Event Reports
Reggae Geel 2010: beste editie ooit?
Zelden zo genoten van de muziek op Reggae Geel als dit jaar. Met geestverruimende roots en dub in de 18" Corner, opwindende ska en popcorn in de Skaville Circus en een affiche van absolute top acts op het hoofdpodium. Door het glorieuze aanbod op de andere plaatsen amper in de Bounce Dancehall-tent geraakt, maar daar hebben we natuurlijk wel onze eigen, gretige correspondenten voor.
In het begin waren er de rastadrummers, arme Jamaicanen die verhalen hadden gehoord over een zwarte keizer in Ethiopië. Hij, Haile Selassie (voordien Ras Tafari), zou alle Afrikanen en hun nazaten in de diaspora bevrijden uit slavernij en onderdrukking. In de getto’s van Kingston kwamen de drummers in contact met de leerlingen van de plaatselijke muziekschool. Samen creëerden begin jaren ’60 ze de ska, het ritme dat later vertraagd en verdiept zou worden tot reggae. De eerste rappers (toasters) en dubtovenaars passeerden in de studio, pioniers van stijlen die aparte genres zouden worden. Bob Marley bracht de muziek naar de wereldpodia en in het collectieve bewustzijn. Na zijn dood kreeg de reggae, de soul van Jamaica, stilaan een ander aanschijn. De muziek werd gedigitaliseerd, de rasta’s maakten plaats voor homies en gladde r’n’b-boys. Wat bleef was de rauwe authenticiteit van de sound en de teksten, als vanouds een reflectie van het leven op het eiland, voor velen een harde overlevingsstrijd in de betonnen jungle, maar ook nog altijd doordrongen van de natuurlijke Afrikaanse mystiek en de rebelse onverzettelijkheid die de Jamaicanen zo eigen zijn.
Zo kleurrijk en gevarieerd als de muziekgeschiedenis van Jamaica was dit jaar ook de affiche van Reggae Geel. In een uithoek van het terrein zaten de rastadrummers, en speelden voor een kleine groep mensen de archetypische nyahbinghi-muziek. In het nabij gelegen Skaville Circus draaide de Antwerpse Professor Cat (32 jaar geleden DJ op het eerste bosfeestje dat later zou uitgroeien tot dit festival) zaterdagavond twee opwindende sets ska en onbeschaamde popcorn. Ik hoorde er platen die zelf amper zou durven draaien maar die in dit kader, door deze installatie, met deze MC (JB Jerry), ronduit fantastisch klonken: Johnny Reggae van The Piglets, Kingston Kingston van Lou & The Hollywood Bananas, Jesse James… Maar dus ook oude èn nieuwe obscure ska-platen, met als onvermijdelijk hoogtepunt uiteraard Shockers’ Rock.
Eerder op de dag in het Circus ook al een sessie gehoord van Benjamin Zephaniah, de Engelse dubdichter die met veel zwier en humor gewichtige thema’s als racisme, religie en linguïstiek aanpakte. Volgens Jah Rebel een van de interessantste mensen die hij al ontmoet heeft, interview binnenkort op deze site. In de kleine tent was ook David Katz te gast, de Britse reggae-auteur (People Funny Boy), die zijn gasten – Earl ‘Chinna’ Smith, Kiddus I en Cedric Myton, enkele boeiende weetjes wist te ontlokken. Wist u bijvoorbeeld dat Chinna Smith Fade away heeft geschreven?
In de donkere 18” Corner weerklonk twee nachten lang loodzware dub, de galmende reflectie van de reggae, met bassen die de bomen leken te ontwortelen. De Londense veteran sound Fatman presenteerde er vrijdagavond een selectie van de grootste rootsklassiekers, de top 100 van de reggae zeg maar, stuk voor stuk tunes die in het collectieve reggaegeheugen gegrift staan maar die je nog zelden hoort in de dance, en al helemaal niet op een volwaardige sound. Israel Vibration, Johnny Clarke, Barry Brown, Wailing Souls, die categorie. Wij zijn er gewoon niet weg geraakt, zo goed klonken die foundation classics, telkens met dub erbij, volledig uitgedraaid, en op het juiste moment opgesmukt door een geïnspireerde toaster.
