History
Ethiopia Calling Part 5: No smoking please
In bad in Addis: wellness zonder jacuzzi. En waarom je in Ethiopië nog overal mag roken.De volgende ochtend, de laatste dag van het jaar, is er geen water. Door het venster zie ik hoe enkele vrouwen zich wassen met water uit een diepe plas. Wij gebruiken ons laatste flessenwater en gaan weer op pad in de stad. Eerst wat geld wisselen in een winkeltje, dan naar de natuurlijke warmwaterbronnen van Addisu Filhowa, de eigenlijke bestaansreden van Addis Ababa. Het was hier dat keizerin Taytu Betul, de vrouw van Menelik II, de nieuwe hoofdstad van het land droomde en dat haar man ook daadwerkelijk zijn paleis bouwde, nu de thuisbasis van de regering. Een marmeren plaat aan de ingang meldt in twee talen (Engels en Amhaars) dat de Conquering Lion of the Tribe of Judah, Haile Selassie I, Elect of God, Emperor of Ethiopië deze publieke baden op 30 juli 1964 geopend heeft ‘for the benefit and use of our people.’ Het water dat hier uit de grond komt, zou helend zijn. Komt goed uit want ik verga van de rugpijn.
We betalen 60 birr (prijs voor foreigners) en krijgen toegang tot het kuurpark. Klinkt chique, en dat is het ook naar Ethiopische normen. Niet zo duur, steriel en afgeborsteld als Europese wellnesscentra maar wel gezellig en lommerrijk. In plaats van cleane bars en beautyshops zijn er stalletjes waar je alles kan kopen en drinken. De baden zelf, voor één of twee personen, zouden bij ons allicht onthaald worden op afkeurend gemompel, maar ze zijn wel perfect schoon, vorstelijk ruim en zeer doeltreffend. We genieten met volle teugen van het zalig warme water dat overvloedig uit de kranen stroomt. Zeep, handdoeken, flipflops: je krijgt het er allemaal bij. Big deal, zullen sommige mensen denken. Er is niet eens een jacuzzi. Wij houden niet van jacuzzi’s.
De pijn is verzacht maar nog lang niet over. Zeruhin stelt voor dat ik er een sessie hydrotherapie bijneem. Er zitten een vijftigtal mensen in de wachtzaal. Ik wil ze niet allemaal voorsteken (zou kunnen, als ik paar biljetten zou laten flapperen) maar ik heb ook geen zin om hier te zitten wachten. We besluiten om een ontbijt te nemen in een nabijgelegen hotel. Ook hier staat een portier klaar met een metaaldetector. De man aan de ingang van hotel Bisrat heeft er een, de bewaker van het kuurpark, de conciërge van het museum… Op een tv-scherm meldt Al Jazeera dat de Verenigde Naties Eritrea in de gaten houden wegens terroristisch gevaar. De Eritrese regering zou nog altijd pogingen ondersteunen om het Ethiopische regime te destabiliseren, en het begin van het nieuwe millennium zou daar wel eens een prima aanleiding voor kunnen zijn. We eten roerei, brood en marmelade, en dat smaakt uitstekend.
Bij onze terugkeer in de baden een uurtje later staat de kinesist me al op te wachten. Op aanraden van Zeruhin stop ik hem dertig extra birr in de handen. ‘Dan zal hij nog beter voor je zorgen.’ De man, klein, ongeveer van mijn leeftijd, met twinkelende oogjes en een stralende lach, gebaart dat ik me moet uitkleden (ik hou mijn onderbroek aan – onze gebarentaal schept geen duidelijkheid in het dilemma) en plaatsnemen in een enorm stenen bad. Hij draait vier grote kranen open, het water op de ideale temperatuur gemengd, en laat me even genieten. Dan haalt hij een angstaanjagende rubberen slurf boven. Het water spuit er met volle kracht uit. De man pakt de slurf stevig vast en begint er mijn lichaam mee te bewerken. Eerst de voeten, en dat kriebelt. Op mijn van oudsher lichtjes geschonden onderbenen ervaar ik veeleer pijn. Mijn rug voel ik ter plaatse ontspannen. Drie keer duwt de man resoluut mijn hoofd onder water om ook de nek goed te kunnen behandelen. De slurf is onverbiddelijk. Gelukkig zijn er hendels in het bad om me aan vast te houden.
Na het bad mag ik op een massagebank gaan liggen. De man, nog altijd lachend – ik zou bijna zeggen veelbetekenend, maar dat zegt waarschijnlijk mijn perverse brein – wikkelt heel mijn lichaam in warme handdoeken en laat me een tiental minuten zo liggen. Dan keert hij terug met een fles olie en gaat aan de slag. Het is de eerste professionele massage in mijn leven en ik vind het heerlijk. Dat ik daarvoor naar Ethiopië moet komen.
In de tuin rook ik een sigaret. Plots besef ik dat ik sinds onze aankomst in dit land nog bijna niemand heb zien roken. Een blanke bezoeker in de Zebra Grill, een Soedanees in het hotel, en dat was het zo’n beetje. Zeruhin weet dat minder dan 5% van de Ethiopische bevolking aan de sigaret is, ‘en dat zouden we ook zo willen houden.’ Je mag in Ethiopië nog overal ongestoord roken, restaurants, luchthavens, kantoren, maar je bent niet zelden de enige die sigaretten hebt. De meeste Ethiopiërs keuren roken gewoon af. Zelfs de kerk waarschuwt voor het gebruik van tabak. Slecht voor de gezondheid, voor het sociale leven én voor je relatie met God.
Over drank wordt in mijn boekje Christianity in Ethiopia met geen woord gerept, tenzij alcohol onder ‘other drugs’ zou vallen, maar ook op dat vlak lijken de Ethiopiërs het principe ‘met mate’ te huldigen. Hoewel er vandaag wel uitzonderlijk lange rijen staan bij de vestigingen van Brouwerij St. George, in de jaren ’20 van de vorige eeuw opgericht door (wie anders?) Haile Selassie, die toen nog gewoon Tafari Makkonen heette. Het nieuwe millennium begint uiteindelijk maar één keer. In de straat van de drankgroothandel staan ook tal van gelegenheidsverkopers die vooral gin in de aanbieding hebben, de goedkoopste en populairste sterke drank van het land, vaak gebotteld in merkloze flessen. Maar het is toch de huiskleur van de brouwerij die het straatbeeld domineert, fel geel, in combinatie met het bedrijfslogo, een tekening van de heilige Joris, tevens patroonheilige van Ethiopië. De Joris die de draak gedood heeft, inderdaad, en wiens icoon voorop ging in de strijd om Adwa, waar de Ethiopiërs de Italianen in 1896 een vernietigende slag toebrachten. Zouden ze die historische zege misschien gevierd hebben met een frisse pint?
Published on 23/10/2007 by Jah Shakespear
Comments
There are no comments.
You need to be registered and logged in to post comments.












