History
Ethiopia Calling 14: de rotskerken van Lalibela
Onze gids in Lalibela is Kassa, een vriendelijke, goed geïnformeerde veertiger. Het lijkt misschien wat overdreven om altijd een ‘gids’ of een vriend op sleeptouw te nemen, de meeste verhalen staan ook in Lonely Planet, maar wij voelen ons nog te groen om al die ervaringen en impressies zelf te kaderen en te ondergaan.Zeruhin, Temesgen en Kassa, of we ze nu al dan niet betalen voor hun diensten, vergemakkelijken het contact met de bevolking, ook met zwervers en bedelaars (zonder agressief te worden). We lopen ook zowat de hele dag met hen te praten, heel leerzame en verhelderende gesprekken zijn dat.
Kassa begeleidt ons naar de eerste van de zes noordelijke kerken, in het gezelschap van een schoenenbewaker. Bezoekers mogen de kerken enkel ongeschoeid betreden en die mooie, vaak dure schoenen moeten natuurlijk wel blijven staan. De jongen zet de schoenen ook netjes klaar telkens als we ergens aan een andere kant buitenkomen, en hij helpt Marleen zelfs om haar schoenen weer aan te trekken. Klinkt een beetje koloniaal maar de jongen doet het uit eigen beweging en we betalen hem er ook iets voor, vijf birr per kerk zelfs, een halve euro. Ik vind dat een goede deal.
Bet Medhane Alem (Redder van de Wereld) zou de grootste rotskerk in de wereld zijn, 33,5 op 23,5 meter, 11,5 meter hoog, en mogelijk een kopie van de oorspronkelijke Heilige Maria van Sion in Aksum. Het gebouw, massief monolithisch uit de rotsen gehouwen tot het haast helemaal los stond, wordt ondersteund door 38 vierkante zuilen. In de vensters herkennen we het ontwerp van de stelae in Aksum, volgens Kassa ook het symbool van de mannelijke besnijdenis. Jammer dat de monumentale aanblik van het gebouw verstoord wordt door een rommelige dakconstructie van de Unesco, maar het wereldwonder moet nu eenmaal beter beschermd worden tegen de elementen, vinden ze daar, en ze hebben natuurlijk een punt.
Binnenin is de kerk verrassend klein en zelfs nauw. Hier geen vergeefse pogingen om God naar de kroon te steken, geen naar de hemel reikende bogen en vensters, maar een kleine, bescheiden ruimte, verdeeld over vier nog kleinere vleugels. De drie lege graven zijn symbolisch bestemd voor de aartsvaders Abraham, Jakob en Isaac. Een priester in een wit gewaad toont het befaamde gouden kruis van Lalibela, 7 kg zwaar en in 1997 gestolen door een Ethiopische antiekhandelaar, in opdracht van een Belgische toerist die er 25.000 dollar voor over had. Door bemiddeling van de Belgische regering is het kruis later terugbezorgd aan Ethiopië. ‘Prima werk van jullie regering,’ vertaalt Kassa de woorden van de priester. ‘Wij zijn het Belgische volk heel dankbaar.’ Het had ook omgekeerd kunnen zijn.
Via een korte tunnel komen we bij Bet Maryam, een kleine maar wel prachtig gedecoreerde kerk. We zien bekende bijbelse symbolen in de vensters, een bas-reliëf van Sint-Joris en zeer oude fresco’s, waaronder een tweekoppige adelaar. Hoe zou dat beeld ooit op de Duitse en de Oostenrijkse vlag geraakt zijn? Opgepikt door de Maltese tempelridders die hier zonder twijfel geweest zijn? Hun typische kruis is hier frequent terug te vinden. Net als de swastika overigens, niet als eerbetoon aan de nazi’s die het symbool pas zevenhonderd jaar later zouden misbruiken maar als verwijzing naar de oosterse tradities van het jaïnisme en het boeddhisme. Het hakenkruis was ook te vinden in vroegchristelijke graftomben.
Bet Meskel en Bet Danaghel zijn twee kleine kapellen van Bet Maryam maar ook hier is telkens een priester present, met het obligate kruis, en zo poseren ze ook: lichtjes obligaat, routineus bijna. In ruil voor een kleine gift natuurlijk, of een cadeautje, in ons geval een stuk zeep.
Selassie Chapel (de Kapel van de Drievuldigheid) is niet geopend voor het publiek, maar Bet Golgotha heeft meer dan genoeg moois te bieden. Niet voor de vrouwen, want die mogen er niet binnen. Reliëfkunst op het zogenaamde graf van Christus, de levensgrote afbeeldingen van zeven heiligen, het graf van koning Lalibela. Wie hier op bezoek komt, zo gaat de legende, is verzekerd van een plaats in de hemel. De priester toont ook een zwaar zwart kruis en een bijzondere bidstok, twee voorwerpen die zouden toebehoord hebben aan de koning zelf. In een diepe geul naast Bet Golgotha staat het Graf van Adam.
