
Ashanti 3000 feat. Kenny Knots, Charjan en Omar Perry. Max Romeo. Jah Shaka. En iedereen in topvorm. Ziedaar het recept van een perfecte rootsavond.
De ironie zal Herman De Croo allicht ontgaan zijn, maar net toen hij de Bar Bizarre bezocht, zette Max Romeo daar '(Satan is) Public Enemy Nr 1' in, een song over de onrechtvaardige verdeling van de rijkdom op de wereld. De zanger is een generatiegenoot van de kamervoorzitter maar ziet er met zijn lange, grijzende dreadlocks een stuk wijzer en ook hipper uit. Het jonge volkje hangt bovendien aan zijn lippen, wat van De Croo ook al niet gezegd kan worden. Sinds Max Romeo midden jaren '90 verrassend gesampled werd door The Prodigy, beleeft de man een tweede jeugd en worden zijn klassiekers uit de jaren '70 massaal meegezongen. Het inleidende kreetje van 'One Step Forward', de eerste woorden van 'War Ina Babylon', 'Uptown Babies' of 'Chase The Devil': meer hebben de fans niet nodig om op de juiste golflengte te komen. Romeo doet zowat ieder jaar een ander festival aan maar wij zijn hem nog lang niet beu gehoord, zeker niet als hij telkens weer zo'n voortreffelijke band meebrengt, mét exquise blazers en backing vocals. Bij hem ook geen geleuter over homohaat of seksisme, twee kwalen die reggae en dancehall tegenwoordig flink in diskrediet brengen.
Vrijdag moest Buju Banton in Oudenaarde nog expliciet gevraagd worden om vooral geen batty boy lyrics (jeanettenteksten) te spuien. Jammer dat er altijd wordt ingezoomd op die negatieve connotaties van de Jamaicaanse popmuziek terwijl maar weinig critici oor lijken te hebben voor de enige constante in veertig jaar reggae: rastafari, de boodschap van vrede, liefde en rechtvaardigheid. Zelfs De Croo zou er nog heel wat van kunnen opsteken.
Voor oude fans als wij lijkt het alsof Max Romeo na al die jaren steeds meer klassiekers op zijn naam mag schrijven: 'Melt Away', 'Selassie I Forever' (riddim van 'Zion Gate'), 'Time For Jah', 'Milk And Honey' (original van Clive Hunt), 'What You Gonna Tell Jah?' (een schitterende version van 'Words', een klassieke riddim van Lee Perry), 'Marching' en 'Perilous Time' (twee onvervalste steppers, eigentijdse UK-roots). 'Everyman Has To Know', uit Romeo's vroege jaren, ontroert nog altijd door de kracht en de eenvoud van zowel riddim als lyrics. En een lekkere ska-medley slaan we ook nooit af. Alle nummers herkennen en toch weer heel aangenaam verrast worden, jaar na jaar: daar kunnen alleen de allergrootsten voor zorgen. Hoewel ook de warming up ons gunstig gestemd had natuurlijk. Ashanti 3000 heeft Kenny Knots definitief weten te strikken en ook Omar Perry kwam nog even langs (nadat hij donderdag al een uitstekende indruk had gelaten met Deep Cultcha).
U moet ons vergeven dat wij zaterdag in de Bar Bizarre zijn blijven hangen. Niet alleen omdat daar de hele avond geweldige reggae weerklonk, maar ook door de zondvloed van vrijdag. Die had het terrein herschapen in één grote modderpoel. Tonnen stro waren er aangevoerd maar die konden alleen in het begin de illusie van begaanbaarheid wekken. Wat de mensen er niet van weerhouden heeft om Feest In Het Park te bezoeken. Zaterdag waren de tenten aan de Donkvijvers zelfs helemaal uitverkocht. Tienduizend muziekfans die zich niet laten afschrikken door de elementen, noch door het eigenzinnige programma van dit eindeseizoensfestival. Op het hoofdpodium stonden achtereenvolgens de Siciliaanse ska-ratten Roy Paci & Aretuska (ook vrijdag te zien als vervangers van Spooks), de Waalse poptrots Monsoon, de flowerpower rappers van Arrested Development, de almaar betere en populairdere Admiral Freebee en de legendarische Sonic Youth. Wij kennen persoonlijk niemand die zo'n uiteenlopende muzikale smaak heeft maar Le Grand Mix, zoals de grootste tent genoemd werd, puilde wel de hele avond uit van het volk. Een plaatsje in de modder ver buiten de tent kon nog net maar daar was de stank op veel plekken ondraaglijk, zeker toen dronken en stonede mannen ook nog eens de omheiningen begonnen te besproeien.
