Magazine
Exclusief: Flip Kowlier over zijn nieuwe (reggae)plaat
Mo ba nin, nu on heavy rotation op Radio 1 en Studio Brussel, is geen eenmalig reggae-uitstapje van Flip Kowlier. De West-Vlaamse zanger heeft een volledig reggae-album gemaakt, en het klinkt nog lekker ook. Otoradio verschijnt half mei maar Reggae.be mocht nu al exclusief praten met Kowlier. Voor bewezen diensten in de sector, zullen we maar zeggen, én omdat dit voor de reggae in België best een belangrijke gebeurtenis is.
Ik wist dat Flip Kowlier een hart had voor reggae toen ik hem in mei 2001 zag optreden in Hof ter Loo. European Reggae Foundation, de overambitieuze voorloper van Reggae.be, organiseerde een Tribute to Bob Marley, en Kowlier was één van de Vlaamse artiesten die hun interpretatie kwamen brengen van een Marley-song, naast onder meer Patrick Riguelle en Coco jr. Hij zong War. Of eigenlijk Woar? Flip Kowlier zingt (en rapte vroeger, met 't Hof van Commerce) in zijn eigen Izegemse dialect, en zijn tekst paste die avond wonderwel in de strakke riddim van het nummer.
Met 't Hof van Commerce maakte Flip Kowlier ooit nog wat ragga-getinte tunes (Kom mor up!). Hij heeft in die periode ook eenmalig samengwerkt met Uman. Maar het liefst hoort Kowlier toch gewone one drop reggae, met name de frivole, commerciële variant die opgang maakte in de jaren '80, met (blanke) groepen als UB40 en Doe Maar.
“Ik heb altijd graag reggae gespeeld, live en in de studio. Op In de fik (2004) stond al een reggaenummer, Bon bin, en Verkluot (op Ocharme ik, 2001) had een skaritme. Wij, de muzikanten en ik, droomden soms luidop van een reggaeplaat die we zouden opnemen in Jamaica. Zo ver is het niet gekomen, we hebben niet eens serieus overwogen om naar Jamaica te gaan. Daar is het de tijd niet voor, met de economische crisis en de neergang van de platenindustrie. Maar ik wilde wel een degelijke reggaeplaat maken. Het is uiteindelijk Bonheiden geworden in plaats van Jamaica, minder exotisch maar daarom niet minder doeltreffend. Ik wist dat Wouter Van Belle (bekend als producer van Axelle Red, Dinky Toys, Yevgueni en talloze andere Belgische acts, red.) graag reggae hoorde, en soms maakte, voor zichzelf. Hij heeft thuis ook een vrij grote collectie reggaeplaten, en put als producer veel inspiratie uit de jaren '80, de periode die ik in gedachten had. UB40, Doe Maar, Grace Jones... Ik hoefde die namen niet eens uit te spreken, Wouter wist perfect waar ik naartoe wilde. En het mocht van mij best een Europese plaat worden. Ik wilde niet zo nodig een authentieke Jamaicaanse sound creëren of zo.”
“Ik weet niet veel van reggae, niet van oude reggae en niet van nieuwe. Mijn favoriete reggaeplaat, en ook zowat mijn enige, is Rastaman vibration van Bob Marley & The Wailers. En Welcome to Jamrock van Damian Marley: die heb ik ook nog gekocht. Fantastische cd. Natuurlijk had ik graag een echte vintage plaat gemaakt, met de warme sound van de jaren '70. Maar dat zou een te groot avontuur geweest zijn. Daarvoor weten we niet genoeg van die muziek.”
Het is anders best moedig om een reggaeplaat te maken, vind ik. Coco jr. is je voorgegaan, en Sinéad O'Connor, om maar twee namen te noemen, zonder veel succes.
“Daarvoor doe ik het ook niet. En de mensen zullen mij ook nooit zien als een reggae-artiest. Ik maak in de eerste plaats popmuziek, en zo zal deze plaat ook beoordeeld en ontvangen worden. Succes is trouwens heel relatief geworden. Als ze mijn muziek op de radio draaien, en ik kan er mee gaan optreden, ben ik al gelukkig.”
Mo ba nin, de eerste single van de nieuwe plaat, is vaak te horen op de radio. Wordt het nummer ook vaak legaal gedownload?
“Dat valt goed mee. In de iTunes chart staat het ergens tussen de 30 en de 40. Dat vertegenwoordigt een paar honderd downloads. Om je een idee te geven: Envoi van Absynthe Minded, een van de beste verkochte singles van 2009, is ongeveer 15.000 keer gedownload.”
Je wordt vooral gedraaid op Radio 1 en Studio Brussel.
“En in mindere mate Radio 2. De commerciële zenders, inclusief MNM, lusten mij blijkbaar niet. Jammer.”
