Ganja Corner
Het grote Weedgenietboek
Het Grote Weedgenietboek is opnieuw verkrijgbaar in de handel. Lijstjes, feiten, charts, verhalen, film, muziek, wetgeving, geschiedenis: het staat er allemaal in. Bestellen kan enkel on-line via deze website: www.wwaow.com
Ter herinnering: Hoofdstuk 19 Jamaican collie makes you jolly - Free & Exclusive
Ganja is het levenskruid van de reggae. Ganja initieerde Bob Marley in rastafari, inspireerde hele generaties Jamaicaanse zangers en muzikanten en genereerde hallucinogene mutanten als dub en toasting, dat zich in Amerika zou ontwikkelen tot rap. Ganja is, zo prediken de rasta's, een sacrament, een geschenk van Jah. Genesis 1.29 bewijst hun gelijk. 'En God zei: Ziet, ik heb u alle zaaddragende plantengroei die op de oppervlakte van de aarde is, en elke boom waar zaaddragende vrucht aanzit, gegeven. U diene het tot voedsel.' En gebruikte God zelf geen ganja om tot meditatie te komen? Psalmen 18.8: 'Rook steeg op uit zijn neusgaten, louter vuur uit zijn mond bleef verslinden, louter gloeiende kolen laaiden uit hem voort.' Heerlijk boek toch, die bijbel (zie ook hoofdstuk 3). Kende zelfs de geneeskrachtige werking van ganja al, weten de rasta's. Openbaringen 22.2: 'En aan deze en gene zijde van de rivier stonden bomen des levens, die 12 vruchtoogsten voortbrengen, elke maand hun vruchten opleveren. En de bladeren van de bomen waren tot genezing van de natieën.'
Twaalf vruchtoogsten? Ik dacht dat je daar lampen voor nodig had. U weet overigens toch dat er ganja groeit op het graf van de wijze koning Salomo? Tot daar het bijbeluurtje. Ganja en reggae, dat is magie. Het gebruik van collieweed en aanverwanten deed de grenzen van de muziek voortdurend vervagen en uitbreiden. Geen enkele stroming in de popmuziek (en dat is reggae, Jamaicaanse popmuziek) kende zo veel metamorfoses, zo veel verschillende gedaantes, zo veel explosieve uitbarstingen van creativiteit. De hartslag, bas en drum, is al die jaren dezelfde gebleven, maar altijd zijn muzikanten, studio engineers en producers blijven zoeken naar nieuwe vormen en ideeën.
De revolutionaire ontwikkelingen in dub en toasting bepalen op dit ogenblik de norm in eigentijdse dansmuziek als house en hiphop. Ganja is niet zomaar een genotsmiddel, het stuwt de muziek naar een nieuw universum. Dat hoef je de Jamaicanen uiteraard al lang niet meer te vertellen. Hielden ze hun liefde voor het heilige kruid in de jaren '60 nog angstvallig verborgen (ook al herinneren ooggetuigen zich dat de opnames van de legendarische Skatalites baadden in geurige dampen en dat de groep in 1964 niet mee naar de wereldtentoonstelling in New York mocht omdat Don Drummond en de zijnen 'te veel ganja rookten'), vanaf 1970 worden de herbs alom geprezen en geëerd. Zeker weten doe je het nooit in de rijkelijk gevulde reggae-ruif, maar de oerversie van Marley's 'Kaya', opgenomen in samenwerking met tovenaar Lee Perry, moet zowat de eerste expliciete ganja-song geweest zijn. En meteen ook een van de allermooiste, zoet en helder, zoals de beste sensemilla. Bob Marley werkte rond de song later een prachtige LP uit ('Kaya') maar zou het onderwerp in zijn andere teksten nog nauwelijks woordelijk beroeren. African Herbsman, I Shot The Sheriff, Easy Skanking: dan hebben we het wel gehad. Lee Perry daarentegen is zijn liefde voor de ganja altijd blijven betuigen, in de meest uiteenlopende vormen, gedichten en raaskallerijen, en mag er ook graag mee uitpakken.
