
Bob Marley en Bob Dylan hebben meer gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. Beiden de stem van een generatie, van protest en revolutie, van politiek en spiritueel bewustzijn, bewonderden ze elkaar ook. Toen Dylan zich eind jaren '70 openlijk 'bekeerde' tot het christendom en op het album 'Saved' uitpakte met tal van bijbelcitaten, voelde Marley zich vanuit zijn (christelijke) rasta-geloof zelfs meer dan ooit met hem verbonden. Hoewel hij al in 1965 een prachtige cover had opgenomen van Dylan's Like a rolling stone, toen nog samen met The Wailing Wailers.
Bob Dylan van zijn kant heeft in de jaren '80 een album opgenomen met de Jamaicaanse ritmetandem Sly & Robbie, en de live uitvoering van 'Knockin' On Heaven's Door' was destijds een van de allereerste "blanke" reggaehits. Het verhaal van "The Two Bobs" zoals dat in het CD-boekje beschreven staat, houdt wel degelijk steek. Zelfs de covertekening lijkt niet vergezocht. We zien Bob Dylan die net een spliff rolt in een kamer vol reggae-parafernalia. Heeft overigens niets met de titel te maken. Die is afkomstig van een beruchte sound sample van Dylan uit 1969, op de plaat 'Nashville Skyline'.
'Knockin' On Heaven's Door' wordt op deze bijzondere release hernomen door Luciano, de beste rootszanger van zijn generatie. Reggae is altijd voor een groot deel covermuziek geweest en het valt de Jamaicanen helemaal niet moeilijk om zich ook de songs van Dylan eigen te maken. Ze doen het allemaal op hun eigen, onnavolgbare manier: Toots ('Maggie's Farm') als de grote soulzanger die hij altijd geweest is, Sizzla ('Subterranean Homesick Blues') rauw en als enige in de nieuwe dancehallstijl, en de drie zangers van Mighty Diamonds ('Lay Lady Lay') in perfecte harmonie. Michael Rose (Black Uhuru) tekent voor een schitterende uitvoering van 'The Lonesome Death Of Hattie Carrol', bijna jankend van mededogen, mooier en intenser dan hij in jaren gezongen heeft. Er staan ook een paar minder briljante tracks op de plaat (Gregory Isaacs die 'Mr. Tambourine Man' de strot toeknijpt) maar de muziek is altijd op niveau, gespeeld door het kruim van de Jamaicaanse studiomuzikanten (Sly op drums, Robbie en Glen Brownie op bas, Chinna op gitaar, Robbie Lyn op toetsen, Sky Juice op percussie, Dean Fraser op sax). Twee extra's maken van het album hoe dan ook een essentiële aankoop: de reggae remix van Bob Dylans eigen 'I And I', zijn ode aan de rastaman uit de Sly & Robbie-plaat, met ook schitterend gitaarwerk van Mark Knopfler en Mick Taylor. En de bonus-CD, met zes smaakvolle dubs, ook van 'I And I'. Dylan in dub: wie had dat ooit durven denken? Andere tracks: 'The Times They Are A-Changing' (Apple Gabriel), 'Just Like A Woman' (Beres Hammond), 'Gotta Serve Somebody' (Nasio), 'Don't Think Twice' (J.C. Lodge), 'One Two Many Mornings' (Abijah), 'Blowin' In The Wind' (Don Carlos) en 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' (Billy Mystic). Een speciale vermelding voor de hoes, een hyperrealistisch stilleven waar je lang zoet mee bent.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Sep 08, 2004