Event Reports
Sundance 2008: het perfecte reggaefestival
Dertien degelijke tot fantastische concerten, veel afwisseling, geweldige vibes: Reggae Sundance was mooi, heel mooi. Met I-Octane en Tarrus Riley als revelaties, Queen Ifrica die royaal bevestigde, de Twinkle Brothers die velen verrasten, en Mutabaruka die de waarheid sprak. En Burning Spear is en blijft de grootste. Zelden zoveel muzikale voldoening gekend op een reggaefestival, en zo weinig dipjes.
Waar beter het zomerseizoen afsluiten dan op Reggae Sundance, 'pon da beach? Het strand doet denken aan Jamaica, het weer is dat van de lage landen. Niets hield de massa tegen om er een fantastisch weekend van te maken.
Op vrijdag lijkt het noodlot nochtans al meteen toe te slaan, gietende regen wanneer we in de lange rij staan aan te schuiven voor de camping. Er is spanning onder de mensen, iedereen probeert droog te blijven en zo snel mogelijk binnen te geraken. Als we dan eindelijk twintig euro voor de camping hebben betaald, en ons ticket hebben geruild voor een festivalbandje komen we aan de controle. Geen glas op de camping, maar ook niet te veel sensi, zo blijkt. Een vrouw doorzoekt nauwkeurig mijn tas en controleert of er niet té veel herbs mee naar binnen gaan.
Op de camping is iedereen druk in de weer om in de regen de tenten op te zetten, de stemming wordt een beetje down. Maar dan stopt het met regenen begint Sundance pas echt. Het E3-strand is een prachtig stukje natuur met zacht gras, grote bomen en een wit strand. We verbazen ons over een eenzame zwemmer in het druilerige weer. In tegenstelling tot Reggae Geel kan je hier zowel op de camping als het terrein gratis drinkwater krijgen, een must voor alle festivals. Jammer dat andere drankjes zo duur zijn (2 euro), en dat er die avond enkel frieten te eten zijn.
Nog geen bands vandaag, enkel soundsystems met zangers, verspreid over twee tenten op de camping. Wij kiezen ervoor om het rustig aan te doen en te chillen aan de tent. Later die nacht horen we nog wel hoe Perfect de tent voor de eerste keer op z'n kop zet. Nadien wordt het stil, op de camping, heel stil, maar ook ongelooflijk koud.
Zaterdag begint met een verassing, sun is shining! De douches kosten maar 1 euro en zijn perfect in orde, dit in tegenstelling tot de toiletten. Er is geen bril, meestal geen toiletpapier en de tegels staan altijd een aantal centimeters onder water. Er heerst nu echt een vakantiestemming 'pon da beach. Terwijl we vis en salade klaarmaken aan één van de grote bbq-area, wanen we ons in Jamaica. Zo relaxed gaat het eraantoe op de camping dat we bijna vergeten naar het festivalterrein te gaan, waar de eerste concerten intussen al achter de rug zijn.
Gelukkig zijn er ook plichtsbewuste mensen die zaterdag om één uur al voor het podium staan (samen met een paar tientallen anderen) om Pura Vida te zien, de Belgische reggaetrots die deze plaats verdiend heeft als winnaar van het Benelux-luik in de Rototomwedstrijd. Zanger Brecht begint zittend aan het concert, spelend op de sitar, de aanzet tot een set die al het goeds bevestigt wat we al over hem geschreven hebben. Alleen zit de sound nu natuurlijk een stuk beter dan toen op de kermis in Aalter. Daardoor klinkt de viool van Katrien (in Taste of life) nog mooier, de melodica van Brecht (in Proceed) nog indringender, de stem van Marie in Early morning nog mystieker. En het meisje durft al eens in het publiek kijken. Big up ook voor (toestenist) Saimn-I, wiens welgemikte yells het geheel een fris, eigentijds kleurtje geven. In Time of decision en Wicked world levert hij bovendien twee lappen old skool toast af die niet zou misstaan op een plaat van Damian Marley, die in dezelfde stijl rapt. Mooie flard Mash down Rome in dat nummer trouwens, een tune die helemaal aansluit bij het werk van Pura Vida. Waarin de blazers een prominente rol spelen, met straffe roots riffs in een immer stevig tempo. Jammer dat gastzanger Erick Judah te laag moest inzetten om zijn voor de rest prima nieuwe song nog recht te kunnen trekken. We verheugen ons in elk geval al op de studioresultaten van deze samenwerking tussen een ouwe en een jonge rootsman.