De LP's 'Superape' en 'Return of the Superape' tonen op de hoes een groteske stonede King Kong met reuzespliff in de poot, en Perry's beste plaat ooit (en dat vindt de man zelf ook) heet zonder meer 'Roastfish, Collieweed & Cornbread', of alles wat de rasta nodig heeft om te overleven. Scratch citeert overigens Holland en Zwitserland (sinds een vijftiental jaar zijn vaste verblijfplaats) als de twee enige landen die niet door de Armageddon verwoest zullen worden, 'omdat ze de herbs hebben vrijgegeven'. Twee van Perry's mooiste ganja-songs voor anderen: 'Bad Weed' van Junior Murvin (het kàn gebeuren) en 'Bushweed Corntrash', sluipend maar goedaardig gif van Bunny & Ricky, een nummer dat buiten in het donker smaakt als een spliff in de hete zomerzon. Maar wie echt far out is, legt 'Colombia Colly' op, een plaat van rasta-toaster Jah Lion, mogelijk een andere gedaante van Lee Perry zelf. Er bestaan nog orakels. Ook toaster Jah Woosh kan het niet laten. Zijn beste plaat is wellicht 'Chalis Blaze’ en luidkeelse schreeuw om die pijp nu eindelijk eens aan te steken. Geen meesterwerk maar wel amusant. U-Roy, I-Roy, Toyan, Tapper Zukie, Ranking Dread, Prince Far I, Eek-A-Mouse, Big Youth, Lone Ranger, Dillinger, Yellowman, Charlie Chaplin, Trinity: alle grote DJ's uit de jaren '70 en begin '80 hebben hun bijdrage geleverd tot de algehele verheerlijking van de ganja, vaak begeleid door toepasselijke zuig-, hoest- en blaasgeluiden.
Producers Niney Holness en Rupie Edwards hingen aan hun grootste hits (respectievelijk 'Blood & Fire' en 'Feeling High', twee expliciete blow-nummers mèt sfeersamples) zelfs een volledige LP op, een resem varianten op de oorspronkelijke uitvoeringen. Maar het zijn de Jamaicaanse zangers die de geneugten van de ganja het mooist beschreven en (hoe kan het anders?) bezongen hebben. U kent 'Pass the Kouchie (pijpje)' van de Mighty Diamonds, het nummer dat ten behoeve van de kinderband Musical Youth 'Pass the Dutchie (pannetje)' moest heten en toen plots wèl een wereldhit kon worden. Misschien bent u ook vertrouwd met de opwindende neo-reggae van Black Uhuru in 'Sensemilla', voorwaar een song die je zin doet krijgen in een spliff type frietzak, met het primitieve maar onweerstaanbare 'Smoking My Ganja' van de Engelse Capital Letters, of met de kinderlijke eenvoud van 'One Draw' (Rita Marley), een meezinger die enkel in de lage landen succes genoot. Om de essentie van het koningskoppel ganja-reggae te vatten moeten we echter nog veel dieper gaan graven. Naar onvindbare singles van Patrick Andy ('Sincimania', zo stelt het label in hoofdletters), Junior Reid ('Sensie A Medicine', op de LP Original Foreign Mind) of Sugar Minott ('International Herb', op het bizarre Amerikaanse Wackie's label).
