Interviews
Pura Vida: het volledige verhaal van de Vlaamse Black Ark
Het klinkt als een verloren opname uit de Heart of The Congos sessies in 1977, als authentieke Black Ark, als een parel die Lee Perry ons al die jaren onthouden heeft. Maar het is een track van Bregt De Boever a.k.a. Pura Vida uit Sint-Maria Aalter.
De Lost Ark is de Belgische Black Ark van de 21ste eeuw. Hier leeft en werkt Bregt De Boever (°1982), een van de meest talentvolle reggae-artiesten van het land, het brein van Pura Vida, tevens leraar schilderkunst. De levensgrote werken in de Lost Ark zijn minstens even mooi en indrukwekkend als de opnames die hij hier maakt. "Schilderijen komen uit dezelfde bron," zegt hij, "momenten waarop je je overgeeft aan de creativiteit van je geest."
Die opnames van Pura Vida blijven ons verrassen. Drie jaar geleden bezorgde Bregt ons al een eerste cd'tje dat zwaar indruk maakte. Een tweede demoschijfje arriveerde in 2007 en opnieuw waren we in de wolken. Deze man is bezig met de schepping van een heel eigen sound, reggae die tegelijk heel roots klinkt en verfrissend nieuw. Mijn enige referentiepunt is de Canadese studiotovenaar Dubmatix, ook een producer die de vibes van vroeger probeert te vangen in een eigentijdse omgeving.
Vandaag vergast Bregt ons op twee nieuwe tracks: een dub plate met The Congos die klinkt als een oorspronkelijke productie van Lee 'Scratch' Perry, en een nieuwe song van Erick Judah, misschien wel het beste wat hij ooit gemaakt heeft.
Wat heb je daar eigenlijk voor nodig, om die klassieke foundation sound vandaag te reproduceren? Het antwoord op de vraag is de aanzet van een lange monoloog over de muzikale carrière van Bregt De Boever en zijn vernieuwende rootsreggae collectief Pura Vida.
"Oud materiaal. Een oude mengtafel, oude drums. Niet naar één uniforme sound streven omdat de computer dat zo wil. Niet luisteren naar die miljoenen plug-ins. King Tubbys: zo moeten drums klinken, spontaan en organisch. De vele natuurlijke geluidjes die Lee Perry toevoegde in zijn Black Ark studio: ze geven de mix een bepaald mysterie. Ik steek ook zelf opgenomen geluiden in mijn mix. Een kudde paarden die passeert. Er is geen technisch geheim voor een unieke sound. Die creëer je zelf, van uit je eigen wereld."
"Wat echt ruimte geeft aan een mix, is een goede mengtafel. De Soundcraft van Lee Perry had echt vette pre-amps (voorversterkers), zijn equalizer zat op de juiste frequentie... Ik heb het zelf ervaren: stuur al je sporen van Q Base door de mengtafel, gekruid met de nodige effecten, en de sound is plots veel rijker. Je hoort ook de kleine foutjes maar die maken de mix net levend en organisch."
"In de reggae hoor je tegenwoordig overal dezelfde cleane sound. Geen oneffenheden, geen distortion, geen leven. Daarom luister ik altijd naar reggae uit de jaren '70. Dat was pure magie. Zelfs met de goedkoopste brol kun je die sound opnieuw creëren. In Black Ark hadden ze destijds ook niet de nieuwste apparatuur. Die is er pas gekomen in Channel One, vooral met Erroll Thompson als engineer. Een geniale mix. Samen met Joe Gibbs The Mighty Two. Ook een fantastische sound."
"Het is ook een vinylgeluid. Ik ben opgegroeid in het cd-tijdperk maar mijn vader had veel vinylplaten. En ik heb de cassettes nog gekend. Ook zonder kunstmatige hoge tonen, af en toe wat distorted, oneffen. Op tape klonk King Tubby nog rauwer dan op vinyl. Als kind ben ik vaak met cassettes bezig geweest. Ik was een grote fan van Guns'n'Roses, en ik had hun muziek vooral op tape staan."
