
Tja, hoe zouden we dit nu meer omschrijven? Het klinkt in elk geval heel rauw en compromisloos, hardcore dus. Digitale beats en Jamaicaanse accenten, dancehall dus, of ragga. Funky breakbeatritmes met een Balkan-saus. Kraftwerk meets Snoop Dog, met een vleugje dub.
En een al even gevarieerde keur aan zangers, zangeressen en rappers uit verschillende taalgebieden die zich proberen te staande te houden in die wervelstorm van opwindende sounds en neurotische melodieën. De bekendste is Shaun Ryder (Happy Mondays, Black Grape), die in 'Money Money' driftig loos gaat met een Bulgaarse fanfare, maar ook mindere goden verkennen op dit album de grenzen van dance, ragga, r&b, rock, pop en wereldmuziek, soms allemaal in één nummer, soms heel kaal en spaarzaam. Sommigen zingen of rappen, anderen houden het bij een zwoele parlando. Het is te bizar en te onvoorspelbaar om op te schrijven wat Wolfgang Schleigl aka. I-Wolf (van de Weense Sofa Surfers) en de Britse Burdy (van het al even Weense Baby Mammoth) in elkaar geflanst hebben, maar neem van ons aan dat dit revolutionaire muziek is, letterlijk toekomstmuziek zeg maar, zoals we die op het (jawel) Weense label Klein Records wel vaker te horen krijgen. Prachtige hoes overigens.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Nov 09, 2004