Het zijn songs die het hart en de hersens penetreren en in enkele eenvoudige zinnen weergeven hoe de rasta over ganja denkt. 'Collieweed is the healing of the nation', 'Tired fe lick it in a bush' of 'One Spliff a day keeps the evil away'. Die laatste zin werd overigens uitgesproken door de toen (1980) tienjarige toaster Billy Boyo. Jong geleerd is oud gedaan. En toch evenaren de meeste ganja-songs merkwaardig genoeg zelden het meditatieve niveau van de klassieke roots-liederen. Als de rastaman echt gaat filosoferen, gaat denken en beschouwen, vergeet hij de ganja. Niet in materiële zin, maar waarom nog plaats inruimen voor natuurlijke, vanzelfsprekende levensingrediënten? Ganja is een godsgeschenk, dat moet je niet in twijfel trekken, hoogstens vereren. Peter Tosh heeft met 'Legalize It' het ultieme pamflet geschreven, inclusief medische tips, daar kunnen we ons allemaal achter scharen, maar ganja is een middel, niet het doel. Smoke a little colly & y'all feel jolly! Of irie, misschien wel het mooiste adjectief dat ooit voor de ons zo bekende geestverruimde toestand bedacht is. Misschien willen wij, halfzachte Europeanen, het allemaal nog te veel poëtiseren. De Jamaicanen beredeneren ganja niet zoals wij dat doen. Het kruid groeit in hun achtertuin en geniet hetzelfde respect als andere gewassen. Alleen voor de overtuigde rastaman heeft ganja ook een sacrale betekenis, het lichaam van Christus als het ware. Een eucharistieviering met weed-hosties: ik zou onmiddellijk weer een trouwe kerkganger worden. In het midden van de jaren '80 leek ganja als thema langzaam uit de reggae te verdwijnen. Niet alleen wilden de nieuwe zangers niet geïdentificeerd worden met 'druggebruik', ze schakelden ook in toenemende mate over op cocaïne. Het lijdt geen twijfel dat dancehall (ragga) tot stand is gekomen mede onder invloed van de veranderende gebruiksgewoontes op Jamaica. Ragga mist trouwens de ingetogen spanning van reggae, het rustgevende karakter van reasoning (samen over het leven lullen, zeg maar) en valt stoned (en zeker in de huiskamer) nauwelijks te genieten. Reggae = ganja, ragga = coke: het verschil tussen beide varianten kan in twee woorden uitgedrukt worden.
En toch evenaren de meeste ganja-songs merkwaardig genoeg zelden het meditatieve niveau van de klassieke roots-liederen. Als de rastaman echt gaat filosoferen, gaat denken en beschouwen, vergeet hij de ganja. Niet in materiële zin, maar waarom nog plaats inruimen voor natuurlijke, vanzelfsprekende levensingrediënten? Ganja is een godsgeschenk, dat moet je niet in twijfel trekken, hoogstens vereren. Peter Tosh heeft met 'Legalize It' het ultieme pamflet geschreven, inclusief medische tips, daar kunnen we ons allemaal achter scharen, maar ganja is een middel, niet het doel. Smoke a little colly & y'all feel jolly! Of irie, misschien wel het mooiste adjectief dat ooit voor de ons zo bekende geestverruimde toestand bedacht is.
Misschien willen wij, halfzachte Europeanen, het allemaal nog te veel poëtiseren. De Jamaicanen beredeneren ganja niet zoals wij dat doen. Het kruid groeit in hun achtertuin en geniet hetzelfde respect als andere gewassen. (Wie was nu weer het ontwikkelingsland?) Alleen voor de overtuigde rastaman heeft ganja ook een sacrale betekenis, het lichaam van Christus als het ware. Een eucharistieviering met weed-hosties: Ik zou onmiddellijk weer naar de kerk beginnen gaan!
Maar zo moeten we die zalige, veelal vrolijke ganja-platen van weleer nu al enige jaren ontberen. Het Engelse Dub Syndicate van producer Adrian Sherwood produceerde onlangs nog een verbluffende dub met daarin de onsterfelijke zinssnede 'Out here on the perimeters, we're stoned immaculate' verweven (een onbevlekt high: het benieuwt me wat dàt mag voorstellen), maar om je gelijk nog eens met woorden bevestigd te krijgen, moet je noodgedwongen teruggrijpen op de klassiekers van toen. Om u een beetje op weg te helpen (genoemde platen zijn amper verkrijgbaar, tenzij op verzamel-CD's) krijgt u van mij een Ganja Top 23 mee. Strikt subjectief en eigenzinnig natuurlijk (daar zijn we rokers voor), maar de songs brengen je hoe dan ook in de zevende hemel, waar in kruidige dampen schone engelen met klare stemmen verwijlen. Voelt u het? Dan voelt u zich irie. Smoke a little colly & y'all feel jolly! (KM)
Published on 25/10/2003 by %author%
Comments
You need to be registered and logged in to post comments.