Ken Boothe heeft afgezegd en wordt vervangen door Winston Francis. Ook niet slecht natuurlijk, zeker niet met de uitstekende backing van No More Babylon (onlangs nog in de Botanique met Earl 16 en ook zelf een sterke rootsband). Met Mr Fix It en het schitterende Going to Zion (een Studio One highlight) beschikt Francis ook over twee stevige ankerpunten. Hoewel wij hem toch net iets beter vonden met Rude Rich & The High Notes.
Music is the most high, zingt Harrison Stafford, en wij beamen dat. Groundation brengt een mix van reggae, dub en een portie jazz. Er wordt veel geïmproviseerd op het podium, wat bijdraagt tot een sterk concert. Mijn vader is vooral wild van de Wailers-cover Fussing and fighting, met wilde blazers en backing vocals. De twee zangeressen nemen trouwens ook de studiopartijen van Don Carlos en The Congo's over, en ze doen dat telkens beter.
Tussendoor vertelt Stafford dat de hele band de dag ervoor is aangehouden in Zweden (Upsalla Reggae Festival) omdat de backstage naar marihuana rook. Ze hebben elk twee buisjes bloed moeten afgeven. It's a vampire thing!, roept Mutabaruka, die de presentatie van Reggae Sundance voor z'n rekening neemt. Mutabaruka kondigt niet alleen de artiesten aan, hij geeft ook regelmatig een "na-praatje". Veel grappen en woordspelletjes, af en toe een terechte sneer aan het adres van deze of gene artiest (lees hier het commentaar van Jah Free en Vizionz), en zondag na de Twinkle Brothers een ronduit imponerend sermoen over penis power politics en de behoefte aan meer vrouwelijke kracht in de wereld. Het was alsof we plots naar The cutting edge zaten te luisteren, het wekelijkse radioprogreamma van Muta op irie FM. Laat deze man volgend jaar alstublieft terugkomen. En laat hem dan ook een paar van zijn fameuze poems voordragen. Nu moesten we het doen met 3 blind monkeys, een hilarische vertelling die leert waarom de mens onmogelijk kan afstammen van de apen, die hun kinderen immers nooit in de steek laten of hun eigendom afbakenen met hekken.
De pauzes die Mutabaruka nog overlaat, vult United Sounds met oude klassiekers en de nieuwste hits. Wij zijn en blijven fans van deze compromisloze Hollandse roots sound.
