Reggae.be
Keuzestress op Couleur Café 2004
Event ReportJun 29, 2004

Keuzestress op Couleur Café 2004

By Jah Shakespear

Het wordt almaar moeilijker kiezen op Couleur Café. Wat te eten? Er zijn nu al twee straten vol exotische restaurantjes. Wat te doen? Naast de concerten zijn er ook workshops, modeshows en tentoonstellingen. Zowat alle sponsors hebben hun eigen acts en activiteiten, soms blijf je hangen bij een van de rondzwervende fanfares en met een half oog probeer je ook nog eens het voetbal op het reuzenscherm van La Deux te volgen. In de twee werelddorpen en op de terrassen kom je voortdurend bekenden tegen. Je moet jezelf haast dwingen om ergens langer dan een kwartier te blijven staan of zitten, zoniet riskeer je naar huis te keren met het onvoldane gevoel van een avondje vruchteloos zappen op televisie. De overvloed van Couleur Café oogt aantrekkelijk, een weldadig multicultureel bad van klanken, geuren, kleuren en sensaties, de ideale ontmoetingsplaats voor iedereen die met een open geest door het leven stapt, maar het verzadigingspunt lijkt stilaan bereikt. Niet fysiek â€" door de uitbreiding van het terrein hebben de toeschouwers zelfs nog meer ruimte en zitplaatsen maar wel voor het menselijke bevattingsvermogen. Of toch zeker dat van ons.

Organisator Patrick Wallens van Couleur Café reageerde naar verluidt bijzonder geschokt toen hij hoorde dat een show van Beenie Man in de Londense Ocean Club donderdag geannuleerd was na een klacht van de homo-organisatie Outrage, die de kat al eerder de bel aanbond tijdens de uitreiking van de belangrijkste Britse awards voor zwarte muziek. Vreemd, want Beenie Man (Anthony Davies) is lang niet de eerste Jamaicaanse homohater (voor zover dat al geen pleonasme is) die op het podium van Couleur Café stond. Twee jaar geleden riep Sizzla het publiek ook al op om alle batty boys openlijk te verbranden, maar de scherpe aanklachten zijn Wallens blijkbaar ontgaan. En dan hebben we het nog niet gehad over de meest homofobe van alle dancehall (ragga) artiesten, Capleton. Die stond zondagavond geprogrammeerd als hoofdact, nadat hij zijn haat tegen homo's eerder al had kunnen uitspuwen over Dour. Dat niemand het Jamaicaanse patois begrijpt, mag al lang geen excuus meer zijn. Wij kennen zelfs Vlaamse rappers die het discours van de Jamaicanen gewoon overnemen, en die weten heus welke woorden ze in de mond nemen. Ik heb Beenie Marley's 'Natural Mystic' horen brullen en ben meteen weer weggelopen. In Capleton had ik ook geen zin, toch even gaan kijken en niets nieuws gehoord of gezien.

Toch wel een vlek op de programmering dus, die gelukkig gedeeltelijk werd goedgemaakt door het optreden van Luciano, de vrome, bijbelvaste rastaman die nog nooit een onvertogen woord heeft laten vallen over homo's of blanken. Want dat weten wij in Europa al helemaal niet: in Jamaica zet Capleton de toeschouwers niet alleen op tegen de batty boys maar ook tegen de whities. Weinig zwarten zijn zo racistisch ingesteld als de boboshanti, de orde waar Capleton zich toe bekent.

Maar Luciano preekt dus alleen liefde, solidariteit en gelijkwaardigheid, zoals het een oprechte rasta betaamt. En hij doet dat met mogelijk de beste live band in het circuit, geleid door saxofonist Dean Fraser, tevens muzikale gids en vertrouwenspersoon van Luciano. De man weet rijpe, krachtige rootsreggae een heel frisse, eigentijdse klank en bezieling te geven, ver van de loomheid en de monotonie die zoveel concerten van zijn collega's kenmerken. Fantastisch koortje van drie zangeressen (Empress Rachel mocht ook even schitteren als rapster, in een heerlijk wild duet met Luciano), voortreffelijke dubs en arrangementen, gedragen ritmes, sprankelende percussie, en daar overheen het betere blaaswerk van Fraser zelf. Alleen zo'n band kan de grote klassiekers van Luciano de nodige eer aandoen, want dat zijn ze toch, de songs waarmee hij in de tweede helft van de jaren '90 alle rasta's en oudere rootsfans verblijdde en de revival van rastafari als religie en bewustwordingsbeweging kracht bijzette. Wat hij blijft doen trouwens. Als voorproefje van zijn nieuwe CD zong Luciano in Brussel de titeltrack, 'Serious Time', meesterlijke nieuwe reggae met een spannende opbouw, vol verrassende breaks en met een tekst die van Bob Marley had kunnen zijn. Of van Peter Tosh, van wie Luciano een paar jaar geleden het onsterfelijke 'Legalize It' gecoverd heeft. Weinig landen waar dat nummer zo goed aanslaat (en zo sterk van toepassing is) als België. En weinig festivals waar ganja zo onopvallend alomtegenwoordig is als Couleur Café. In Brussel heeft de politie wel andere katten te geselen dan het fouilleren van rugzakjes op een gram weed, zoals in Vlaanderen nog al te vaak gebeurt.

