
Het was een prachtig moment zaterdagnacht, zwanger van symboliek. Met Michael Rose en Junior Reid stonden er twee zangers op het podium die meer dan wie ook de brug hebben geslagen tussen de rootsreggae van de jaren '70 en de actuele dancehall. Het is een pluim die ook Reggae Geel op de hoed mag steken, in 25 jaar uitgegroeid van een dorpsfuif tot een droomfestival.Zo beleven de 20.000 bezoekers de jaarlijkse hoogmis van de reggae, als een droom.
Buitenstaanders kunnen zich wellicht moeilijk voorstellen hoe helend zo'n weekend kan zijn, en dan hebben we het niet over de geneeskrachtige werking van cannabis. Hoewel de overvloedige consumptie van het volgens de rastaman heilige kruid de droom natuurlijk nog mooier maakt, zeker als er geen draconische controles meer plaatsvinden, zoals in het verleden al te vaak gebeurd is. Maar zouden ook de talloze boodschappen van hoop, vrede en rechtvaardigheid die de reggae-artiesten als vanouds kwistig over het publiek uitstrooien geen weldadige invloed hebben? Zeker als die boodschap wordt uitgesproken door mensen van hier en betrekking heeft op onze eigen leefwereld.
Vroeg op de middag al, na de rituele zegening door een groep rasta's (dat doen ze zelfs in Jamaica niet), maakte de Brusselse zangeres Mika indruk met een krachtige set rootsreggae, zoals die ook te horen is op haar nieuwe CD. Mika zelf zingt met meer vertrouwen en overtuiging dan ooit en haar band, General Dub Progress, creëert een eigen, herkenbaar geluid, lichtjes rockgetint en precies daarom heel apart. De Antwerpse Internationals kwamen vervolgens nog maar eens demonstreren waarom de vergelijking met de legendarische Jamaicaanse Skatalites geenszins overdreven is. Je zou haast vergeten dat de groep bijna geen covers speelt, want de meeste composities evenaren het niveau van de grote klassiekers uit de jaren '60. Het publiek was ook helemaal mee, ondanks de hitte, die de vertraging van de ska naar de reggae destijds nochtans op gang zou gebracht hebben. Te warm om zo wild te dansen. Niet in Geel dus, waar het respect voor de Belgische reggae scene trouwens ook nooit zo groot is geweest als dit jaar.
De Belgian Showcase liet de tent op vrijdagavond al helemaal vollopen én uit de bol gaan. Ruim drie uur lang toonde Calabash zich daar de perfecte backing band voor een achttal veelbelovende zangers en rappers uit Brussel, Vlaanderen en Wallonnië. Met als uitschieters zangeres Factor X, rootsman Eric Judah, veteraan Ragga Yves en het duo Raggamuffin' Whiteman & Sista G, zonder twijfel de beste en meest professionele Belgische reggae(dancehall) act van het moment. De Belgische sound systems (dj's) mochten zaterdag aan de slag in de tent maar door de hitte was daar tot 's avonds geen kat te zien. En toen moest je natuurlijk al lang op de grote wei zijn.
Eerst voor Queen Omega en de Sista Band, exclusief vrouwelijke rootsreggae, een traditie in Geel. Daarna voor Junior Reid, live niet meteen de beste entertainer van de wereld maar wel zalig om zijn vele hits eindelijk eens live te horen uitvoeren, 'Boom Shack-a-lack', 'Original Foreign Mind', 'One Blood', én om zijn twee zoons te leren kennen, angry young rastamen stijl Capleton. LMS is normaal een trio maar Miriam, het meisje, was er in Geel niet bij. Wat op zich weinig afbreuk deed aan de show.
De kinderen Morgan hebben in Amerika geleerd hoe ze een publiek moeten vermaken en verschillende nummers houden het midden tussen reggae en r'n'b, op zich al een heel aanstekelijke mix. Dat geldt ook voor de songs van T.O.K., de populairste Jamaicaanse groep van het moment, een heuse ragga boys band in feite, die flarden van lokale en internationale hits verpakt in harde digitale riddims, in Geel uiteraard live gespeeld. De hoofdact van deze jubileumeditie stond eerder dit jaar al in de AB. Michael Rose was lang geleden de voorman van Black Uhuru, in de jaren '80 de gedoodverfde opvolger van Bob Marley, toen die groep zich nog liet begeleiden en inspireren door de onvergelijkbare ritmetandem Sly (Dunbar) & Robbie (Shakespeare). Een vermoeide Michael Rose deed zijn best om de aandacht op te eisen met flauwe vraag-antwoorspelletjes maar het was Sly die Geel naar de reggaehemel drumde, met een spervuur van ritmes en patronen, soms meer dan twintig minuten lang, met heerlijke breaks op toetsen en percussie en een altijd onverstoorbare Robbie op bas. En toen kwam Junior Reid nog even voorbij, ook zanger van Black Uhuru geweest, maar het was de symboliek van het moment die telde. En toen moest ons favoriete gedeelte van Reggae Geel nog beginnen, de nachtelijke set van Ashanti 3000, de beste roots-dj van het land in het gezelschap van twee excellente toasters (rappers). Vooral Charjan heeft een geweldige stem, klagend Jamaicaans en heerlijk door de lange dubs wervelend. Jah live zong Bob Marley vroeger. En hij woont in Geel.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Aug 06, 2003