Reggae.be
25 jaar UB40 (deel 1): "Veel kamelenstront gerookt!"
InterviewsDec 22, 2003

25 jaar UB40 (deel 1): "Veel kamelenstront gerookt!"

By Jah Shakespear

Ik zou graag een dikke spliff gerookt hebben met de mannen van de UB40 maar daar kan in de lounge van het statige NH Atlanta-hotel geen sprake van zijn. We zijn hartje Rotterdam, op een boogscheut van de coffeeshops, maar blowen is in Nederland altijd al een subcultuur geweest, en het gedoogbeleid staat tegenwoordig zelfs opnieuw ter discussie. Het zal UB40 er niet van weerhouden om zich te blijven uitspreken voor de legalisering van cannabis, zowel letterlijk (in de Peter Tosh-cover 'Legalize It' bijvoorbeeld) als visueel, met prachtige beelden van ganja en allerhande rookgerei op het podium. En nu ook met de merchandising van de nieuwe CD 'Homegrown'.

De hoesfoto toont gewoon gras maar iedere rechtgeaarde blower weet dat het woord homegrown ook slaat op de eigen kweek. T- en sweatshirts van het album laten minder aan de verbeelding over: onder de titel staat het alom bekende weedblad. "Die titel betekent gewoon dat we het album hebben gemaakt in Birmingham, onze thuisstad," zegt Robin Campbell monkelend: "Voor de rest zijn wij altijd heel open geweest over ons gebruik van cannabis, en hebben we ons altijd grote voorstanders getoond van legalisering."


Meer dan twintig jaar geleden hebben jullie voor het Nederlandse muziekblad Oor meegedaan aan dopetest, waarbij jullie verschillende soorten hasj en weed moesten roken en herkennen. Zou je dat vandaag opnieuw doen?
Robin:
"Ja, waarom niet? De mensen weten dat wij gewoonterokers zijn en de titel van het album spreekt voor zich. Veel opener kunnen we niet zijn, dunkt mij."

Robin Campbell is de gitarist van UB40 en de broer van zanger Ali. Samen met rapper/percussionist Astro neemt hij vandaag de interviewhonneurs waar. Geen titanenwerk, want het gaat maar om twee gesprekken, waarvan één voor televisie, en dus maar een paar minuten lang. Interviews met UB40 zijn eerder zeldzaam, een gevolg van de vele schimpscheuten en negatieve kritieken die de band door de jaren te beurt zijn gevallen. Geheel onterecht, vinden wij, en dat is wellicht ook de reden dat de heren hebben toegestemd. Een gunstige wind heeft een enthousiaste recensie in dit blad van Fathers of reggae, de vorige UB40, in Birmingham doen belanden, en dat bleek de ideale binnenkomer te zijn.

Ik ben een fan van UB40, altijd geweest. Die eerste LP destijds, zo rond 1980, 'Signing Off', in een groffe bruine hoes gestoken, de afbeelding een uitvergrote kopie van een Engels werkloosheidsformulier of "unemployment benefit". Machtige reggae stond erop, majestueus traag, inventief gearrangeerd, klagend gezongen. En je kreeg er meteen een 12"-plaat bovenop, 'Madame Medusa', over het schrikbewind van Margareth Thatcher. UB 40 bracht in die dagen wel meer memorabele maxi-singles uit, met 'Don't Let It Get You Down' en 'Don't Slow Down' als absolute uitschieters. De groep had ook een sterke live act in huis, met naast de stemmen van de broers Ali en Robin Campbell, en de old school toasting (de Jamaicaanse oervorm van rap) van rastaman Astro, ook melodieuze en nadrukkelijk aanwezige blazers. UB 40, dat was toen categorie Steel Pulse en Burning Spear, roots par excéllence. Later, na de derde of de vierde plaat, is UB 40 de reggaehits beginnen coveren waarmee ze opgegroeid waren, met het gekende fenomenale succes. Zo groot en populair is UB40 de afgelopen 20 jaar geworden, dat de groep nog nauwelijks enige street credibility geniet, en door de muziekpers grotendeels genegeerd wordt.

Ik ben de groep nooit afgevallen. Op de jaarlijkse concerten, in Vorst Nationaal of Ahoy (Rotterdam), ben ik zo stilaan de enige die nog ganja rookt, de rest van het publiek geeft zich liever over aan bier of red red wine, maar ik zie en ik voel dat we nog altijd op dezelfde golflengte zitten, UB40 en ik, zeker als de band 'Legalize It' inzet, of weer eens zwaar aan het dubben slaat. Maar ik heb ook veel respect voor de rol die UB40 gespeeld heeft in de wereldwijde aanvaarding en populariteit van de reggae. Niemand scoorde ooit meer reggaehits. Weinig artiesten hebben zo'n fundamentele bijdrage geleverd tot de commerciële ontwikkeling van de Jamaicaanse muziek.

