Reggae.be
Festival Time Part 2: Rivierenhof & Dour
Event ReportJul 20, 2005

Festival Time Part 2: Rivierenhof & Dour

By Jah Shakespear

Gregory Isaacs, Black Uhuru, Lloyd Parkes en Sub Sound System & Bag A Riddim waren de winnaars van het tweede festivalweekend. Van het Rivierenhof naar Dour.

Reggae moet echt wel tijdloze muziek zijn. Hoe anders te verklaren dat muziek en artiesten van een kwarteeuw oud nog altijd worden opgevoerd als frisse, eigentijdse acts? Wat wel opviel in het Rivierenhof: veel oude knakkers in het publiek, fans van weleer, vroege jaren '80, die in het zo vertrouwde park de kans kregen om de sterren van toen nog eens aan het werk te zien. Schitterend decor, perfecte klank, comfortabele zitplaatsen: dat vinden dertigers en veertigers wel lekker. Er werd zelfs amper gemopperd omdat de deuren veel later opengingen, en de show dus veel later begon dan aangekondigd. Hapje eten, drankje erbij, vrienden van vroeger, goeie muziek door de speakers: veel meer hoefde het eigenlijk al niet meer te zijn.

Dan moest het plots snel gaan. Amper had iedereen een plaatsje gevonden, of daar zetten Lloyd Parkes en zijn We The People Band al de eerste riddim in. Altijd niveau, Lloyd Parkes, zelf bassist en de spil van een superieure backinggroep die sinds de jaren '70 talloze tracks heeft ingespeeld, waarvan een resem klassiekers voor Joe Gibbs. Twee blazers erbij, zanger en zangeres, meteen de juiste groove. Lloyd Parkes is zelf trouwens een prima falsettozanger en brengt dit jaar eindelijk nog eens een plaat uit onder zijn eigen naam. In Dour zou de groep de volgende dag veel meer tijd krijgen om zich te profileren en hoorden we nog meer ouwe Joe Gibbs-riddim.

Maar daar schuifelde de ouwe MC alweer het podium op om Frankie Paul aan te kondigen. Jammer dat hij altijd deel uitmaakt van packageconcerten en zich dan steevast beperkt tot een haastige medley van zijn grootste hits. Maar wel een showman natuurlijk, halfblind of niet, die het publiek meteen op zijn hand kreeg ('Belgium!' x 100). In Dour kreeg Frankie Paul wel vrije baan, zong hij zijn songs helemaal uit, en nog een pak meer ook. Een heerlijk lesje rub-a-dub en vroege dancehall, de tweede aflevering van dit avondje reggae history.

U Roy! Doet al bijna 40 jaar hetzelfde maar blijft onweerstaanbaar. Wie anders dan hij, de vader van alle toasters en rappers, kan de grote rocksteadyklassiekers telkens weer zo authentiek laten klinken, hoe onbenullig zijn teksten vaak ook zijn? In Dour worstelde Daddy U Roy de dag nadien met zijn stem maar als je kan afsluiten met zo'n uitbundige 'Soul Rebel' (Marley) krijg je ieder publiek plat.

Niet in Dour maar wel in het Rivierenhof: Gregory Isaacs. Hits à gogo natuurlijk, 'Night Nurse', 'Top Ten', 'All I Have Is Love': u roept maar. En de beste Gregory die we hier ooit gezien hebben. Dik geworden, jawel, en die unieke stem komt door het overvloedige snuifwerk nooit meer terug, maar daar is Gregory voorbij. Hij is nu post-Gregory Isaacs, trots op zijn verleden, op de grote klassiekers die hij ons geschonken heeft, zich bewust van zijn geschonden stem en imago, maar met de kracht en de overtuiging van een bejaarde blueszanger. Naar verluidt was Gregory Isaacs wel de man die de vertraging veroorzaakt heeft (money problems) maar daarover hoorde je halverwege de avond in het park niemand meer klagen.

En dan moest Black Uhuru nog komen. Waarom, oh Jah!, zijn Michael Rose en Duckie Simpson destijds niet gewoon samengebleven? Nu pas blijkt dat ze Sly & Robbie niet nodig hebben om die unieke sound ook live te creëren. 'Abortion' (een fel anti-abortuslied, voor alle duidelijkheid), 'Plastic Smile', 'World is Africa', 'Sensimilla', 'Emotional Slaughter', 'Party in session': weinig groepen kunnen zo'n mooie lijst reggaeparels voorleggen als Black Uhuru. Of moeten we zeggen Michael Rose, want Simpson stond vooral dreigend te wezen in de duisternis en de vervangster van Puma werd niet eens voorgesteld. Maar wel een geweldige band dus, in staat om alle fasen in de carrière van Black Uhuru vakkundig te evoceren. Een carrière die zich hoofdzakelijk heeft afgespeeld tussen 1978 en 1985, om de jongere lezers onder u een idee te geven van de gemiddelde leeftijd in het Rivierenhof.