Met 't Hof van Commerce maakten jullie wel eens nummers die aanleunden tegen de dancehall. Ik herinner mij Kom mor ip.
“Dat klopt. Ik hoorde die ragga vaak als ik op stap ging, en ik vond dat ook leuke muziek. Maar ook in dat genre heb ik geen platencollectie. Ik heb in totaal misschien 150 cd's. Recent ben ik twee keer op een feestje geweest waar ze dubstep speelden. Ook leuk. AKS, ken je die? Met Selah Sue. Gezien in Frankrijk. Heel plezant. Die gasten hebben mij de beginselen van de dubstep bijgebracht, en ik op mijn laptop meteen een nummer in elkaar gedraaid. Niet dat ik plannen heb om een dubstepalbum te maken maar ik amuseer mij er wel mee.”
Sta je open voor de opname van dub plates?
“Zeker. En ook voor dubs. Ik heb al enkele van de instrumentale tracks doorgegeven aan dj's en mixers.”
Hoe hebben jullie die riddims gecreëerd?
“Ik heb eerst mijn teksten geschreven, voor de eerste keer. Gabriel Rios heeft ooit tegen mij gezegd wat iemand anders tegen hem had gezegd: zorg eerst dat je iets te vertellen hebt, en schrijf er dan muziek bij. Ik heb uiteindelijk niet al mijn teksten volledig uitgeschreven maar wat ik had, vormde wel de basis van de ruwe opnames. Daarmee ben ik thuis aan de slag gegaan, op de computer, alles geprogrammeerd in midi, en een demo gemaakt. Dan alles overgezet in de studio, en dingen beginnen veranderen en bijvoegen. Voor de drums had ik tracks gekocht van Horseman, een drummer die samenwerkt met loopmasters.com. Dat werkte heel goed om de nummers op te bouwen, maar voor de plaat heb ik ze grotendeels laten inspelen. Die samples klonken fantastisch maar ze wrongen met de vorm. Er zou te veel knip- en plakwerk aan te pas moeten komen om ze in de songs te passen. Alleen in Zwembad hoor je nog wat percussiesamples van Horseman. Mo ba nin is een geprogrammeerde drum, en ook Moest ik doodgaan vannacht. Synths, vocals en gitaren heb ik thuis gedaan. In de studio hebben we daarop ingespeeld, mijn vaste drummer Karel De Backer, ikzelf op bas, en op toetsen Wouter Van Belle. In de overdubs hoor je ook Raf Timmermans op gitaar, een bluesman.”
Een aardige bijkomstigheid: je zingt in een dialect dat voor de buitenwereld nagenoeg onverstaanbaar is, net als veel Jamaicanen.
“Ha, zo had ik het nog niet bekeken. Nee, dat Jamaicaans patois begrijp ik ook niet. Ik weet alleen dat ik zelf altijd in het dialect zal blijven zingen. Ik zal tussendoor wel eens iets anders doen maar dat blijft de taal waarin ik mij het best kan uitdrukken.”
Moest ik doodgaan vannacht: ik versta alleen de titel. Wat gebeurt er als jij vannacht zou sterven?
“Dat nummer gaat over de angst voor het onvermijdelijke waar ik wel eens last van heb. Maar tegelijk besef ik dat ik het goed heb in het leven. Die dubbelzinnigheid typeert wel meer van mijn songs.”
Waarover gaat Twee?
“Twee kunnen spelen da spel: een Vlaamse variant van 'two can play that game', de titel van een r'n'b-hitje uit de jaren '90. Wat jij doet, kan ik ook. Een vrouw die aantrekt en een man die het spel meespeelt.”
Mo ba nin was de eerste single van het album, een zeer radiovriendelijk nummer, zo blijkt.
“Ik wilde geen voordehandliggend nummer als introductie, Zwembad, of Mama, Nowo homme hon. Ik heb in het verleden te vaak gekozen voor vrolijke singles. In de fik was één van mijn grootste hits maar het is geen nummer waar ik echt voor sta, of toch niet volledig. De mensen moeten niet denken dat ik alleen dat soort opgewekte deuntjes maak. Mo ba nin heeft iets duisters.”
Het doet veel mensen, ook mij, denken aan Serge Gainsbourg.
“Aux armes etcetera: ook een plaat die ik veel draai. De nummers zijn meer gebouwd op grooves dan op songs. Ik schrijf meestal
songs die van a naar b gaan, met een bridge en een goed akkoordenschema, maar die tracks van Gainsbourg waren eerder loops. Er staan geen chansons op die plaat. Zo heb ik ook proberen te werken, grooves en teksten die langzaam in elkaar vloeien.”
Er zit een opmerkelijk stukje dub in die tune, het enige op de hele plaat.