Koning Lalibela wilde een nieuw Jeruzalem bouwen, zoals de engelen hem hadden ingefluisterd. Vandaar de bijbelse namen in en om de stad. Golgotha, de Olijfberg, het graf van Adam, heilige plaatsen die je ook in het oude Jeruzalem kan bezoeken. De rivier Jordaan snijdt Lalibela letterlijk in twee. Het is een wonderlijk maar in de orthodoxe logica van de Ethiopische kerk tegelijk heel consequent idee, dat na de Ark des Verbonds ook de hoofdstad van het heilige en beloofde land naar hier is verhuisd. De mensen van Lalibela nemen de bijbelse plaatsbepalingen trouwens heel ernstig, zoals past bij hun diepe geloof.
Ten zuiden van de Jordaan staan nog vier rotskerken. Na de middag bezoeken we eerst Bet Abba Libanos, als we de legende mogen geloven gebouwd in één nacht, onder leiding van Meskel Kebra, mevrouw Lalibela, en uiteraard met steun van de engelen. Een sjofele portier verwelkomt ons aan de ingang, een korte rotstunnel. De priester van de kerk tovert een innemende glimlach op zijn gezicht en nodigt ons uit in zijn heiligdom. Ook hij heeft weer enkele prachtige kruisen bij de hand en laat zich gewillig fotograferen. Hoe vaak zou hij dit al gedaan hebben? Hoeveel foto’s zouden er wereldwijd al circuleren van de priesters in Lalibela?
Bet Amanuel staat helemaal los van de omringende rotswanden. Het is alweer een indrukwekkend gebouw, veel kleiner binnenin dan je van buitenaf zou denken. Dit zou destijds een privé-kapel geweest zijn van de koninklijke familie. In Bet Mekorios zien we een mooi fresco van de drie wijzen en afbeeldingen van de twaalf apostelen. Dan gaat het door een lange onderaardse tunnel (een van de vele verborgen verbindingswegen tussen de kerken), over een smalle rotsbrug naar Bet Gabriel-Rufael, een tweelingkerk die misschien wel een versterkt paleis was, voor buitenstaanders in elk geval heel moeilijk te bereiken. Een Amerikaanse toerist trekt olijk aan de klok voor de ingang, het geluid verstoort de gewijde stilte die hier heerst, toch op dit moment, als de klok in feite helemaal niet geluid moet worden. Kassa vraagt de man waarom hij het gedaan heeft, de priester van Gabriel-Rufael kan zijn ongenoegen al evenmin wegsteken. Een gebrek aan respect van de toerist of een gebrek aan humor en relativeringsvermogen van de Ethiopiërs? Het zijn zinvolle vragen in deze religieus zo gevoelige tijden. En dan laten we de tientallen miljoenen moslims in Ethiopië nog buiten beschouwing, hoewel die nu al enkele eeuwen zeer vreedzaam samenleven met de christenen. Ethiopië was in de zevende eeuw na Christus het eerste land ooit waar de volgelingen van Mohammed hun toevlucht konden zoeken. Mohammed zelf zou toen gezegd hebben dat de moslims nooit een jihad mochten ondernemen tegen Ethiopië. Zoals het hoort in het beloofde land;
Toen de heilige Joris zag dat Lalibela nog geen enkele kerk had gebouwd te zijner ere, bracht hij de koning vertoornd een bezoek. Die beloofde prompt dat Bet Giyorgis de mooiste van alle rotskerken zou worden, en hij heeft woord gehouden. Gebouwd in de vorm van een gedrongen Grieks kruis, vijftien meter diep uitgehouwen in de rode rotssteen, is dit op zich al een wereldwonder, zonder twijfel het kroonjuweel van het christelijke Ethiopische erfgoed. Door een smalle kloof dalen we af naar de ingang beneden. De holen in de rots waren bestemd voor pelgrims die hier kwamen sterven. Er liggen nog altijd enkele gemummificeerde skeletten te kijk.
En zo hebben we alle kerken van Lalibela in één dag bezocht, een betoverende ervaring die evengoed bevreemdde door de oprechte devotie van de Ethiopiërs, de gidsen, de schoenbewakers, de priesters, als door het contrast met de omgeving, geen oude Europese binnenstad of abdij maar het Afrikaanse hoogland.
Published on 27/11/2007 by Jah Shakespear
Comments
There are no comments.
You need to be registered and logged in to post comments.












