
Junior Murvin (Smith) is een van de spaarzame Jamaicaanse zangers die een pensioennummer heeft geschreven. Toen 'Police And Thieves' in 1976 een hit werd in Engeland, maakte The Clash er prompt een punkversie van. Punk en reggae, dat was in die dagen twee handen op één buik, al was het maar omdat (zo gaat de legende) de rasta's in Londen betere spliffs konden rollen dan de punkers.
Junior Murvin had ook een contract met platenbaas Chris Blackwell, de man die eerder al Bob Marley en Burning Spear in Europa geïntroduceerd had en zijn artiesten geduldig wegwijs maakte in de papieren jungle van auteursrechten en verkoopopbrengsten. Maar het is bij dat ene succesje gebleven, zoals in Jamaica wel vaker gebeurt. 'Police And Thieves' was een productie van Lee 'Scratch' Perry, die het nummer ook grotendeels gearrangeerd heeft (nog een constante in de reggae), en hij heeft het beloofde tweede album van Junior Murvin nooit willen uitbrengen. De zanger is de klap nooit meer te boven gekomen en teert sindsdien op die ene, weliswaar onsterfelijke song, ook al zal het nummer nooit meer zo geweldig klinken als toen, in de legendarische Black Ark-studio van Lee Perry.
In de Handelsbeurs was 'Police And Thieves' de voorspelbare afsluiter van een mak en veel te kort concert. Junior Murvin had amper drie middelmatige muzikanten meegebracht (drum, bas, gitaar) en de Engelse dubtovenaar Mad Professor beperkte zijn inbreng achter de knoppen tot een enkele galm of echo en wat backing vocals. De muziek klonk bij momenten al te minimalistisch, puur ritme zonder franje. Een bewuste keuze misschien, om de stem van Junior Murvin voluit te laten schitteren? In dat geval was de show alleszins de moeite waard. Alleen de Amerikaanse soulzanger Curtis Mayfield had ooit zo'n zuivere falsetto en kon daar zo verschroeiend hoog mee uithalen. Met hem wordt Junior Murvin steevast vergeleken maar de overeenkomst blijft beperkt tot de stem, ook al is die dan wonderbaarlijk ongeschonden gebleven. Murvin zong in Gent maar een handvol eigen songs ('Roots Train', veel te traag, 'Solomon', een stuk somberder dan Derrick Harriott in 1968, 'Bad Man Posse', begin jaren '80 opgenomen met Mikey Dread, nog een Jamaicaan die The Clash geadopteerd had) en gebruikte voor de rest uitsluitend oude riddims van Studio One. Af en toe ging het zingen soepel over in scatten, en 'Cool Out Son' of 'Mr. Percy' (waarmee we zowat alle hitjes genoemd hebben) zijn heerlijke versies van die welbekende riddims, maar het eindresultaat klonk toch wat mager, ook al omdat de muzikanten noch de zanger enige moeite deden om het concert wat op te vrolijken, of zelfs maar een beetje op te bouwen. Naar het einde toe was Mad Professor als gebruikelijk behoorlijk dronken, dus de aangekondigde dub set achteraf eindigde ook al in mineur. En dan te zeggen dat in de Brusselse VK Horace Andy te gast was. Zijn er soms niet genoeg dagen op een jaar, dat die enkele reggaeconcerten op dezelfde datum moeten plaatsvinden?

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Oct 27, 2004