (zanger Graham McPherson) dan de wat lijzige Jerry Dammers. Suggs is trouwens nog altijd een graag geziene gast op de BBC en presenteert af en toe ook zelf programma's.
Officieel is Madness in 1986 gesplit maar er zijn al een paar reünies geweest en in 1999 hebben de heren het album Wonderful uitgebracht. Op de nieuwe CD 'The Dangermen Sessions Vol.1' covert de band een resem vroege ska- en reggaeklassiekers, waaronder ook 'Lola' van The Kinks en 'Keep Me Hanging On' van The Supremes, nummers die veel Engelse veertigers (wat de leden van Madness al ruimschoots geworden zijn) en vijftigers destijds in twee uitvoeringen hebben leren kennen, pop en Jamaicaanse stijl. Zoals het echte skinheads betaamde.
Reggaefans kunnen vergelijken met de originele versies van 'Girl Why Don't You' (Prince Buster), 'Shame And Scandal' en 'Taller Than You Are' (Lord Tanamo & The Skatalites), 'I Chase The Devil/Iron Shirt' (Max Romeo, goed gedaan), 'Israelites' (Desmond Dekker, altijd prijs), 'John Jones' (ook van Dekker) en 'So Much Trouble' (Bob Marley). En misschien hebben uw ouders ook nog 'Rain' van José Feliciano in huis, de blinde Italiaan.
Jeugdsentiment of toch een resem tijdloze hits? De vrolijke meezingers van weleer maakten alleszins geen gedateerde indruk en muzikaal zat de live show van Madness een stuk steviger in elkaar dan in de wilde beginjaren. De covers uit het nieuwe album lijken er altijd geweest te zijn en sluiten naadloos aan bij dat vroegere werk. 'One Step Beyond': een betere binnenkomer kan je als groep niet hebben. Leuk voorprogramma, de Nederlandse Beatbusters, maar we hebben ze zo stilaan wel gezien, al die huppelende skabands, en Madness is dat genre toch ook ontstegen. 'One Step Beyond' mag dan al 40 jaar oud zijn, een compositie van Madness' grote held Prince Buster, de Engelse groep heeft 'One Step Beyond' eind jaren '70 omgesmeed tot een hit die ook vandaag nog onweerstaanbaar op de dansspieren werkt.
'Shame And scandal', 'You Keep Me Hanging On', 'Israelites': het zijn songs die even bekend in de oren klinken als de eigen nummers van Madness, die je even spontaan begint mee te zingen ook en die precies daarom beter tot hun recht komen op het podium. Dat geldt zeker voor de meest atypische songs op het album, 'So Much Trouble' en 'I Chase The Devil' (ook gesampled in de allereerste wereldhit van The Prodigy). Madness heeft zich nooit ingelaten met rootsreggae en voegt er in de studio ook niet echt veel aan toe maar live staan die songs wel als een huis. De zeskoppige band, aangevuld met drie blazers, beheerst de ska, de rocksteady en de reggae zoals het orkest van Jools Holland blues, rock'n'roll en rhythm & blues onder de knie heeft, met veel plezier en vakmanschap.
Madness heeft in Brussel zowat alle nummers uit die nieuwe plaat gespeeld, en dat is best opmerkelijk als je weet dat het gros van de toeschouwers toch vooral de hits van toen wilde horen. Die speelde de groep ook, maar dan wel heel pienter afgewisseld met het materiaal van 'The Dangermen', zoals de heren zich tegenwoordig graag laten aanspreken. Een twintigtal songs in krap 75 minuten: dat kan natuurlijk alleen als je songs nooit langer zijn dan drie of vier minuten, en daar heeft Madness zich inderdaad altijd bewust toe beperkt. Vergeet niet dat de groep ontstaan is in volle punktijd, toen een nieuwe generatie muzikanten zich resoluut afzette tegen de lang uitgesponnen composities van de toen zo populaire symfonische rockgroepen.
Maar in tegenstelling tot de "echte" punkgroepen, had Madness wel respect voor de melodie, voor de zuivere popsong, en zo hebben ze er in de eerste helft van de jaren '80 een indrukwekkend aantal gemaakt, zo blijkt nu. Het bleef zondagavond maar hits regenen. 'My Girl', 'Embarrasment', 'House Of Fun', 'Baggy Trousers', 'Our House', 'It Must Be Love', 'The Prince', 'Madness', 'Nightboat To Cairo': het zijn grotendeels nummers die ook destijds al op het programma stonden, toen Madness voor het eerst in België optrad, alleen herinneren wij ons van die dagen vooral de anarchie en de gekke danspasjes. In het Koninklijk Circus zat er geen kapper op het podium om de skinheads te plezieren, er werden geen nutty walks uitgevoerd en het tempo lag een stuk lager dan toen. Maar muzikaal zat het allemaal een stuk strakker in elkaar. Er waren overigens wel skinheads in de zaal, er werd zelfs voorzichtig gecrowdsurft en een poging gedaan tot stagediving, maar de humor van zanger Suggs en de afwisseling tussen gejaagde ska en ietwat lomere reggae verhinderde woestere taferelen. Nu al onthouden voor de festivals volgens jaar.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Nov 04, 2005