"Via mijn vader kende ik Jimi Hendrix, en Bob Dylan, en The Doors, en Janis Joplin. Dat was ook de muziek die we speelden met ons eerste groepje, psychedelische rock, wel allemaal eigen nummers. Fons van The Scabs speelde bas. Ik was 16 jaar, zanger en gitarist."
"Mijn vader heeft mij heel veel cultuur bijgebracht. Hij nam me als kind mee naar musea en zat thuis vaak gitaar te spelen. Tot mijn moeder hem aanmaande om te stoppen, omdat ik anders niet zou kunnen slapen. Maar ik vond het juist heel erg dat hij stopte. Ik hoorde hem graag muziek spelen. Hij deed het al toen ik nog in de wieg lag, zelfs toen ik nog in de baarmoeder zat. Daarom zong en zing ik zo graag liedjes van Bob Dylan, vroeger soms uren aan een stuk."
"De eerste reggae die ik hoorde, was Bob Marley. Hij hoorde gewoon thuis in het rijtje rockhelden van mijn vader. In het eerste jaar vond ik de andere reggae zelfs maar niks, ik wilde alleen Bob Marley. Zijn muziek overweldigde mij echt. De eerste plaat die ik hoorde was 'Live!', misschien wel zijn beste. 'A hungry man is an angry man'. In die periode waren mijn ouders aan het scheiden. 'Forget your troubles and dance,' zong Bob Marley, en dat deed ik ook."
"De LP 'Bush doctor' van Peter Tosh heb ik in die periode grijsgedraaid maar uiteindelijk hebben Prince Alla en Israel Vibration mij tot de rootsreggae gebracht. 'The same song' is na 'Heart of the Congo's misschien wel de beste reggaeplaat aller tijden. Prince Alla heb ik leren kennen door de re-issue door Blood and Fire van 'Only love can conquer'. Een maat legde ze iedere middag op, tijdens de schoolpauze, als we bij hem iets gingen consumeren. Ik was meteen verkocht. 'Stone' en 'Youthman in the ghetto' zijn echt schitterende songs. Met King Tubbys op zijn best."
"Ik heb Prince Alla mogen ontmoeten. Begin jaren '80 hebben ze hem gevraagd om slackness op te nemen maar dat zag hij helemaal niet zitten. Dan werd hij liever gewoon visser. Hij heeft ook lange tijd in een rastakamp gezeten, met Prince Emmanuel, waar hij
jarenlang geen muziek 'mocht' maken. Alleen maar in de bijbel lezen en nyahbinghi spelen. Ze maakten zelf borstels en gingen die verkopen op markten. Met de opbrengst kochten ze brood om uit te delen in de getto. Prachtige gast, Prince Alla."
"Ik was 16, 17 jaar. Ik volgde kunst. De boodschap van rastafari drong niet onmiddellijk tot mij door maar wel andere dingen. 'One good thing about music/When it hits, you feel no pain.' Righteousness. Consciousness. Die woorden begreep ik ook. Ik was een erfgenaam van de sixties. Peace and love."
"Maar het was op een lezing van Jah Shakespear in de Cactus Club dat voor mij een wereld is open gegaan. Tegen de muur hingen een honderdtal hoezen. Ik heb een fotografisch geheugen en ik ben in een winkeltje in Gent gewoon alle platen gaan halen die ik mij herinnerde, zonder ze te beluisteren! 'Message from the King' van Prince Far I. Ik had geen idee hoe Prince Far I klonk, maar ik moest ze hebben. En dan thuis: 'Black reggae music!' Mijn eerste plaat van Augustus Pablo, 'El Rockers' heb ik gekocht omdat ik vond dat hij op Bob Marley leek. Met Aston Familyman Barrett op bas! Ik wist bijna nooit wat ik te horen zou krijgen. Heel bijzondere ervaringen waren dat."
