
Het is allemaal even slikken voor een oude rootsman als ik. Mijn favoriete Jamaicaanse dj's, zangers en groepen preekten de revolutie. Zij eerden de natuur en rastafari en riepen op tot vrede, liefde en rechtvaardigheid. Echte rasta's, dat waren mensen die zich bevrijdden van de ketens die Babylon hen rond de nek had geklonken, mannen met dreadlocks en vrouwen met waardigheid.
De beweging vond in die hoopvolle jaren '70 zelfs aansluiting met de zo verfoeide politrics (rasta slang voor politiek), in het bijzonder met de gematigd socialistische PNP (People's National Party) van premier Michael Manley. Die probeerde heldhaftig om met zijn land een eigen koers te varen, weg uit de dominante Amerikaanse invloedssfeer, richting het nabijgelegen Cuba. Maar dat zagen de Verenigde Staten helemaal niet zitten, en het IMF (Internationaal Muntfonds) al evenmin. Met behulp van de enige oppositiepartij JLP (Jamaican Labour Party) werd het land stelselmatig gedestabiliseerd. Plots doken er overal vuurwapens op in Kingston, de hoofdstad. En hoewel Jamaica tot dan nooit een doorvoerhaven was geweest voor drugs uit Zuid-Amerika, werden de straten rond 1980 toch overspoeld door cocaïne en later crack. De dons in de getto's kozen radicaal partij voor de JLP of de PNP en dirigeerden hun gewelddadige bendes naar bloedige straatrellen, die honderden mensen het leven kostten. De oppositie won de verkiezingen en Edward Seaga, de nieuwe sterke man, betuigde meteen zijn onvoorwaardelijke trouw aan Amerika en het IMF. De dood van Bob Marley, in 1981, was het symbolische einde van een tijdperk, niet alleen politiek en sociaal, maar ook en vooral muzikaal.
Vandaag hoor je in Jamaica nog amper traditionele rootsreggae. Overal weerklinkt nu dancehall, ook wel ragga genoemd, afkorting van raggamuffin', een oud Engels woord voor zwerver. De grote transformatie deed zich voor in de jaren '80, toen de studiomuzikanten geleidelijk de baan moesten ruimen voor drummachines en computers, en de soepele ritmes van weleer voor hoekige beats en speciale effecten. De rappers (toasters) taterden niet meer over revolutie of rastafari maar over pussy en de M16, lange tijd het populairste wapen in Kingston. Slackness ("vuile praat") en gun talk moesten de rauwe realiteit verhullen van het leven in Jamaica, waar de wereldwijde liberalisering van de handel de plaatselijke economie intussen volledig ontwricht en ontmanteld heeft. Samen met de armoede en de werkloosheid heeft door de jaren heen ook het geweld, zowel op straat als thuis (31% van de mannen vinden dat een vrouw het mannelijke gezag thuis nooit in vraag mag stellen) onrustbarende proporties aangenomen. Sommige sociologen stellen zelfs dat de Jamaicanen een zware identiteitscrisis doormaken en precies daarom hun mannelijkheid willen benadrukken, niet alleen met gewelddadig gedrag maar ook door de openlijke omgang met verschillende vrouwen (one burner business, zo oordelen de meeste mannen, is tegennatuurlijk), het maken van kinderen (hoewel de helft van de Jamaicaanse kinderen hun vader amper te zien krijgt, een afwezigheid die mee aan de basis ligt van de identiteitscrisis), en expliciete homohaat. Zelfs premier P.J. Patterson zei onlangs dat Jamaica er op vooruit ging omdat "man have more gals", omdat de mannen meer grieten hebben dus. Er verschenen een paar boze lezersbrieven, een historicus herinnerde aan het feit dat de slaven vroeger werden aangezet om zich te voort te planten zonder een vaste relatie aan te gaan, maar voor de rest leek niemand zich echt te storen aan de uitspraak van de eerste minister. Het is in die wereld dat de dancehall rappers zich bewegen. Het is die realiteit die ze uitschreeuwen.
Maar het zijn niet alleen de Jamaicaanse mannen die hun lusten botvieren. Lady Saw (die meewerkte aan het meest recente album van No Doubt) belichaamt naar eigen zeggen de seksuele bevrijding van de vrouwen. Als je haar vraagt waarom ze op het podium in haar kruis grijpt, zegt ze dat Michael Jackson dat twintig jaar geleden al deed. Op de kritiek die ze van de goegemeente te verwerken krijgt, antwoordt ze met een militante song, 'What Is Slackness'.
Society a blame Lady Saw/Fi di system dem create/When culture did a clap... slackness is when government break them promise/Slackness is when politician issue out gun/And let the two party a shot them one another down.
(De maatschappij wijst Lady Saw met de vinger/Voor het system dat ze zelf gecreëerd hebben/Toen de cultuur in elkaar stuikte/Vuile praat, dat is als de regering haar beloftes breekt/Vuile praat, dat is als de politici wapens laten verspreiden/En de twee partijen elkaar laten ombrengen.)
Zo is dancehall toch een beetje protestmuziek, Sean Paul toch een beetje Bob Marlley. Ook al zou je dat uit volgende tekstfragmenten niet meteen afleiden.
- I can't stop wucking with you/Mi man can't you feel it too/You wuck me like a stallion (Lady Saw) Met een w, inderdaad.
- The one burner business nah work again/because one man have fi have all fifty girlfriends (Beenie Man, die het wellicht ook over Janet Jackson heeft, met wie hij vorig jaar een duet opnam)
- Mi realize her belly empty... But mi start get lengthy/Just get lengthy lengthy more lengthy... (Red Rat)
- Girls mek mi horny/Open your legs and give me/Pum pum punnany (Little Lenny) 'Pumpum' en 'punnany' zijn twee woorden voor hetzelfde vrouwelijke lichaamsdeel.
- The needle eye pumpum, tight and good the hole tight and good (Shabba Ranks, king of slackness en na Bob Marley wellicht de populairste artiest die Jamaica ooit gekend heeft)
En voor de oudere jongeren onder u: check out de LP 'Uncensored' van Lloydie & The Lowbites, 'Bedroom Mazurka' van Augustus Pablo, alles van General Echo (the dick of dicks) en Yellowman.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Dec 29, 2003