Ik zou liegen. Ik ben wel degelijk 5 minuten in de dancehalltent geweest. Genoeg om te zien dat er met Busy Signal en Mavado voor mij alvast niks te beleven viel. De verhalen die ik achteraf gehoord heb over het arrogante gedrag van Mavado backstage zijn niet van aard om mijn vertrouwen in de nieuwe sterren van de dancehall te sterken, maar ik laat het eindoordeel graag aan de jongere kenners.
Op het hoofdpodium maakten de sterren en legendes van de reggae hun opwachting, sommigen de 60 en zelfs de 70 al voorbij, maar net zo goed jonge wolven (Lutan Fyah, Tarrus Riley), nieuwe vertegenwoordigers van een genre dat na al die jaren niet alleen springlevend is maar in Geel ook weer een massa volk lokte, zaterdag 27.000 bezoekers, vrijdag 18.000.
Mooi om te zien ook hoe de reggae lokaal talent inspireert. Belgische sound systems zijn al enige tijd een vaste waarde in de tent, en met Pura Vida en Flip Kowlier stonden er dit jaar ook twee waardige acts op het hoofdpodium. Vooral Kowlier maakte indruk, voor een aanvankelijk afwachtend maar geleidelijk toch goedkeurend knikkend en zelfs zachtjes skankend publiek. Dit is geen reggae voor puristen maar wel een heel frisse, eigen variant ervan, gebracht door een band die de muziek wonderwel goed onder de knie heeft. Flip Kowlier is voor buitenstaanders trouwens even onverstaanbaar als de meeste Jamaicaanse rappers, dat
schept ook al een band. En hij had nog een gast meegebracht, de Brusselse sound system-veteraan Uman, die op het ritme van Welcome to Jamrock zijn fantastische Bienvenue en Belgique kwam brengen, een de sterkste en meest waarachtige songteksten die ooit over ons land zijn gemaakt. Wat Kowlier er in zijn moerstaal nog aan toevoegde, is ons ontgaan maar dit was alleszins een heel mooi Belpopmoment.
Pura Vida worstelde met het slechte geluid, en hij was zaterdag niet de enige – het leek wel of er geluidsdempers op de microfoons stonden. Echt ontspannen stond de band daardoor niet te spelen, en er gingen nogal wat subtiliteiten verloren. Toch weer een waardige show gezien van een groep die door meer te spelen alleen maar kan groeien.
En toen, vrij vroeg nog, was het al tijd voor de grote kanonnen. Hoe anders de Inna Yard All Stars omschrijven, een collectief met leden van The Congos (Cedric Myton) en The Gladiators (Clinton Fearon), de cultfiguur Kiddus I en gitarist/orkestmeester Earl ‘Chinna’ Smith? Aangevuld met twee jonge rasta’s weliswaar, Matthew McAnuff (zoon van Winston) en Derajah. Gekleed in glanzende, helblauwe Adidas-pakjes (de Jamaicanen zijn alijd al verliefd geweest op het merk) bracht het gezelschap een betoverende unplugged sessie, waarbij de vier zangers om beurten de lead namen, om vervolgens weer achter hun trommel te kruipen en mee nyahbinghi te spelen. Soms sloop er een snuifje mento in de muziek, of ook country, subtiel en verfijnd, als in de beste Amerikaanse roots-traditie. Cedric Myton die Yabby You zingt. Chinna Smith die
Mister Chatterbox inzet. Het machtige Graduation in Zion van en door Kiddus I, een geweldige zanger, die in Geel ook een fascinerende, epische roots tune bracht. Chatty chatty mouth van The Gladiators, ook toen ingezongen door Fearon. De massieve new roots song Be careful van Matthew McAnuff. Cedric Myton die met veel overgaveFisherman en Congoman zingt. Ik denk dat je niet veel dichter bij het reggaeparadijs kunt komen.