"Ik kocht ook wel eens nieuwe plaat, iets wat ik op dat moment tof vond, maar dat had geen blijvende waarde. De gold ook voor de eerste plaat van The Congos die ik heb gekocht, 'Reggae Revival'. Vergeleken met 'The heart of The Congos' stelt die natuurlijk niets voor. 'Chapter 1' en 'Superape' van Lee Perry heb ik leren kennen via Rastov. We draaiden toen samen als I&I Foundation, uitsluitend oude rootsreggae. Met hem heb ik ook mijn eerste concerten gezien: Steel Pulse, Linton Kwesi Johnson, dat soort groepen. Maar ook het Franse Improvisators Dub, met sitar en fluiten. En we gingen naar reggaefuiven. Ik herinner mij een sessie van Jah Free. Schitterend! Ik ging helemaal uit mijn bol."
"Ik speelde in die tijd nog altijd in een rockgroepje. Maar plots wilde ik bassen in een reggaegroep. Rastov had nog een oude basgitaar staan met omgekeerde snaren. Het eerste wat ik daarop kon spelen was 'Stir it up'. Ik ben altijd naar Bob Dylan blijven luisteren, en naar Leonard Cohen, en naar The Doors, en naar Pink Floyd, maar sinds ik zelf reggae speel, is dat de dominante vibe in mijn hoofd. Who feels it knows it. Ik voel overal reggae. Ik heb 'Belladonna' van Daniel Lanois altijd een prachtige plaat gevonden, maar pas nu hij optreedt met Black Dub zegt hij openlijk dat rootsreggae hem zwaar geïnspireerd heeft. Speelt hij plots 'Ring the alarm' tijdens een concert. De cirkel is rond, denk ik dan. Daniel Lanois werkt ook met oud materiaal, liefst op tape. Hij is ook thuis begonnen, in de kelder bij zijn moeder. Uiteindelijk heeft hij de sound van U2 vorm gegeven, met de ruimte en de zweverigheid die ik herken van de dub."
"Ik ging soms naar het Lappersfort, dat toen bezet werd door een groep milieuactivisten. Daar heb ik Steven ontmoet, die tot vandaag gitaar speelt bij ons. Bij volle maan, putje winter, hebben we daar liedjes zitten zingen. Bob Dylan, kleinkunst. Rastov kende intussen twee gasten die een reggaegroep wilden oprichten, en ze zochten een bassist. Kwam ik daar aan, bleek Steven de gitarist te worden. Die groep heette Najanonki, een naam die niamand kon onthouden, maar we hebben wel een paar mooie concerten gespeeld. Rootsreggae. Op het einde heb ik een cd'tje gemaakt van onze beste nummers."
"Dat was al in mijn eigen studiootje, waar ik begonnen was met tapes en 4-track opnames. Ik kon intussen ook al een beetje drummen, dus we konden echt wel nummers opnemen. Eerst met een oud tweesporen bandrecordertje van 400 frank, en een oortelefoontje als microfoon. Zo nam ik de drums op, helemaal overstuurd, en dat speelde ik af met mijn cassetterecorder. Op dezelfde manier nam ik
daarna de bas op, op het tweede spoor. Dan die cassette afspelen, microfoontje erbij, en gitaar opnemen. Het eindresultaat klonk afgrijselijk maar zo ben ik wel altijd blijven werken, laag per laag.”
"Mijn neef, DJ Crossfire, had op zijn zestiende een dance hit gescoord en een platencontract gekregen bij een Engels platenlabel. Als kind hadden we nog samen een groepje opgericht, The Generation, als fan van Guns'n'Roses. Na jaren zagen we elkaar terug en ik liet hem een cassette horen van mijn reggaemateriaal. 'Wow! Hoe doe jij dat!?' Ik had in een nummer de baslijn gebruikt van 'The chain' van Fleetwood Mac. Dat vond hij fantastisch en hij nodigde mij uit in zijn studio om het nummer opnieuw op te nemen, met behulp van zijn computer. Opnieuw een wereld die openging. Op één namiddag konden we een nummer volledig afwerken. Wij hadden nog geen computer in huis maar ik ben toen meteen gaan werken om een toestel te kopen. Zeven maanden vuilniszakken buitenzetten bij het UZ in Gent."