Weg met Yellowman

In Dour reikt dat gemiddelde wellicht niet hoger dan 20, maar het jonge volkje reageerde er wel even enthousiast op Parkes, Paul en U Roy als het Antwerpse publiek. Ze zetten ook veruit de beste, meest professionele set neer, maar voor verrassingen moest je vrijdag al veel vroeger in de Club Circuit Marquee zijn. Het Italiaanse Sub Sound System & Bag A Riddim Band wil ik alleszins nog eens terugzien. Ragga met een twist, strak gespeeld maar veel bloemrijker dan de Franse en Jamaicaanse varianten, een heel eigen nieuwe stijl. Zoals de Siciliaanse Roy Paci een eigen interpretatie van de ska heeft ontwikkeld, zo smeden deze jongens de ragga (dancehall) om tot een aparte, herkenbare sound. De Italiaanse vibes laten zelfs een snuifje opera toe in het geheel, en dat hebben we sinds lang nergens meer gehoord, en eigenlijk nooit zo geslaagd. Onthouden, die veel te lange naam, en hopen dat ze volgend jaar opnieuw ergens passeren.

Het Franse Kali Live Dub had alles in huis om ons mee te krijgen: heavyweight dubs, special effects, riddims van rockers tot breakdance. Maar overdaad schaadt. More is less. Het had af en toe best wat subtieler gemogen. Als Jamaicaanse rootsreggae gemaakt wordt op homegrown sensimilla, dan moet deze kali een soort veredelde skunk geweest zijn, straffer dan straf. Vooral te genieten dus als je blijft doorblowen. Jim Murple Memorial: alweer een ska- en rocksteadyband, van Franse makelij dit keer, en niet de moeite om langer dan een kwartier te blijven staan. Het zullen best weer goeie muzikanten geweest zijn, ambiance, tatata, maar ik heb het nu stilaan wel gehad met die ouwe muziek op jonge festivals. En als je ska speelt, moet je dat perfect doen, wat dit gezelschap zeker niet nastreefde.

Ook Yellowman hoeft wat mij betreft nooit meer terug te komen. De man kan niet zingen, niet toasten, geen songs schrijven en verzuimt nu ook nog eens om tenminste zijn grote hits een waardige uitvoering te gunnen. Volgens mij en mijn compagnon in Dour lacht Yellowman gewoon in zijn vuistje. Je leidt de aandacht van de muziek af door voortdurend heen en weer te lopen en te springen, door je op te stellen als een maffe macho (die Yellowman hoe dan ook altijd geweest is) en de mensen te vertellen dat je de hardest working man in the reggae business bent. Goeie riddimband, Saggitarius, maar daarmee was alles gezegd. Had Yellowman maar thuisgelaten.

Na de hoofdact (Lloyd Parkes en co.), een stuk na middernacht ook, betrad in de tent de laatste live act van de dag het podium. 'Live' is in dit verband misschien het foute woord. Zelden zo'n slaapverwekkende rootsreggae gezien als The Amharic, nochtans met Black Steel (Mad Professor) op gitaar en de zanger van Revolutionary Dub Warriors op bas. Niet moeilijk dat de rasta's in Engeland niet meer serieus worden genomen, of gewoon niet meer worden opgemerkt. Maar het was vooral uitkijken naar het eerste Belgische optreden van Little Roy, door Black Steel geheel onterecht aangekondigd als een levende legende. Een cultzanger uit de seventies, okay. Een man die aan handvol mooie songs heeft geschreven, inderdaad. Een figuur die door Adrian Sherwood (On U Sound) uit de vergetelheid werd gehaald, dat klopt. Maar wat ben je daarmee op een podium? Little Roy maakte een uitgebluste indruk, even loom en verveeld als de band eigenlijk. Op datzelfde moment stond op het grootste podium van Dour Hawkwind te spelen, ook oud, ook 'legendarisch' en superspacy. Wij hebben het half uur Little Roy niet eens uitgezeten.

Festival Time Part 2: Rivierenhof & Dour

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

DubRootsRocksteadyDancehallSkaReggaeNew Roots

Published

Jul 20, 2005