“Het was oorspronkelijk de bedoeling om er meer dub in te steken, maar tijdens het mixen bleek dat de nummers toch meer song dan dub waren, als je begrijpt wat ik bedoel. Hoewel ik vorig weekend naar Doe de dub luisterde van Doe Maar, en die konden het wel. Ik wil toch nog iets aanvangen met die tracks. Voor de liefhebbers: er staat al een dubversie van Mo ba nin op iTunes. Duurt meer dan tien minuten. Alle opnames zijn analoog, dus goede dubs vereisen best veel werk, maar Wouter en ik doen het veel te graag om het te laten.”
Voyeur supérieur klinkt voor mij heel sterk als Sukiyaki, een grote Japanse hit in de uitvoering van Jennifer Lara voor Studio One.
“Nooit van gehoord. Toeval dus.”
'Ik haat de toeristen en ik ben zelf eenen' zing je in dat nummer. Ben je eigenlijk al in Jamaica geweest?
“Nee, en de kans is klein dat het gauw zal gebeuren. Ik ben niet zo'n grote reiziger. Ik wil misschien wel eens naar Jamaica maar niet noodzakelijk voor de muziek.”
Raar vind ik het beste nummer. Zou van Grace Jones kunnen zijn.
“Ik hoor er ook Doe Maar in. Doe Maar is voor mij echt wel een grote inspiratie geweest. Raar gaat over ongemakkelijke situaties.
Je komt ergens toe en plots zit je tussen een hoop artiesten die uit een heel andere wereld komen. Dan voel ik mij verkeerd gecast, zoals ik zing. Vorige week speelde ik op Dranouter Bad voor een publiek van minder-validen, na Laura Lynn en voor Milk Inc. Dat was zo'n situatie.”
Zien we je daarom niet al te vaak op tv?
“Inderdaad. Je zult mij niet zien in quizzen of zo. Maar dat is vooral uit onzekerheid. Aan De slimste mens zou ik niet durven meedoen. De meeste aanvragen komen ook terecht bij Werner (De Wachter, van Busker), en die weet dat hij me daarmee niet moet lastigvallen.”
In een boek geplakt is het enige niet-reggaenummer op de plaat, over je zoontje Vince (2).
“Live opgenomen, in één take. Wouter noemt het lachend mijn Redemption song. Er zijn enkele nummers gesneuveld omdat het geen reggae was maar dit is een akoestische tune, en daardoor toch niet ongepast.”
In het tweede deel van Otoradio, het titelnummer, wordt het voor mij echt vakantie, maar ik begrijp niet wat je in het eerste deel zingt.
“Het gaat over niet goed in je vel zitten, vertrekken en alles achterlaten. Als kind ben ik met mijn ouders heel vaak naar Saint-Tropez geweest, of toch naar een camping in de buurt, Kon-Tiki. Toen Vince vier maanden was, hebben we die plaats nog eens opgezocht. Een heel aangename ervaring, net zoals de reizen vroeger. Een autoradio heeft voor mij ook altijd iets magisch gehad. Muziek kan helemaal anders klinken in de auto, 's nachts en overdag.”
Kan het zijn dat er geen enkele verwijzing naar ganja op de plaat staat?
“Ja. Dat heb ik achter mij gelaten. Ik heb veel geblowd, op de eerste platen van 't Hof van Commerce kan je dat ook horen, maar ik
doe het nu nog zelden, en ik koop nooit meer iets. Het heeft achteraf bekeken niet zoveel goeds gebracht voor mij. Ik zou het in elk geval niet meer zomaar promoten.”
Spelen jullie live ook oudere nummers?
“Ja, maar in een reggaeversie. Ik wilde live wel eens een eensluidende vibe creëren, muzikaal minder gefragmenteerd. Wat niet altijd evident is. De skankende backbeat van de reggae bijvoorbeeld is heel moeilijk na te spelen. Ik heb op Youtube nog niemand gevonden die die kenmerkende tsjak uit deftig kan demonstreren en uitleggen.”
Zou je met deze groep op Reggae Geel kunnen staan.
“Graag. Het zou voor mij één van de belangrijkste festivals van het jaar zijn omdat ik helemaal buiten mijn eigen wereld zou zitten."
De line-up voor Reggae Geel is nog maar deels bekend, en Flip staat er nog niet tussen. Maar je kan hem wel live meemaken... gratis zelfs want Reggae.be geeft 30 gratis ticketjes weg voor z'n optredens in:
12/05 @ Het Depot Leuven
23/05 @ Petrol Antwerpen
29/05 @ Vooruit Gent
Doe mee met de wedstrijden
Published on 30/04/2010 by Jah Shakespear
Comments
You need to be registered and logged in to post comments.