Dat de boboshanti-beweging steeds groter wordt, bewijst het groeiende aantal bobo's met doeken over de dreads (opdat Babylon ze niet zou zien). Junior Reid lokt dan ook veel massive naar het podium. Hij zet in met World a Reggae Music en schakelt dan meteen over op zijn grote klassiekers: Boom shacka lock en Foreign mind, twee tunes die bij papa Shakespear prachtige herinneringen oproept. Dit waren de tracks die hij vroeger speelde als dj. Chanting: ooit nog terug te vinden op een plaat met Don Carlos (ieder één kant), blijft het een zalig rasta anthem. Op de Revolution-riddim brengt Junior Reid een voorspelbare ode aan Dennis Brown en Barrington Levy, en hij herdenkt ook de grote Hugh Mundell (Great tribulation).Genoeg nostalgie om ons te doen smelten
Komt het nu doordat ze allebei bij Black Uhuru hebben gezongen of niet, maar Junior Reid's stem doet regelmatig denken aan Michael Rose. De up-tempo breaks domineren het concert, meermaals horen we "Puuuulll uuuuup", tot groot genoegen van het publiek. Nadat de Take a Ride-riddim iedereen laat dansen, volgt een nummer van zijn nieuwe album, samen met LL Cool J, Don't play me dirty, meer hiphop dan reggae. Er volgt nog een medley van de grote Black Uhuru hits zoals General Penitentiary, Shine-eyed girl, Guess who's comming to dinner, en Fit you haffi fit, de enige grote hit die Junior Reid eind jaren '80 zelf gescoord heeft als (tijdelijke) zanger van Black Uhuru. Dankzij Alicia Keys trad hij vorig jaar opnieuw in de schijnwerpers met No One, wat in Eindhoven luidkeels wordt meegebruld. Junior Reid sluit af met One Blood, deels gezongen in het Spaans.
Wachtend op Luciano (volgens het programma om 19.30u), kondigt Mutabaruka om 19.10u opeens Lee Perry aan (die blijkbaar in de plaats van Ini Kamoze komt. We kijken even rond ons, maar niemand schijnt het raar te vinden dat het programma door elkaar wordt gegooid. Zoals altijd zorgt Lee "Scratch" Perry ervoor dat hij opvalt, deze keer met knalrood haar (inclusief baard) en een hoed met ontelbare glimmende dingen erop. Hij bracht ook een koffertje mee waaruit hij wierook haalde om op zijn hoed te zetten. Het concert bestaat vooral uit lange dubs, met af en toe een "grap" ertussen van Scratch. Zo vergelijkt hij Ras Tafari en Jezus Christus, om dan af te sluiten met de woorden Jesus Christ is my cock. Welke nummers en riddims herkennen wij? The heathen als opener, zij het onherkenbaar verbasterd, Introducing myself, Papa was a rolling stone (een riddim die Scratch destijds vervormde tot Roastfish and cornbread). Het korte duet met Mutabaruka is zonder twijfel historisch. De dichter zelf weet nauwelijks wat hem overkomt en Scratch gunt hem ook maar een paar minuten, net genoeg om die 3 monkeys te declameren, op het ritme van de dub. Lee Perry (73) stond op scherp in Eindhoven, en hij heeft met de White Belly Rats ook een band die die scherpte live weet over te brengen.
Komt Luciano dan nu? Nee hoor, de showcase begint gewoon vroeger dan gepland. In de Jamaican Showcase komen Cocoa Tea, Junior Kelly en Sugar Minott aan het woord. Normaal gezien had Ini Kamoze er ook bijgeweest, maar hij werd dus vervangen door Lee Perry. Na een paar prachtige saxofoon-solo's van bandleider Dean Fraser (A song, No no Jah Jah children) horen we de nyabinghi-drums van Chant down Babylon; Daar is Cocoa Tea. Hoewel die drums niet meer terugkomen. Het wordt een luchtig concert met klassieke Studio One riddims en hits als Rikers Island, Love me Truly, She loves me now en de propaganda-song Barack Obama. De Dean Fraser Band speelt gewoon door wanneer Junior Kelly onder veel gejuich het podium opspringt. Opnieuw weerklinkt de Take a ride-riddim prachtig over het terrein in Eersel. Junior Kelly is een bobo op z'n best. De breaks volgen elkaar op en iedereen staat te springen, zeker wanneer Love so Nice door de boxen klinkt. Na een uitstekende show neemt Sugar Minott het over met iets meer roots maar toch nog nuff breaks. We horen onder andere Herbsman hustling, Hard time rock, Love Jah forever en natuurlijk een uitgebreide Studio One Selectie (voor zover de andere riddims ook al geen Studio Onze waren), met het onvolprezen Vanity en uiteraard Mr DC als waardige afsluiters. De lovers tunes die Sugar tussendoor zong, zouden Jah Rebel zeker bekoord hebben, maar die was er dus niet bij op Sundance.