"Probleem: ik kon nog niet opnemen met die apparatuur. Maar ik had wel Q Base. Ik ben dan allerhande loops en samples gaan opzoeken, effecten erop, mixen, en zo kwamen mijn eerste dubs tot stand. Computerfiles met soms honderden verschillende sound bytes. Echt geflipt."
"Toen ik dan toch zelf kon opnemen, met één ingang, stond de computer nog wel in de living bij mijn moeder. Ik daar iedere binnen en buiten met mijn snare, met mijn basdrum, met mijn gitaar... Die cd van Najanonki heb ik zo opgenomen."
"Later heb ik een betere soundcard gekocht en zijn de eerste min of meer volwaardige opnames ontstaan. De eerste die onze muziek heeft opgepikt, was Youri van Dub Front Association, en die heeft ook een cd bezorgd aan Reggae.be. Niet met de bedoeling om meteen een recensie te krijgen maar jij (Jah Shakespear) vond het materiaal goed genoeg om iets over te schrijven. Dat de muziek jou zo vertrouwd in de oren klonk, had misschien te maken met de drum samples die ik gebruikt heb, van Style Scott. En je hoorde in mijn muziek natuurlijk ook de echo van die platen die ik via de Cactus Club had leren kennen. Opnieuw die cirkel."
"Het was voor mij een heel leerrijke periode. Ik voelde dat ik goed in balans was. Rastov en Crossfire sterkten mij in mijn overtuiging. Crossfire heeft me ook nog heel veel geleerd over de computer."
"We zijn dan verhuisd naar onze huidige woning, waar ik de zolder heb gekregen. Hier heb ik voor het eerst gewerkt met backing vocals, toen nog drie meisjes. Dat was eigenlijk het begin van Pura Vida. Bas, gitaar, zang en percussie deed ik zelf, Karel, Eva en Mathieu zorgden voor de blazers."
"In het begin stonden we soms met 13 mensen op het podium en waren er amper 3 mensen in de zaal. Drie blazers, drie backing vocals, percussie... Daardoor beperk je natuurlijk de opties voor de organisatoren. Hoewel we ooit in de laatste nacht van de Gentse Feesten toch eens in de Kinky Star hebben gespeeld, een klein café. Dertien was misschien wat veel maar ik wil wel altijd optreden met een serieuze bezetting."
"De komst van Saimn-I heeft het niveau van de groep flink opgekrikt. Ik sta er nu niet meer alleen voor, en Saimn-I biedt met zijn toasts een mooi tegengewicht voor mijn harmonies. Sinds kort hebben we nu een derde zanger, Stefaan, van de groep Jah Generation, wat vooral de harmonies ten goede komt. Want de zangeressen zijn er intussen niet meer bij. Als je 10 keer komt kijken naar Pura Vida, zal je 10 keer een andere bezetting zien. Het is een levendig geheel met een vaste kern. De muziek wordt hier gemaakt, en door de muzikanten live geïnterpreteerd."
"De sitar is een apart verhaal. Mijn vader had een plaat van Ravi Shankar, en toen ik die hoorde, wist ik meteen: dat instrument wil ik hebben. Maar ik was 16, had nog geen geld en nergens in Gent kon ik een sitar vinden. Tot iemand me naar een Indiër verwees. Die man haalde inderdaad een prachtige sitar boven maar ik kon hem alleen maar even aanraken. 25.000 frank: dat kon ik absoluut niet betalen. Later heeft een vriendin mij een sitar toegestuurd van uit India, een gewoon studie-instrument maar ik heb er intussen toch een band mee ontwikkeld."