Toots of Ska-P?

Ska-P had zonder twijfel de grootste fanclub bij, honderden jongens en meisjes die al een uur op voorhand de naam van hun favoriete band stonden te scanderen. Je kan je afvragen of een onvervalste punkband eigenlijk wel thuishoort op Couleur Café, alleen maar omdat in de punk een galopperend skaritme verborgen zit en er twee blazers op het podium staan, maar zo breed programmeert Couleur Café de laatste jaren nu eenmaal. En het moet gezegd dat de rauwe energie van Ska-P, de rechttoe rechtaan nummers, de onverhuld militante, anti-imperialistische teksten (Bush Assassino!) en de ondubbelzinnige visuele stunts (Uncle Sam op stelten!) best aanstekelijk zijn. Zowel de muziek als de attitude roepen herinneringen op aan de jaren '70, aan de punky reggae party die toen in Engeland aan de gang was, de grote verbroedering tussen ska, punk en reggae. Met The Clash als boegbeeld, en daar doet Ska-P misschien nog het meest aan denken, aan de jonge Clash, mentaal en muzikaal even bewust en radicaal. Het hoogtepunt van de vrijdagavond in een tent die ontplofte van enthousiasme.

Pas na drie dagen begin je Couleur Café goed te proeven en te voelen. Onthecht van aanvangsuren en "groepen die je moet gezien hebben", even weg van de talloze eet- en snoepkramen, ontdek je prachtige stoffen uit India, foto's uit Mauretanië, juwelen uit Thailand. Je ziet mensen samen zingen, dansen en genieten. Je ontmoet vrienden en bekenden. Je laat het gewoon allemaal op je afkomen en je beseft: wat een heerlijke nieuwe wereld zou die door sommigen zo geroemde, door anderen verfoeide multiculturele maatschappij kunnen zijn. En zou de hoofdstad van die wereld dan Brussel kunnen zijn, waar 60% van de bezoekers vandaan komt?

Dit is Belgisch!

Het is een trend die de vorige jaren al werd ingezet maar zondag kleurde Couleur Café bij momenten wel erg Belgisch. Starflam is nog altijd de beste hiphopgroep van het land en deed het festival al vroeg op de avond ontvlammen, met een geluid dat tot ver over de aangrenzende standjes en Afrikaanse dorpen reikte. Gabriel Rios maakte zijn grote festivaldebuut en op het Electro World-podium, in een nieuw geopende hal van Thurn & Taxis, speelde dj Livingstoon ten dans, begeleid door de vrolijk en soms briljant improviserende muzikanten van Internationals. Voor herhaling vatbaar, deze gelegenheidsformatie. Vrijdag hadden we op hetzelfde podium trouwens al Skeemz gezien, ook een (Belgische) groep die scratch- en dj-werk combineert met echte stemmen en instrumenten en zo een erg verrassende, funky sound creëerde.

Maar het toppunt van België was uiteraard Witloof & Coconut, het verjaardagsfeestje van Roland Van Campenhout (60). Zelden zo'n bont Belgisch allegaartje aanschouwd als dit eenmalige concert. Roland zong nummers van Ferre Grignard ('Hash Bamboo Shuffle'), Adamo ('Aux bords Du Mer', zonder twijfel ingegeven door Arno, het brein achter dit spektakel) en zelfs Plastic Bertrand (een surrealistische uitvoering van 'Ca Plane Pour Moi', met een paar echte Gilles van Binche op het podium!) Kan het nog Belgischer? Ja, met de oude Paul Ambach, zijn eigen onstuimige zelf in Ray Charles' 'Hit The Road Jack', en met Laïs, even betoverend mooi in het Nederlands als in het Engels, even goed thuis in de blues als in de wereldmuziek. Ook de meisjes van het Congolese koortje, de flamencogitarist en de Berbermuzikanten waren landgenoten. Roland zelf zong, schreeuwde en gromde met zichtbaar plezier zijn favoriete nummers, als de grote bluesman die hij altijd geweest is. Het radiohitje 'Lime & Coconut', 'Dions The Wanderer' in een vette rumba-uitvoering, een vleugje cajun, rauwe rhythm and blues: Roland en zijn vrienden hadden het allemaal in huis. Een verjaardagsfeest om nooit meer te vergeten. 

Keuzestress op Couleur Café 2004

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

DancehallReggaeNew Roots

Published

Jun 29, 2004