Later gehoord dat Sugar Minott 's nachts nog een spetterende set heeft opgevrolijkt op de campin, samen met U-Brown en Ranking Joe. Jammer dat we dat gemist hebben.
Uiteindelijk komt Luciano zaterdag dan toch nog, als afsluiter. Deze keer is het concert voor ons minder magisch dan op Couleur Café, maar zoals altijd wel sterk. Zoals te verwachten passeren veel hits de revue, zoals Give Praise to Rastafari en Who could it be.
De nacht is minder koud, maar we worden wakker met veel wind en regen boven de tent. De stemming is een stuk minder dan zaterdag, maar we blijven optimistisch. Na een natte voormiddag stopt het met regenen, de camping komt weer tot leven.
De kenners weten dat ze zondag om 14u45 op het terrein moeten zijn. De onovertroffen Dean Fraser Band (de saxofonist opent dit keer met Jammin' en Redemption song) begeleidt vandaag drie artiesten. I-Octane maakt indruk met een nieuwe singjay-stijl, goeie lyrics, aparte frasering, verrassende arrangementen. Mutabaruka zegt dat we nog zullen horen van deze man, en wij geloven hem. Jimmy Riley is een legendarische naam in de reggae, begin jaren '70 al de vervanger van Slim Smith bij The Uniques - vandaar ook de keuze voor vergeten parels als Ain't too proud to beg, My conversation (check de allereerste riddim-LP uit de geschiedenis!), My woman's love en Rougher yet. Blij dat we die klassiekers eindelijk eens live gehoord hebben. Jimmy Riley had begin jaren '80 nog een paar hitjes onder de vleugels van Sly & Robbie, met Love and devotion als abolsute uitschieter. De Dean Fraser Band moet trouwens niet onderdoen voor de Taxi-sound van toen. Heerlijk koortje ook, de mooiste vrouwenstemmen van het weekend.
Zoon Tarrus Riley laat zich inleiden met de Satta-riddim en barst los op Couchie (Full up). Voorwaar een groot talent, veel power, vertrouwen en charisma, met een stem die het midden houdt tussen Jimmy Riley (uiteraard), Tenor Saw en Luciano. Ik heb een paar zeer goeie nummers gehoord, op oude riddims geschoeid weliswaar.
De Twinkle Brothers: een kleine rondvraag leert me dat maar weinig mensen de groep überhaupt kennen. Terwijl ze in de jaren '80 toch een resem memorabele 12"-en lp's hebben gemaakt, platen die wij tot vandaag regelmatig op de draaitfale leggen. En we werden als (schaarse) trouwe fans ook op onze wenken bediend: Them never get burned, Free Africa, Jahovia, Leave Babylon, Since I threm the comb away, Faith can move mountains, Let Jah in, Rasta 'pon top: ik zou ze allemaal luidkeels kunnen en willen meezingen, maar ik zou allicht de enige zijn. Twinkle Brothers is de missing link tussen Jamaicaanse rootsreggae en UK steppers dub, en dub krijgen we ook, in de allerbeste traditie. Dit is de band van Black Steel (deeltijds Robotiks), en die hoef je wat dat betreft niets meer te leren. Leuk: Please help me, de allereerste hit van de twee broers, in 1964! Norman Grant is 58, zijn broer Ralston (backing vocals, gitaar en vrolijke danspartijtjes) 60. Give rasta praise (1974) kenden we nog niet maar bevestigt dat Twinkle Brothers een van de beste roots bands is die de reggae ooit gekend heeft.
Voor mevrouw Ralston Grant zouden de broers best wat kritischer mogen zijn. Della Grant bracht een slaapverwekkende, veel te lange show, met saaie covers van Breaking up, Pick up the pieces en Lala means I love you. Woman power is ok maar het moet wel een beetje spannend blijven.
