
Als gathering is Dour fantastisch, een paradijs voor reasoning, smoking herbs en spiritiual healing. Maar het programma kan beter, de reggae veel krachtiger, vernieuwender en overtuigender.
Het gezelligste plekje van Dour was de tent van Rasta Works. Lekkere thee, goeie sounds en nuff positive vibrations. En vlakbij de Cannibal Blue Stage, waar vrijdagavond een veelbelovende line-up wachtte van overwegend Engelse dub acts. Jammer genoeg stond er een geluidsman achter de knoppen die reggae wilde mixen als rock, en zou het tot na middernacht duren voor de sound in de tent een behoorlijk niveau haalde, toen iemand van Dreadzone de zaak kwam overnemen. Ras Ites ging kopje onder, maar ook Love Grocer (drie blazers, een techneut en een ondermaatse MC) en Salmonella Dub (herrie in dub).
The Amharic, last minute vervangers voor Stephen Wright, bleven wel overeind, maar dat had natuurlijk vooral te maken met de klassiek gestroomlijnde songs, roots & culture all the way, inclusief prachtige samenzang. Weinig of geen dub, en dus ook geen problemen voor de engineer. Laat in de nacht stond ook nog Bush Chemists geprogrammeerd, maar zo lang hebben wij het niet uitgehouden.
Zaterdag, 13 uur. Het begint lichtjes te motregenen, en daar doemt het schrikbeeld van vorig jaar al op, toen het festivalterrein herschapen werd in één grote poel van afval en modder. Even schuilen bij Rasta Works, en een spliff gebouwd. Niemand die opkijkt, integendeel. Als je in Dour niet aan het rollen bent, wordt je raar bekeken. Op Couleur Café en Open Tropen werd al wat afgeblowd, maar hier moet de consumptie van ganja die van alcohol minstens evenaren. Zeker vandaag, reggaedag, met name op het tweede hoofdpodium, gesponsord door Bounce, het gespecialiseerde programma op Studio Brussel.
De almaar groeiende groengeelrode stam wordt opgewarmd door Belgische sounds, waarvan Ashanti 3000 zonder twijfel de origineelste en kwalitatief meest hoogstaande set bracht. Naar onze smaak natuurlijk, want blijkbaar zijn er meer mensen die vallen voor de rommelige en oppervlakkige selecties van Bojo Productions en Rasta Works (je kan niet alles hebben in het leven), of voor de middelmatige rijmelarijen van Omar Perry. Maar het is irie om de reggae community zo massaal te zien verzamelen, heel vroeg op de dag al, solidair en verbonden als altijd. Ik voel geen enkele behoefte om naar een ander podium te gaan. Na het eten (ital food bij een Afrikaan) wel een uurtje blijven hangen bij Plastiks Sound System in de Bastard Mix Club, wonderlijk, tijdloze beats en grooves, schitterend gemixt en op smaak gebracht.
Ook Belgisch: openingsact Original U Man, de sound systems ontstegen en live stilaan de sterkste reggae-act die ons land ooit gekend heeft. Eigen songs heeft hij nog niet, maar zo hoort dat voor een Jamaicaanse toaster/rapper, die het best gedijt op de stokoude riddims van Studio One. De pret- en punkska van het Franse Babylon Circus was hier niet echt op z'n plaats, maar er restte de organisatoren maar weinig keuze, na het afzeggen van Lady Saw en Lady G, van Elephant Man ook (allemaal visumproblemen?), en fascinerend was het alleszins, de clowneske variant van ska en rocksteady die dit geschifte gezelschap brouwt, met in de hoofdrol een hyperkinetische zanger en drie jagende blazers. Maar het was natuurlijk Capleton waar de vele duizenden ragga- en dancehall-liefhebbers op zaten te wachten. Capleton, geheel ten onrechte The Prophet genoemd (vanwege zijn vermeende visionaire ideeën over rastafari - wij treden hierover niet in discussie), preekt, brult, zingt met donderende stem over onderdrukking en revolutie, maar roept en passant nog maar eens op om alle homo's en lesbo's te verbranden.
Het publiek begrijpt er als gebruikelijk geen woord, tenzij de enkele tientallen die hards vooraan, maar gaat wel helemaal uit de bol voor deze fanatieke en hypocriete (ook hij verlaagt hij zich tot slackness) schreeuwlelijkerd. More fire, roept de massa, het idool schaapachtig imiterend, maar nooit is de revolutie in de reggae ooit zo ver weg geweest als vandaag. Gelukkig speelt de legendarische Bongo Herman percussie, en staan de riddims als een huis. Tot ze weer vervormd worden tot springerige dancehall. Springen is ook wat de mensen moeten doen van Capleton, liefst zo agressief mogelijk, en dus niet zachtmoedig skanken, zoals de echte rasta's ons destijds hebben geleerd. De enige echte rastaman op het podium was de grote Burning Spear, stilaan tegen de zestig, maar nog altijd de meest geliefde en charismatische van alle reggaezangers. Voor het eerst was de hele wei in harmonie.
Voor het eerst stond iedereen te dansen, knus bij elkaar, lijf en leden weer helemaal ontspannen door het zalige gevoel van eenheid en verbondenheid dat de muziek van Spear creëert. One love. Voor het eerst waren er echte songs te horen, melodieën en arrangementen die niet bruusk werden afgebroken, echte muziek in plaats van beats en riffs, zoals je er in Dour miljoenen kon horen. Rootsreggae rules kortom. Op Max Romeo heb ik niet meer gewacht (kan alleen maar een mooie apotheose geweest zijn), en zondag ben ik niet meer teruggekeerd naar Dour. Buju hebben we nu wel gezien, Beenie is mainstream en Le Peuple de l'Herbe staat op elk festival (maar moet je wel gezien hebben). Lee Perry moet je en toe eens overslaan, dan is hij volgende keer weer dubbel zo goed. Als gathering is Dour fantastisch, een paradijs voor reasoning, smoking herbs en spiritiual healing. Maar het programma kan beter, de reggae veel krachtiger, vernieuwender en overtuigender. De grote winnaars toch: Dreadzone feat. Earl Sixteen, Ashanti 3000, Original U Man en Burning Spear. En het tentje van Rasta Works natuurlijk.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Jul 18, 2003