
Met dub kan je alles doen. Je kan er samples en speciale effecten in verwerken, je kan er zang overheen mixen, je kan naar believen instrumenten weglaten, uitfaden en eindeloos laten weergalmen. Ooit een geestverruimende reflectie van de reggae, gedijt dub tegenwoordig net zo goed op hiphop- en danceritmes en verwordt het soms tot zielloze lounge. Maar altijd is er die ruimte, de belofte van wonderlijke geluidslandschappen, van muzikale durf en experiment, van een gedroomd samengaan van organische en elektronische klanken, van mens en machine. Die kunst heeft de Argentijnse duizendpoot Federico Aubele onmiskenbaar in de vingers.
Terwijl hij met zijn gitaar de ritmepatronen van reggae, folk en tango in elkaar weeft, zweeft er een vrouwenstem door de kamer, of het ijle geluid van een bandoneon, zoals de legendarische Jamaicaanse muzikant Augustus Pablo het ooit introduceerde in de dub, maar dan op melodica. In 'Salvacion' zingt Aubele zelf en hij doet dat even mooi en etherisch als de drie zangeressen die de andere partijen voor hun rekening nemen. Dit is wereldmuziek voor de 21ste eeuw, al lang niet meer zuiver etnisch of akoestisch, op dansbare ritmes die ons erg vertrouwd in de oren klinken, en toch diepgeworteld in de Argentijnse cultuur.
Mooie referentie: het debuutalbum van Federico Aubele is uitgebracht op het ESL Music label van Thievery Corporation, de Amerikaanse Kruder & Dorfmeister, meesters in dub, verheven lounge en geïnspireerde remixen. Mogen zijn hun geest blijven verruimen (ook voor goeie ganja hoef je al lang niet meer in Jamaica te zijn) en de grenzen van de dub blijven verkennen en verleggen.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Aug 03, 2004