De ster van het weekend was voor mij zonder twijfel Queen Ifrica. Deze Fyah Muma is een enorm sterke vrouw, zowel in lyrics als in muziek. Vorig jaar stond ze nog op de camping, nu terecht op het grote podium. De band speelt de Armagiddeon-riddim wanneer de prachtige vrouw het podium opkomt. Ze vliegt er meteen in, gooit haar rode hoed weg en schudt haar dreads los, een echte leeuwin. Het concert bestaat uit roots met perfect opgebouwde en opzwepende breaks. Who wants to legalise ganja?! Put your hands in the air!, en heel Sundance is akkoord. In de show is er ook nog plaats voor rub-a-dub, een rustpunt in de knallende set. Queen Ifrica stuurt haar conscious message de wereld in met Nah Bleach en het fantastische Daddy, over incest. Er volgt een boodschap naar de wereldleiders en de youths, over global warming. My heart cries sluit hier perfect bij aan. Big Up Sistren!
Na een bombastische intro treedt de familie Morgan in de schijnwerpers. Morgan Heritage begint met Don't haffi dread to be Rasta, een waarheid als een koe op Reggae Sundance. Even veel show als muziek, en de massive moet voortdurend braaf "Yes Rasta" antwoorden. Ook Suriname (goed vertegenwoordigd in Nederland) wordt voor de zoveelste keer dit weekend vernoemd en de zanger legt het verschil uit tussen reggae en dancehall. "Niemand zal ooit de muziek van Mary J. Blige met die van Lil' Kim verwarren, dus waarom worden Beenie Man en Luciano dan op dezelfde lijn plaatsen? Reggae and Dancehall is not the same thing!" Op het einde wordt het publiek aangemoedigd om alle filmpjes op youtube en myspace te plaatsen, wat vroeger ondenkbaar was. Het digitale tijdperk is ook in de reggae definitief begonnen.
De afsluiter van het festival én van het reggaezomerseizoen is Burning Spear, still standing. Het concert is voor mij een "roots-roes", fantastische nummers afgewisseld met Burning Spear aan de djembés. Tijdens de instrumentale stukken laat hij zijn met zijn dancemoves zien dat hij nog lang niet moe is, zijn energie draagt tot ver op de wei. De setlist is al een kwarteeuw min of meer identiek, hoewel we Lion en Zion high (de openingsnummers) al lang niet meer live gehoord hebben. Maar dus wel Pick up the pieces, Jah no dead, Marcus Garvey, Slavery days, Old Marcus, Jah is my driver, Go deh already en Happy day, overgaand in Don't mess with Jill. Studio One style all the while, niet alleen bij Spear. Als bis brachten Winston Rodney en zijn zeer energieke Young Lions Band African postman, een fantastisch orgelpunt van een even fantastisch weekend. Burning Spear zingt telkens hetzelfde, zegt telkens hetzelfde, lacht en schreeuwt hetzelfde (zijn liveplaat uit 2000, opgenomen in Zuid-Afrika, is bijna een identieke weergave van het concert in Eindhoven) en toch worden we hem nooit beu.
Na Days of Slavery (mijn favoriete Burning Spear nummer) kan het weekend voor mij niet meer stuk. Reggae Sundance 2008 was een droom. We wachten niet meer op Michael Rose (op de camping), maar gaan naar huis…moe, maar voldaan.
Het strand, het groene gras, de vibes, de organisatie en vooral alle fantastische artiesten maken Reggae Sundance tot een (bijna) perfect reggaefestival, een trip naar die Jamaica wel heel dichtbij brengt. (Natty Shakespear Jr & Jah Shakespear/Foto's Dag 1 Visionz)
Published on 11/08/2008 by Jah Shakespear
Comments
You need to be registered and logged in to post comments.












