Hij had een winkeltje aan Twin Gates Plaza, nabij Constant Spring Road, in het centrum van Kingston. Derrick Harriott's One Stop Record Shop was gevestigd op de eerste verdieping van een ander zaakje, ik weet al niet meer wat ze daar verkochten. Harriott stond zelf achter de toog en ik kon niet anders dan eerst mijn respect betuigen. Voor 'Do I Worry', de eerste tune van hem die ik ooit hoorde, voor mij een instant klassieker Voor 'Solomon', een van de weinige foundation riddims die niet uit Studio One, Treasure Isle of het brein van Prince Buster kwamen. 'Message From A Blackman' kende ik dankzij Harriott al lang voor de originele soultune van The Temptations in mijn gehoorbereik kwam. 'The Best Of Derrick Harriott' (Island, 1968) is een van de oudste albums in mijn collectie, ingespeeld door zijn huisband The Crystalites, met trompettist Bobby Ellis als orkestleider, Hux Brown en Boris Gardener (gitaar), Joe Isaacs (drums), Theophilius Beckford (piano) en de minder bekende Desmond Miles op bas. Later zouden ook Winston Wright (orgel), Gladstone Anderson (piano) en Tommy McCook (saxofoon) The Crystalites af en toe vervoegen. Een all star cast dus, ook al waren de muzikanten zichzelf daar toen nog niet van bewust.

Derrick Harriott was niet alleen een uitstekende zanger, zeker als hij zijn falsetstem bovenhaalde, maar ook een invloedrijke producer, die in de eerste helft van de jaren '70 een resem hits scoorde met onder anderen Dennis Brown (check de plaat 'Super Reggae & Soul Hits'), The Ethiopians ('No Baptism') en Chosen Few ('Shaft', 'Tears Of A Clown' en andere vroege reggaecovers van soul hits). Met Keith & Tex maakte Harriott zijn pensioennummer, 'Stop That Train', door de jaren heel talloze keren gecoverd met de versie van Clint Eastwood & General Saint als commerciële, internationale uitschieter. Ook pionier-deejays Scotty ('Draw Your Brakes') en Big Youth ('Cool Breeze') brachten met succes hun interpretatie uit van de meezinger, die bovendien werd opgenomen in de soundtrack van de film 'The Harder They Come'. Harriott had zijn zaakjes van in het begin goed op orde, dus 'Stop That Train' moet hem op zich al een klein fortuin hebben opgeleverd.

Niet dat al zijn platen hetzelfde hoge niveau haalden. Derrick Harriott wisselde rocksteady en vroege reggae graag af met middelmatige soul en bluesy ballads. Hij was misschien wel een early adapter van dub, die al vroeg samenwerkte met King Tubby, maar de twee albums die daaruit voortvloeiden, 'Scrub A Dub' en 'More Scrubbing The Dub' (goeie titels wel), zijn te wisselvallig om nog geregeld op te leggen. Wel vette dubs van zijn grootste hits overigens. De platen die hij in die tijd nog uitbracht als zanger vielen in het niet bij de vele classic albums die toen verschenen.

Ik heb in de voorbije decennia nog welgeteld twee vinylplaten gekocht op het Crystal-label van Derrick Harriott. In 'Woman Of The Ghetto' (1978) liet hij zijn nicht Kim opdraven voor de reggaeversie van een monsterhit op naam van Marlena Shaw. Met heel vroege synths op het randje van de kitsch, maar ook daarom net uniek. Luister maar eens naar de 12inch version.

Het tweede plaatje, een 7inch, heb ik in de jaren '90 gekocht bij Derrick Harriott zelf, in dat winkeltje aan Twin Gates Plaza. Het was een toen redelijk futuristisch klinkende remake van Junior Murvins 'Police And Thieves', maar vooral de naam van de zanger sprong eruit: Boy George! Een reggaeliefhebber, zeker. 'Do You Really Want To Hurt Me' van Culture Club was zijn poppy ode aan het genre, en hij mikte ook raak met een cover van Ken Boothe's 'Everything I Own'. Maar zou Boy George echt in Jamaica geweest zijn om dit op te nemen? Zou hij überhaupt ooit naar Jamaica gaan, waar mensen van zijn geaardheid niet echt graag gezien zijn? Maar Derrick Harriott heeft dus wel degelijk samengewerkt met Boy George, en (op dezelfde single) tweede stem Micah Paris. Welke andere Jamaicaanse producer kan dat zeggen?

Overigens heb ik ook nog twee prehistorische tunes in huis van Derrick Harriott, toen hij nog de zanger was van de Jiving Juniors, een groep die zo rond 1960 met hun stampende rhythm and blues mee de weg baande voor de ontwikkeling van de ska. Laten we hem die legendarische status dus toch maar toekennen.

Foto: © Angus Taylor, United Reggae