
Zo moet je dat formuleren, als je dub met respect benadert. De namen van de ritmesectie, bas en drums, de naam van de mixing engineer, de studiotovenaar die de instrumentale tracks transformeert in galmende geluidslandschappen, in het beste geval virtuoze jazz op het mengpaneel, en als het even kan ook nog de naam van een grote horns man erbij, de rechtmatige erfgenamen van The Skatalites, behoeders van een virtuoze muzikale traditie.
Het is ooit wel eens anders geweest, in de jaren '70, toen dub zich vanuit de rootsreggae ontwikkelde tot soort reflectie van het genre, de ideale manier om de diepere lagen van de muziek te exploreren. Drummer Sly Dunbar en bassist Robbie Shakespeare hebben in het predigitale tijdperk letterlijk tienduizenden tracks opgenomen, waarvan het grootste deel nadien werd ingezongen of -gerapt, maar het zijn in Jamaica altijd de geluidstechnici (King Tubby, Scientist) en producers (de onlangs overleden Coxsone Dodd) geweest die de bijbehorende dubs op hun naam schreven. Letterlijk zelfs, op de B-kant van de vinylsingles.
Die traditie heeft zich buiten Jamaica gewoon voortgezet. Niet de muzikanten van Mad Professor zijn sterren geworden maar hijzelf, tegelijk producer en engineer. Het is onder zijn naam dat er in de jaren '80 en '90 tientallen dub-albums zijn verschenen. Het is Mad Professor die de laatste jaren gevraagd wordt op festivals, als Engelse pionier van drum & bass, triphop, ambient en andere overwegend instrumentale dance die al dan niet rechtstreeks door dub geïnspireerd zou zijn. Het is met zijn kwaliteiten als remixer, nog een fenomeen waartoe dub de aanzet heeft gegeven, dat de Gekke Professor ook furore maakte in de wereld van de popmuziek.
Onwaarschijnlijk eigenlijk, dat Sly & Robbie nog nooit hebben samengewerkt met Mad Professor. De riddim twins, het duo dat twee decennia lang het geluid van de nieuwe reggae bepaald heeft en passant ook hip-hop, Grace Jones, Joe Cocker en zelfs Bob Dylan het nodige levenselixir toediende, leggen na al die jaren nog altijd de strakste ritmes neer, hier bijgestaan door Black Steel (gitaar), Leroy Mafia (toetsen) en de fantastische Sky Juice op percussie. En met Dean Fraser op saxofoon, zonder twijfel de belangrijkste toeteraar in het post-Skatalites-tijdperk, net als Sly & Robbie alomtegenwoordig. Zijn naam siert heel terecht het hoesje van dit album, want Fraser speelt hier waarlijk de pannen van het dak.
De Professor zelf weet zich perfect te beheersen en beperkt zijn inbreng tot een subtiele mix. Hij springt spaarzaam om met galmen en echo's en de speciale effecten van de vermaarde 'Dub Me Crazy'-serie blijven achterwege. Dit is klassiek gestroomlijnde dub, muziek die net zo goed gemaakt zou kunnen zijn in 1977, maar dan wel opgenomen in 2003, en dat maakt een heel verschil als je weet dat dub bij uitstek studiomuziek is. En ook een beetje toekomstmuziek. Zelfs oude dub opent vandaag nog jonge mensen de oren voor de rauwe kracht van reggae maar ook van trance en repetitieve muziek.
'Dub Revolutionaries' is geen meesterwerk, geen verrassend laat staan vernieuwend album. Maar wel classic stuff natuurlijk, en een unieke momentopname van de samenwerking tussen enkele grootheden van de dub. Wie dol is op dub, kan hier niet onderuit.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
May 28, 2004