"Ik ken eigenlijk geen muzikale beperkingen in de reggae die ik maak. Reggae is de max voor àlle instrumenten. Zelfs klassiek komt in aanmerking. In 'Babylon will fall' heb ik Franz Schubert geadapteerd. Op een avond liep ik verkleed en geschminkt rond op een Ensor-feest en heb ik kennisgemaakt met Katrien, onze vaste violiste. Zij is opgegroeid met Schubert, dus dat klikte onmiddellijk. Heartical. Af en toe geef ik haar advies maar meestal improviseert ze zelf. Ze heeft een diploma van het Lemmens-instituut. Ik hoef haar echt niks meer te leren."
"Het is geen toeval dat ik net de platen van The Congos en Prince Alla vanaf het eerste moment mee zong. Dat zijn ook de artiesten met wie ik later heb kunnen samenwerken."
"Het was volle maan en The Congos kwamen in Gent spelen. 2 november 2009. Ik zei tegen Nina, mijn vriendin: 'Het is ondenkbaar dat ik daar niet bij ben.' Dat was echt mystic. En plots stond ik daar, backstage bij The Congos: Cedric Myton, Watty Burnett, Congo Ashanti Roy en Kenroy Fiffe. Ik kon alleen maar lachen, zo gelukkig was ik. We hadden afgesproken dat ik iets zou opnemen met Watty Burnett, op een riddim van een eigen song van mij, 'Meditation'. Ik hoopte stilletjes dat Congo Ashanti Roy ook zou meezingen maar plots verschenen ze daar alle vier in dat kamertje. 'Yes man! You're the youth man! Give thanks, man!' Ze waren echt dankbaar, en de vibes waren geweldig. Het was I&I, Jamaican style. Heel uplifting. Congo Ashanti Roy heeft me uitgenodigd in Jamaica. 'Don't come as a tourist,' zei hij. 'Come to us.' Ik zou daar kunnen logeren en kunnen opnemen in hun eigen studio. Natural mystic. Ooit ga ik dat zeker doen. The Congos produceren: een droom!"
"Ik heb de muziek gewoon opgezet, met een microfoon erbij. De eerste die binnenkwam, was Cedric Myton. Hij luisterde even, rolde een spliff en zei: 'Yeah man, you want us to sing on that?' En hij begon te zingen, met zijn hoge stemmetje. De anderen volgden, één voor één. Een kwartier hebben ze gezongen. 'This riddim could be a hit in Jamaica,' zei Congo Ashanti Roy."
"Als ik in Jamaica zou kunnen opnemen, zouden er veel deuren opengaan voor mij als producer. Produceren is mijn echte passie. Het is als schilderen. Maar wel liefst hier, in The Lost Ark, mijn eigen studio. Ook dat is een cirkel, hier moet het gebeuren. Hier kan ik mijn eigen sound ontwikkelen."
"Ik zou willen leven van mijn kunst. Schilderen, muziek maken en produceren, filmmuziek ook... Mijn schoonvader Daniël Schelfthout maakt animatiefilms. Door hem ben ik trouwens vegetariër geworden. Een kluizenaar en een kunstenaar met een hoogst religieuze en spirituele dimensie, een man die het goede nastreeft in het leven, en ook de vader van Nina. Een fantastische persoonlijkheid. Hij kiest bewust voor de voorzienigheid. Hij vindt het zonde voor de kosmos om elke dag te gaan werken. Zion, het paradijs, is onze planeet zelf, maar wij hebben het evenwicht verstoord tussen mens en natuur. Ik hoop echt dat in de toekomst veel meer mensen verlicht zullen worden. En dan samen zullen feesten op mijn muziek, of eender welke muziek die ze tof vinden."
Published on 21/12/2009 by Jah Shakespear
Comments
You need to be registered and logged in to post comments.