Alleszins een breeddenkend publiek dus, daar in Oudenaarde, maar ook een ongeëvenaarde ambiance. Zijn het de immer vriendelijke en behulpzame vrijwilligers van Basketbalclub Kluisbergen en andere lokale verenigingen die de sfeer zo gemoedelijk maken? Het besloten, overzichtelijke terrein, waar het geluid toch niet veel verder draagt dan de tent waar je op dat moment bent? Feest In Het Park is een tiental jaar geleden begonnen als een gezellige party, toen nog gratis toegankelijk en zonder grote namen, en slaagt er wonderwel in om die unieke sfeer te handhaven, zelfs over drie dagen. Hopelijk overleeft het festival de verhuis naar een nog niet nader genoemd terrein. Door de inplanting van een industriegebied is er geen plaats meer voor de camping en ziet de organisatie zich genoodzaakt om volgend jaar een andere locatie op te zoeken.
Burgemeester Marnix Demeulemeester lijkt Feest In Het Park alvast gunstig gezind te zijn. Toen hij naar Max Romeo stond te kijken, meenden we toch een milde glimlach te bespeuren. Van de modder zullen beide heren backstage niet veel last gehad hebben en wie zou zich niet laten verleiden door de typische Vlaamse koude schotels die daar bij kaarslicht geserveerd werden? En dan hadden ze niet eens weet van de vele magische momenten die ook deze editie van FihP weer kenmerkten, zo typisch voor festivals waar artiesten op hun gemak zijn. Roy Paci die een koersfiets wil kopen. Omar Perry die Max Romeo aankondigt, dertig jaar nadat zijn vader samen met Romeo het klassieke album 'War Ina Babylon' opnam. Herman De Croo die plots opduikt en welwillend toekijkt hoe de jeugd uit de bol gaat.
Wij hebben de avond afgesloten in het gezelschap van de Britse rootsreggae-dj Jah Shaka, ook niet meer van de jongsten, een (rasta)man die niet mixt of mishmasht maar gewoon plaatjes opzet en af en toe de microfoon ter hand neemt, zoals hij dat nu al doet sinds het eind van de jaren '70. Omringd door foto's van Selassie, zoals hij die zelf heeft aangebracht, maar voor de rest helemaal alleen, zonder MC, zonder selector, zonder dj's.
De kwaliteit van Jah Shaka schuilt in zijn authentieke keuze voor rastafari. Hij speelt gewoon de juiste plaat op het juiste moment. Beginnen met Marley's 'Rastaman Chant' en de ska-uitvoering van 'One Love': zouden wij dat ooit durven? En dan 'Praise Ye Jah' van Sizzla om het spel op gang te draaien, de single, gevolgd door de B-kant. Jah Shaka zingt de lof van His Imperial Majesty, nog altijd met dezelfde mantra's die ook ons zo vertrouwd in de oren klinken. King of Kings, Lord of Lords, Conquering Lion of the Tribe of Judah, Elect of Himself. Hij is vertrokken voor drie uur van de beste reggae uit alle tijden, oude rockers, vroege digitale sounds en onvervalste technodub. Jammer dat Shaka zijn eigen sound system niet had meegebracht, en zijn style & fashion passen waarschijnlijk beter in een donkere club, maar ik heb alweer twee uur staan dansen. De derde keer al deze zomer, na Geel en Irie Vibes. En dan ben ik nog niets eens op Summerjam of Sundance geweest. Zeg niet dat u niet genoeg aan uw trekken komt als reggae/dancehallfan.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Aug 28, 2004