Toots & The Maytals joegen er in een klein uur meer dan 15 nummers door, zeg maar hits. Geplaagd door geluidsproblemen (ook hij) wist Toots Hibbert (72) zijn klassiekers toch weer genoeg energie mee te geven om de wei te veroveren, al was het maar door de terugkerende versnellingen op het einde van elk nummer, en uiteraard de hoge meezingfactor. Country roads, West-Jamaica! U wilt nog meer titels? Pressure drop, Pump and pride, Time tough (higher and higher!), Reggae got soul, Louie Louie, Bam bam (in een ingetogen, jazzy mento-uitvoering), Funky Kingston, Never get weary yet, Monkey man, Never grow old (ska-à-gogo) en 54-36. Wat een playlist.
Ook Israel Vibration draait intussen al 35 jaar mee en ontgoochelt live maar zelden. Skelly en Wiss, hebben als kind polio gehad en hebben zo hun eigen manier van dansen ontwikkeld, op krukken. Ze laten zich nog altijd begeleiden door de voortreffelijke Roots Radics en kunnen putten uit een tas vol rootsklassiekers, genoeg om de typische Geelse vibe over het hele terrein te verspreiden. Reggae Geel ontploft niet, zoals andere festivals. Er is nooit sprake van een collectieve euforie, van een massa die springend en dansend uit de bol gaat. Hier, in de Belse bossen, bereik je als artiest je doel als al die mensen zacht staan mee te skanken, zoals het ingehouden dansen in Jamaica genoemd wordt, als iedereen mee is in de positieve vibraties van de muziek. En dat lukt natuurlijk nog beter als je kunt uitpakken met klassieke tunes als Ball of fire, Cool and calm, Racial discrimination, Never gonna hurt me again, Licks and kicks, Jailhouse rocking en The same song. Zo goed als met Apple erbij zal het nooit meer woorden, en ik mis bij Israel Vibration ook altijd de blazers, maar het is en blijft natuurlijk verheven roots music.
Die warmhartige sfeer bereikte een hoogtepunt tijdens het afsluitende concert van Bunny Wailer, vorig jaar nog ondermaats op Cactus (met overwegend Bob Marley-covers), nu absoluut in topvorm, met een indrukwekkende selectie van eigen nummers en Wailers-classics. Blazers, koortje, afwisseling (rasta drums, ska, dub èn dancehall) gepaste overgangen: zelden zo’n perfecte, omvattende reggaeshow gezien, de waardige afsluiter van een topfestival. Wat een erfenis draagt die man mee, van zichzelf maar uiteraard ook van The Wailers. Check de playlist, en je weet dat dit alleen maar een memorabel concert kan geweest zijn, met een zeer hoog meezinggehalte bovendien. Rastaman chant, Baldhead Jesus, Blackheart man, Armagideon, Battering down sentence, Dreamland en Fire Fire: een massief rootsblok. Ballroom floor, Rootsman skanking, Cool runnings, Ram dancehall, Don Dada: Bunny goes rub-a-dub. Ontroerende mooie versies van Trenchtown en Trenchtown rock, de fijne ska van Simmer down, sprankelende rocksteady in Walk the proud land, Keep on moving en Rule this land. Vrolijke, vroege reggae met I stand predominate, I’m the toughest en Hypocrites. En een logische ode aan Brother Bob Marley (No woman no cry, Heathen, Three little birds) en Peter Tosh (Legalize it). Bunny Wailer nam afscheid met Keep on movin’ en vroeg een applaus voor alle optredende artiesten. ‘I could go on for hours,’ zei hij. Wij ook, maar het was intussen bijna half vier, en Reggae Geel had nog maar een klein half uur te gaan. De beste Reggae Geel in jaren, maar dat heb ik wel vaker gezegd.
Voor impressies van Lutan Fyah (in de gietende regen), Tarrus Riley en uit de dancehalltent bossen verwijs ik u graag naar het andere verslag van Reggae Geel, door andere mensen, maar wel van dezelfde Reggae.be, deel van de nog immer groeiende Reggae Family, zoals Bunny Wailer het publiek in Geel liefkozend noemde.
(Foto's Fabidas)
Published on 08/08/2010 by Jah Shakespear
Comments
You need to be registered and logged in to post comments.