Er zijn maar drie (van de ruim twintig) cd's van UB40 die ik niet in huis heb: 'Labour Of Love I,II en III'. Hàd, moet ik zeggen, want ik heb intussen een vrouw leren kennen die het eerste deel aan mijn collectie heeft toegevoegd. Het is met deze covers dat UB40 de massa heeft veroverd. Covers van covers vaak, hoewel de muzikanten dat als kind zelf niet wisten. De Jamaicaanse artiesten hebben altijd onbeschaamd (en zonder rechten te betalen) geput uit de Amerikaanse en Engelse hitparades, maar die originals hoorde je niet in de arbeidersbuurten van Birmingham, waar de jongens van UB40 opgroeiden. Daar luisterden de kids naar Tony Tribe ('Red Red Wine') of Al Brown (!) ('Here I Am Baby'), die Neil Diamond en Al Green coverden.

Robin: "Wij kenden die originals zelf niet. 'Red Red Wine' was voor ons een song van Tony Tribe en zeker niet van Neil Diamond."
Astro: "Ik kénde Neil Diamond niet eens."

Heeft gospelzanger Al Green ooit gereageerd op jullie versie van 'Here I Am Baby'?
Robin:
"Nee, maar dat nummer was wel een toptienhit in Amerika dus hij zal het zeker gehoord hebben."


Hoe kiezen jullie de nummers voor die Labour of love-platen? Er zijn in de jaren '60 en '70 duizenden goede reggae- en rocksteadynummers opgenomen.
Robin:
"Voor de eerste plaat was iedereen het eens met mijn keuze. Daarna hebben we gewoon een lijst opgesteld en geleidelijk aangevuld. Na eliminatie zijn de twee volgende albums tot stand gekomen. Maar je hebt gelijk: er zijn honderden rocksteady nummers die ik graag zou coveren. Alleen maar rocksteady dus, uit de periode 1966-1969! Maar ik moet de andere jongens ook een break geven. Vandaar dat er ook nummers tussenstaan waar zij mee opgegroeid zijn, in de jaren '70."

Bij mijn weten is er nooit voorheen een reggaeversie gemaakt van Elvis' 'Can't Help Falling In Love', terwijl dàt precies jullie grootste hit was in Amerika.
Robin:
"De doorbraak in de Verenigde Staten is er louter toevallig gekomen. Vijf jaar na Europa is Red red wine er een hit geworden, per ongeluk bijna. 'Can't Help Falling In Love' was oorspronkelijk bedoeld voor de soundtrack van 'Honeymoon In Vegas'. Die film zat vol Elvis-covers en we mochten zelf een nummer kiezen. Uiteindelijk hebben ze gekozen voor een versie van Bono, maar onze uitvoering is later alsnog terechtgekomen op de soundtrack van 'Sliver'. Nu zijn wel al sinds 1994 niet meer in Amerika geweest. Groot zijn in de States is geweldig, je verkoopt miljoenen platen, maar we liggen er niet wakker van als dat niet gebeurt."

In de jaren '80 was UB40 één van de eerste westerse groepen die gingen optreden in de toenmalige Sovjetunie. Waarom hebben jullie daar nooit een vervolg aan gebreid?
Robin:
"Rusland was koud, min dertig graden, en miserabel. We voelden ons er helemaal niet gelukkig. Terugkijkend besef hoe ongelooflijk het was dat wij daar toen al gingen optreden, dat we uitgenodigd werden zelfs. Amazing really. Maar toen we daar waren, wilden we gewoon naar huis."

Kon je daar toen iets vinden om te roken?
Robin:
"Kamelenstront, dàt hebben we daar gerookt."
Astro: "Komt er een kerel naar ons die zegt dat hij prima marihuana heeft, afkomstig van de Afghaanse grens. Hij woonde in een krot van een appartement. Geen licht, berenkoud en een paar mannen die boeken zaten te lezen, en wodka te drinken. En kamelenstront te roken. We moesten voorzichtig zijn, want hij werd gevolgd door de KGB. Wat deden we daar in godsnaam?"

In 1994 wilden jullie meteen na de afschaffing van de apartheid gaan optreden in Zuid-Afrika. Een iets leukere ervaring waarschijnlijk?
Robin:
"Kan je het je voorstellen, 80.000 mensen die 'Sing Our Own Song' zingen, onze ode aan de Zuid-Afrikaanse verzetsstrijd? Ja, dat was zonder twijfel één van de hoogtepunten in onze carrière."
Astro: "Onwaarschijnlijk eigenlijk, dat wij al zo lang bezig zijn. Voor we met UB40 begonnen, hadden wij allemaal al een paar dozijn verschillende jobs gehad, afgewisseld met lange perioden van werkloosheid. Niemand van ons had toen kunnen vermoeden dat we ooit nog eens 25 jaar hetzelfde werk zouden doen."

Bestaat de UB40-kaart eigenlijk nog?
Astro:
"Ja, maar na ons eerste album hebben ze de kaart wel moeten vernieuwen. De regering had geen auteursrechten op het vroegere ontwerp zoals dat wij gebruikt hebben voor de hoes van de plaat. Je kon die hoes gewoon gebruiken als stempelkaart, en er zijn ook veel mensen die dat gedaan hebben." 

25 jaar UB40 (deel 1): "Veel kamelenstront gerookt!"

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

Reggae

Published

Dec 22, 2003