
It's music to smoke to, chill to, laze about on a sunny afternoon to. Dus zo wordt dub tegenwoordig gepromoot, als een soort languit-in-de-zetel-muziek, een hybride vorm van lounge. Je vindt dub tegenwoordig ook vaak in het vakje downbeat, een verzamelnaam voor dansmuziek die minder dan 100 beats per minuut haalt, of daaromtrent.
Een historische vergissing, als het u ons vraagt, want Downbeat is ook de bijnaam van Coxsone Dodd, de vader van de reggae, de grootste Jamaicaanse producer ooit en zelf een fervente liefhebber van dub. Maar dan wel van echte dub, rechtstreeks afgeleid van de vocale of instrumentale originals, jazz op het mengpaneel, en geen voorgeprogrammeerde beats of melodieën. De koning van de Engelse dub is Jah Shaka, als kind geëmigreerd naar de UK en sinds het midden van de jaren '70 onderweg met één platendraaier, een kleine effectenmachine en een set reusachtige speakers. Shaka speelt uitsluitend heavy rootsreggae, geheel gewijd aan rastafari dus, bij voorkeur de lang uitgesponnen 12"-singles die hij zelf heeft uitgebracht, een gezongen of getoaste (gerapte) uitvoering op de ene, een hallucinante dub op de andere kant. Vijftien van die dubs staan op dit schijfje verzameld, ingespeeld door de in reggaekringen zeer gereputeerde Fire House Crew uit Londen. Allemaal schitterende referenties, en toch werkt dit niet. De dubs van Jah Shaka kùnnen niet zonder zijn sound system. Alleen als de bassen je van de sokken blazen, alleen als de trebles door merg en been gaan, alleen als je geheel en al verdrinkt in de machtige sound van Jah Shaka, alleen dan geven deze dubs hun geheimen prijs. Languit in de zetel klinkt dit eerder slaapverwekkend. Toch een beetje lounge dus.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Aug 27, 2002